Curry Bobotie

Ja, waarom niet?! Weliswaar niet met ei, en met wat meer groenten eraan toegevoegd, maar met dezelfde smaken. De foto ontbreekt omdat we het gewoon direct op hebben gegeten! Lekkerrr!

Ingredi毛nten:
– 2 uien, halve ringen
– 2 el milde currypasta
– 1/2 blikje tomatenpuree
– 250 g gehakt
– 1 kleine bloemkool in roosjes
– 1 blik kokosmelk (400 ml)
– 1/2 bouillonblokje rund
– 2 handen rozijnen
– 3 flinke el abrikozenjam
– worcestershiresaus naar smaak

Bereidingswijze:
Fruit de ui in wat olie. Voeg de currypasta en tomatenpuree toe en bak het even aan. Bak in dat mengsel het gehakt rul, en bak daarna de bloemkoolroosjes er in aan. Voeg daarna een blik kokosmelk toe (spoel het blik na met water en voeg ook dat toe) en verkruimel er een halve bouillontablet boven. Kijk even of de roosjes een beetje onder staan. Tot slot nog de rozijnen en de jam toevoegen en worcestershiresaus naar smaak. Laat het 10 minuten koken of totdat de bloemkoolroosjes gaar zijn. Serveer met rijst.

En wat vonden we ervan?
Lekker! Jawel, het smaakt als boboti maar dan met een aangenaam andere textuur. Ook de toevoeging van de bloemkool is een aangename. Restje over? Invriezen en save it for a rainy day wanneer je in een handomdraai zonnig Zuid-Afrika-meets-India goed op je bord kunt gebruiken 馃槈

Koffiebroodje met kaneel, rozijnen en banketbakkersroom

Ik had plots zin in een koffiebroodje. Of eigenlijk een Zweedse聽kanelbullar zoals we die in Stockholm aten. Maar ik kon me heugen dat ze afgezien van de donkere suiker-en-kaneel-vulling ook een beetje droog waren. Zoals koffiebroodjes eigenlijk altijd zijn. Toch? Dus daar moest ook nog een klassieke kleffe component bij: banketbakkersroom. En rozijnen. I want it all!聽En plots deed ik maar wat met de vulling. Smaakte schitterend!

koffiebroodje聽Smaakt beter dan het eruit ziet.

Ingredi毛nten:
– 50 g zachte roomboter en 50 g zachte margarine (in de hoop dat dat iets beter is dan 100 g roomboter.. but who am I kidding?! 100 g roomboter is lekkerder!)
– 7 g gedroogde gist
– 180 ml lauwe melk (niet heet, dan gaat de gist dood)
– 500 g tarwebloem
– 25 g witte basterdsuiker
– 1 el bruine suiker (last minute ingeving)
– 1 tl kaneel (ook op de bonnefooi)
– 1 ei
– 5 g zout (er circuleert ook een recept met 10 g maar dat vond ik wat te gortig)

Voor de vulling en afwerking
– banketbakkersroom:
x 500 ml melk
x 1 vanillestokje, zaadjes eruit geschraapt en stokje zelf ook bewaren
x 150 g kristalsuiker (verdeeld over 2×75 g)
x 4 eidooiers
x 2 el tarwebloem
– 150 gram rozijnen (of meer, of chocola, of noten, of cranberries, of…)
– 2 el kaneel
– flinke klont roomboter
– 75 g bruike suiker (kan ook meer of minder zijn geweest)
– 1 el abrikozenjam en/of poedersuiker

Bereidingswijze:
De banketbakkersroom moet afgekoeld op het uiteindelijke brooddeeg worden gesmeerd dus begin daar eerst mee.

Spoel een steelpan om met koud water, droog het niet af (werkt namelijk goed tegen aanbranden van de melk… vraag me niet hoe!). Breng de melk met 75 g suiker en het vanilleschraapsel en -stokje in het pannetje aan de kook. Klop met een vork de andere 75 g suiker door de eidooiers, en doe dan hetzelfde met de bloem. Zodra de melk kookt vis je het vanillestokje eruit en klop je iets van de hete melk door de eidooiers. Kan met vork of garde. (Ik moet dan altijd denken aan het “familie maken”, zoals Rudolph van Veen dat noemt. Het is om te voorkomen dat je eidooiers gelijk stollen als je ze bij de hete melk zou doen!) Dan聽het eidooiermengsel bij de rest van de melk in het pannetje gieten en breng het al roerend weer aan de kook. Op niet te hoog vuur聽want dan brandt je vla aan, dus blijf regelmatig roeren gedurende de 3 minuten waarin je de banketbakkersroom gaart. Spoel dan een grote schaal of een dienblad met opstaande rand om met koud water, droog niet af, en giet de room erop. Goed uitsmeren, dan koelt het beter af. Afdekken met huishoudfolie zodat er geen vel op komt. Goed laten afkoelen. Ik zette mijn ovenschaal in een gootsteen met koud water. Als je warme room op je koele brooddeeg mikkert wordt het een grote smeerboel om er de broodjes van te vormen!

Kneed voor het brooddeeg de boter, gist, melk, bloem, suiker(s), kaneel, ei en het zout door elkaar. Niet te lang kneden. Daarna in huishoudfolie in de koelkast leggen en een half uurtje laten liggen. Tegen die tijd is de banketbakkersroom waarschijnlijk ook wel wat koeler. Meng ondertussen de rozijnen met de kaneel en bruine suiker, masseer er de boter door. Voeg nog meer van het een of ander toe naargelang je smaakpapillen ingeven. Het wordt toch wel lekker. Rol na dat halve uur je deeglap uit tot een flinke rechthoek, waarbij het deeg in mijn geval een dikke 0,5 cm was. Smeer er de room over uit maar houd 茅茅n uiteinde van je deeglap vrij van room. Daar komt straks de naad van de deegrol. Ik had teveel banketbakkersroom. Het werd een dikke laag room die het oprollen en snijden bemoeilijkte, dus kijk even of je dat ziet zitten. Zo nee, houd het dan bij een beschaafd dun laagje. Strooi daar dan weer de rozijnvulling overheen. Rol dan de deeglap op in de richting van de roomvrije kant. Bij mij werd dit een grote smeerzooi. Als dat jou ook gebeurt: geeft niks, komt goed. Want snijd daarna de rol in plakken van 2-3 cm en leg die op een bakplaat om, losjes bedekt met huishoudfolie, 30-40 minuten te rijzen. Eenmaal op de bakplaat modelleerde ik de broodjes weer in een ronde vorm, propte ik er nog wat rozijnen in, kledderde ik de banketbakkersroom terug tussen de deeglagen, en forceerde ik het spul net zo lang totdat alle broodjes op de bakplaat pasten.

Bak de broodjes af op 220 graden. Mij kostte het 30 minuten baktijd maar ga liever af op of ze er goudbruin uitzien. Haal ze dan uit de oven en bestrijk ze voor extra glans met een laagje verwarmde abrikozenjam. Je kunt ook kiezen voor een drizzle witte glazuur: meng een paar eetlepels poedersuiker met een beetje water, en druppel daar zo nodig voorzichtig wat water bij, net zo lang tot het glazuur lekker smeert. Laat dit dan vanaf een lepel over je broodjes lopen.

Tip: extra mooi bruin en een crunchy laagje er bovenop? Kwast聽de broodjes voor de rijs in met een ei losgeklopt met iets water, en besprenkel ze met suiker. Kwast ze na het rijzen nog eens in met het eimengsel en bak ze dan af.

Recept aangepast naar een uit “De banketbakker” van Cees Holtkamp.

Stoofperen met effect – review

Een leuk recept voor tijdens de kerstdagen (dus eigenlijk net te laat) maar zeker ook daarbuiten: stoofpeertjes in twee kleuren. Het originele recept vraagt om Gieser Wildeman stoofpeertjes en om gebruik van witte wijn en port. Ik had destijds Brederode stoofperen in de groententas zitten (Brederode peren zijn een wat minder gangbaar ras) en heb de witte wijn vervangen door appelsap, en bramensap gebruikt in plaats van port. Het recept is aangepast voor 2 personen met een liefde voor nagerechten. Het originele recept voor 6 personen vind je hier.

Ingredi毛nten:
1/4 citroen
1/4 liter appelsap
165 ml water
65 g suiker
1/4 tl kurkuma
1/4 laurierblaadje
4 stoofperen
65 ml bramensap
1/4 el ma茂zena

Bereidingswijze:
Breng de geschilde peertjes aan de kook met het sap van de citroen, de uitgeknepen citroen zelf, de appelsap, water, suiker en kurkuma (die maakt de peertjes mooi geel). Laat een uur zachtjes koken en laat de peertjes dan afkoelen. Haal de peertjes er eventueel al voorzichtig uit met een lepel en houd het sap apart. Daarmee geef je de peertjes straks nog een glanslaagje. Giet de rest over in kleine glaasjes: een heerlijk kruidige alcoholvrije “punch”!

Zet de peertjes zodra ze zijn afgekoeld in een bakje knus naast elkaar en giet er een bodempje sap in. Laat een nachtje staan. Breng voor het serveren het restje kookvocht weer aan de kook met een klein beetje maizena. Haal de peertjes daar voor het serveren doorheen zodat ze een mooie glans krijgen. Wat mij betreft dan al af maar leuk de peertjes op naar believen: takje munt, paar verse bramen..

PS: wist je dat stoofpeertjes typisch Nederlands zijn en buiten ons land niet bekend zijn? En eerst eens gewone stoofpeertjes koken? Hier vind je het recept.

Amaretti di niet-grappa

Sinds ons televisiezenderpakket kookkanaal “24kitchen” rijker is, ben ik verslingerd aan het bakprogramma van Rudolph van Veen, Rudolph’s Bakery. Er kwamen afgelopen week italiaanse koekjes voorbij, amaretti di grappa, een soort amandelkoekjes met botercreme en chocolade. Nu heb ik geen grappa in huis maar ik had nog wel een restje botercreme in de vriezer liggen en een doosje amandelen in de keukenla. Dus aan de slag!

Bereidingswijze en ingredi毛nten
Het deeg is niet zozeer deeg alswel smeu茂ge amandelpuree die je wat laat uitdrogen. Op 100 gram amandelen gaat 250 gram suiker. Dit samen in de foodprocessor aan gruis malen en het binden met n茅t genoeg eiwit dat je het idee hebt de massa middels een spuitzak te kunnen spuiten. Doe dat dan vervolgens en spuit kleine rondjes. Met voorgenoemde hoeveelheden heb ik een hele bakplaat vol gekregen. Bestuif alles met poedersuiker en laat het dan 12 uur drogen. Mijn koekjes zien er zo bruin uit omdat ik amandelen met het velletje er nog om heb gebruikt.

Ik had nog botercreme in de vriezer. Wat ik Rudolph zag doen was een hoeveelheid boter met poedersuiker mengen, maar daarvan weet ik de hoeveelheden niet. Ook deed hij er een scheutje grappa door. Het kan ook met rum. In beiden had ik niet zoveel trek, dus ik houd het alleen bij de botercreme. Verwarm de oven tot 220 graden. Plaats dan de koekjes 4 minuten in de oven totdat ze n茅t bruin zijn. (Ja, en hier ben ik met mijn bruine amandelen dus in het nadeel.) Blijf er het liefst even bij staan dus. Haal ze dan uit de oven en laat ze afkoelen. Spuit op een vel bakpapier een zelfde soort rondjes met de botercreme als dat je met het amandeldeeg gedaan hebt. Plaats dan de koekjes 贸p de toefjes botercreme (niet t茅 hard drukken) en laat het geheel even opstijven in de vriezer zodat je het geheel van het bakpapier kunt halen zonder gelijk de boel kapot te maken. Laat in een kom chocolade smelten. Zodra de boter hard is, haal je voorzichtig de koekjes-met-botercreme van het bakpapier en doop je het in de gesmolten chocolade zodat de botercreme niet meer zichtbaar is. Plaats het dan weer op bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Broodpudding

Een klassiek Brits gerecht, naar het schijnt. Maar zeg nou zelf: br贸贸dpudding.. In geval van twijfel en nieuwsgierigheid is er maar 茅茅n oplossing voor. Heb je nog een halfje casinowit liggen? Met dank aan mijn zus voor het recept en Nigella Lawson (voor de toevoeging van rozijnen en abrikozenjam).

breadpudding.jpgIngredi毛nten:
– 6 sneetjes witbrood (ik gebruikte een halfje casinowit), zonder korstjes
– 4 eidooiers
– 4 el suiker
(- 1 zakje vanillesuiker)
– 150 ml slagroom (ik had hier een bekertje van 125 ml voor…)
– 100 ml melk (… en datzelfde bekertje heb ik hergebruikt om 125 ml melk mee af te meten. Minder slagroom, meer melk.)
– abrikozenjam
– handvol rozijnen
– poedersuiker

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 180 graden. Besmeer de boterhammen met een dun laagje abrikozenjam en stapel ze op elkaar. Snijd dan het geheel schuin overmidden zodat je driehoeken krijgt. Zet ze een beetje leuk neer in een ovenschaal: traditioneel zet je de driehoekjes dakpansgewijs in een smalle schaal. Ik heb ze gewoon in een ronde schaal gedrukt..

Klop de eidooiers met de suiker romig en lichtgeel. Voeg al kloppend de melk en slagroom toe en giet het geheel dan over het brood. Strooi er een handjevol rozijnen erover en druk het geheel een beetje aan zodat de boterhammen het mengsel opzuigen. Bak de broodpudding 25 minuten.

Serveer een paar flinke scheppen broodpudding met een klein beetje poedersuiker erover. En als je eens wat anders wilt: met suikerbrood is dit ook erg lekker.

En wat vonden we ervan?
Fantastisch lekker! We waren erg verrast dat een toetje met brood zo lekker uit kon pakken. Het was wel erg zoet. Nu had ik de vanillesuiker al weggelaten (lees: vergeten) maar door de abrikozenjam en poedersuiker was het wel heftig zoet. Dus misschien kan er wat minder suiker worden gebruikt. Of misschien zelfs geen suiker? Hoe dan ook: bovenstaande hoeveelheid ging er bij 2 personen ook wel in. En het is het ook weer zo’n recept dat eigenlijk niet kan mislukken!

Eiwitten over? Ideaal voor meringues of chocolademousse!

Raymond Blanc’s chocolade mousse – review

Mijn zus liet mij vorige week zien hoe chefkok Raymond Blanc een kop en schotel van chocolade maakt, en het uiteindelijk met onder andere ijs en een laagje sabayon presenteert als een kopje cappucino. Fantastisch! En erg inspirerend. Z贸 erg, dat ik het er ook op ging wagen. Met matig succes natuurlijk, want het is een ambitieus project, maar het schoteltje was wel gelukt. Omdat ik geen zin had om ijs en sabayon te maken, wilde ik voor de ultieme overdosis chocola gaan: een chocolade schoteltje met chocolademousse. Om dan toch nog iets van Blanc succesvol te hebben geprobeerd, volgde ik zijn recept voor 4 personen.

chocolademousse.jpg

Ingredi毛nten:
– 180 g donkere chocola (liefst minstens 70% cacaobestanddelen), in stukjes
– 8 (biologische en/of scharrel) eiwitten
– 2 el suiker (hij adviseert hier zoetstof, ik heb biologische kristalsuiker genomen)

Bereidingswijze:
Laat de chocola au bain marie smelten. Klop de eiwitten en de suiker totdat het schuimig is (niet glanzend wit want dan zit er geen volume meer in!). Klop 1/3e van de eiwitten door de gesmolten chocola en spatel de rest van de eiwitten erdoor (niet mixen want dan mix je alle luchtige belletjes eruit en dan wordt de mousse erg vast). Giet de mousse in een glazen schaal of in aparte glaasjes en zet het 2 uur in de koelkast.

En wat vonden we ervan?
Fantastisch! Het is echt fool proof: je kunt het bijna niet verkeerd doen! Als je bittere chocolade gebruikt, dan wordt het geheel ook niet te zoet. Ik vond dat de hoeveelheid die in een espressoglaasje past precies genoeg is. Maar op het chocoladeschoteltje was het ook erg lekker. Het doet ook beslist niet onder voor de mousse uit de supermarkt. Nu heb je zelfs meer kijk op en controle over wat er in gaat aan ingredi毛nten. Een echte aanrader!

Bewaar de eidooiers en maak daar een fantastische broodpudding mee.

Ricottataart met pijnboompitten

Deze taart proefde ik vorig jaar september bij Mammoni (“Mammoni, Koken en Eten”, Voor Clarenburg 7 in Utrecht) en ik was diep onder de indruk. Pijnboompitten eet je toch alleen in je sla? En ricotta.. da’s toch kaas? Hoe kun je nou een zoete kaastaart maken?!

Hij is erg machtig, en zo nodig een plaatsvervangende lunch, maar ik wilde hem nog wel een keertje komen eten. Dus toen ik afgelopen zomer op het buitenterras zat, wilde ik Niek dolgraag kennis laten maken met deze taart. Helaas zat hij toen niet in het assortiment maar daar wist Niek wel wat op. Hij vroeg gewoon om het recept. En daar ben ik hem, en het vriendelijke personeel van Mammoni, heel erg dankbaar voor!

De bodem wordt gemaakt van harde wener deeg, ook wel bekend als 1-2-3 deeg, niet vernoemd naar het gemak van het maken (had gekund), maar naar de verhouding van de ingredi毛nten. Deze bodem bak je in de oven waarna je hem vult met een dikke vla en vervolgens bak je het geheel nog eens verder af. Resultaat: een fantastisch lekkere taart.

Ingredi毛nten voor de bodem:
– 100 gram witte basterdsuiker
– 200 gram koude boter (zodra je die in de kom doet, in kleine stukjes snijden. Dat kneedt gemakkelijker dan 茅茅n grote klont.)
– 300 gram bloem
– een snufje zout

Ingredi毛nten voor de vulling:
– ong. 90 g eigeel (dat kwam bij mij neer op 6 eidooiers)
– 240 g suiker
– 80 g gezeefde loem
– 675 ml melk
– vanille stokjes (minstens anderhalf, maar ik had het idee dat het resultaat er niet naar was en heb dus vanille essence toegevoegd)
– 400 g ricotta (ik heb twee bakjes van 250 g gebruikt)
– pijnboompitten om erover te strooien

Bereidingswijze:
Kneed de ingredi毛nten voor het deeg tot een samenhangende bal deeg. Doe dit met koele vingers en kneed niet meer dan nodig: door de warmte van je vingers smelt de boter en wordt het deeg plakkerig en onhandelbaar. Wikkel het dan in huishoudfolie en leg het geheel een uur in de koelkast (wederom: hoe kouder het boter in de deeg, des te steviger en handelbaarder het blijft). Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een springvorm in. Haal het deeg uit de koelkast en druk het 贸f rechtstreeks in de springvorm in model, of rol het op een met bloem bestoven werkblad eerst uit tot een lap, die je daarna in de vorm legt. Ik heb het laatste gedaan en de rand van de springvorm gebruikt als een uitsteekvorm. De randen hoeven niet tot helemaal bovenaan te worden bekleed. Kreukel dan lichtjes een groot stuk aluminiumfolie of bakpapier, leg dat op het deeg en vul de vorm met bonen, linzen, rijst, of ander droog spul wat een beetje gewicht heeft. Dat zorgt ervoor dat je bodem zijn vorm behoudt. Bak hem dan op deze manier 10 minuten “blind”. Haal daarna voorzichtig de vulling en het folie eruit, en bak de bodem dan nog eens 20 minuten. Laat de oven daarna afkoelen tot 150 graden.

Ik meende dat ik de springvorm met bakpapier moest bekleden, vandaar.. Let maar niet op mij 馃槈

Verwarm de melk met vanillemerg en -stokjes maar laat het niet koken. Meng het eigeel en de suiker in een kom tot een lichte, romige massa. Roer er de bloem doorheen. Vis dan de vanillestokjes uit de melk en schenk de helft bij de ingredi毛nten in de kom. Voeg ook de ricotta er aan toe en mix er een glad geheel van. Schenk dat terug bij de warme melk en verwarm alles totdat het een dikke vla is. Blijf regelmatig roeren om aanbranden te voorkomen!


Let vooral ook op de fantastisch retro handmixer die ik bij het uit huis gaan heb meegekregen.

Giet de vla op je afgebakken taartbodem en strooi er royaal pijnboompitten over. Bak de taart een uur op 150 graden. Klaar! De taart vult als een baksteen dus serveer het taart in smalle punten.

Natuurlijk smaakt deze taart het best als je met goed gezelschap bij Mammoni koffie zit te drinken, maar als je nooit in Utrecht komt, dan komt deze taart ook op je eigen zitbank goed tot z’n recht.

Worteltjestaart recept

Komt een konijn bij de bakker. “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” vraagt het konijn. “Nee, sorry,” antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, helaas,” zegt de bakker weer. Het konijn probeert het de volgende dag nog eens, maar ook dan geen worteltjestaart. De bakker is het zat en besluit een worteltjestaart te bakken. En inderdaad, het konijn komt weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Jazeker!” zegt de bakker opgetogen. “Vies h猫?!” roept het konijn.

Nou, daar klopt dus he-le-maal niks van! Oordeel zelf en bak je worteltjestaart aan de hand van dit fantastische recept. Carrot cake op zijn best, want de perfecte smeu茂gheid is gegarandeerd door gebruik van de zonnebloemolie.

Ingredi毛nten
Voor de worteltjestaart:
– 150 g bloem
– 220 g suiker
– 1 tl bakpoeder
– 1/2 tl kaneel
– 180 g geraspte wortel
– 120 ml zonnebloemolie
– 2 geklutste eieren

Voor het glazuur:
– 100 g monchou
– 55 g zachte boter
– 1 tl vanille essence (of citroensap, of afhankelijk van je smaak ander sap)
– 125 -250 g poedersuiker (ik gebruik de hele bus, dan ben je er maar vanaf.)

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175 graden.

Meng de droge ingredi毛nten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder en kaneel. Meng er dan goed de geraspte wortel door, en daarna de olie en de eieren. Beboter een bakvorm en bestuif het met bloem, als er na het bestuiven nog bloem over is, dan kun je dat nog mooi door je beslag heen mixen. Nog even goed mengen en dan in de bakvorm gieten. Bak de taart ongeveer 30-35 min, totdat hij vanbinnen droog is.

Klop met de mixer de roomkaas en de boter met de vanille tot een mooie smurrie. Mix er dan langzaamaan de poedersuiker doorheen, net zo lang totdat het lekker smeerbaar is. Smeer de glazuur over de worteltjestaart uit. En schrans ‘m dan helemaal in je eentje op!

Het gebeurt mij regelmatig dat ik door het formaat bakblik dat ik gebruik een aardige hoeveelheid glazuur overhoud, maar dat laat zich prima invriezen in een diepvrieszak. Dat blijft maanden goed. Dat zorgt ervoor dat je een volgende keer, als je een restje worteltjes hebt, geen extra boodschappen hoeft te doen. Scheelt weer! 馃檪

Verder uit deze serie:
bananabread

Stoofpeertjes

De dagen worden kouder, natter en donkerder. Niks maak ’s avonds dan zo behagelijk als een grote schaal stoofperen! De laatste keer dat ik ze maakte, gebruikte ik de volgende hoeveelheden en voegde ik eens laurier en kruidnagels toe. Het zorgt voor een heerlijk kruidige smaak zonder teveel aanwezig te zijn! Dat had ik veel eerder moeten doen! En voor zowel kleur als smaak nam ik bramengelei. Dat geeft een prachtige kleur en een iets friszure hint als tegenhanger van al het zoete geweld.

Ingredi毛nten:
– 16 peren
– 2 1/2 pijpje kaneel
– 125 g bruine suiker
– duim water (zalig triviale maat, dat..)
– 4 dikke el bramengelei
– 1 blad laurier
– 4 kruidnagels

Bereidingswijze:
Schil de peren, halveer ze en ontdoe ze van hun klokhuis. Doe ze samen met de suiker, het water en de bramengelei in een pan. Steek de kruidnagels in het laurierblad (zo vind je ze makkelijk terug) en steek ze samen met de pijpjes kaneel op strategische plekken tussen de peertjes. Breng het geheel aan de kook en zet dan het pitje zo laag mogelijk. De kooktijd hangt vervolgens ook af van de grootte van de peertjes. Kleintjes zijn met 45 min wel klaar (peil het af en toe eens door met een schilmesje in een peertje te prikken: geeft het makkelijk mee, dan zijn je peertjes goed), grotere peren 1-1,5 uur, en hele peren nog iets langer.

Als je de gare peertjes uit de pan haalt kun je het overgebleven vocht laten inkoken tot een wat dikkere siroop. Wil je sneller een dikkere saus, maak het dan aan met een klein beetje maizena of custardpoeder. De siroop eventueel overgieten in een feestelijk kannetje, de peertjes op een mooie schaal, en klaar is je prachtige nagerecht! Zowel koud als warm lekker met (zelfgemaakte custard)vla of een bolletje ijs.