IJskoffie – de volle mep

Ik dronk van de week een kopje “icecinno”, volgens de producent “een heerlijke en makkelijk te bereiden ijskoffie speciaal ontwikkeld voor de horeca.” Met dit (momenteel/tijdelijke/vluchtige) zomerse weer was dat een heerlijke afwisseling met de normale/warme koffie. Maar omdat ik geen pasje heb van de groothandel ging ik op zoek naar een eigen brouwsel. En dit kwam een eind in de buurt!

Ingrediënten:
– een dubbele epresso
– 200 ml halfvolle melk
– 5 ijsklontjes
– 1 tl vanille-essence
– 1 tl hazelnootsiroop

Bereidingswijze:
Gooi alles in een blender, als het kan met pulse-knop, en pulseer een paar keer kort zodat de ijsklontjes in stukjes zijn. Afhankelijk van hoe fijn je ze wilt hebben kun je het bij een paar keer laten óf het aan slush pulseren. Proef om te kijken of je bijv. nog iets extra vanille- of hazelnootsmaak wilt toevoegen, of bijvoorbeeld een zoetmaker zoals een beetje honing. Serveer in een hoog glas en zet je klapstoeltje maar in de zon!

Koffiebroodje met kaneel, rozijnen en banketbakkersroom

Ik had plots zin in een koffiebroodje. Of eigenlijk een Zweedse kanelbullar zoals we die in Stockholm aten. Maar ik kon me heugen dat ze afgezien van de donkere suiker-en-kaneel-vulling ook een beetje droog waren. Zoals koffiebroodjes eigenlijk altijd zijn. Toch? Dus daar moest ook nog een klassieke kleffe component bij: banketbakkersroom. En rozijnen. I want it all! En plots deed ik maar wat met de vulling. Smaakte schitterend!

koffiebroodje Smaakt beter dan het eruit ziet.

Ingrediënten:
– 50 g zachte roomboter en 50 g zachte margarine (in de hoop dat dat iets beter is dan 100 g roomboter.. but who am I kidding?! 100 g roomboter is lekkerder!)
– 7 g gedroogde gist
– 180 ml lauwe melk (niet heet, dan gaat de gist dood)
– 500 g tarwebloem
– 25 g witte basterdsuiker
– 1 el bruine suiker (last minute ingeving)
– 1 tl kaneel (ook op de bonnefooi)
– 1 ei
– 5 g zout (er circuleert ook een recept met 10 g maar dat vond ik wat te gortig)

Voor de vulling en afwerking
– banketbakkersroom:
x 500 ml melk
x 1 vanillestokje, zaadjes eruit geschraapt en stokje zelf ook bewaren
x 150 g kristalsuiker (verdeeld over 2×75 g)
x 4 eidooiers
x 2 el tarwebloem
– 150 gram rozijnen (of meer, of chocola, of noten, of cranberries, of…)
– 2 el kaneel
– flinke klont roomboter
– 75 g bruike suiker (kan ook meer of minder zijn geweest)
– 1 el abrikozenjam en/of poedersuiker

Bereidingswijze:
De banketbakkersroom moet afgekoeld op het uiteindelijke brooddeeg worden gesmeerd dus begin daar eerst mee.

Spoel een steelpan om met koud water, droog het niet af (werkt namelijk goed tegen aanbranden van de melk… vraag me niet hoe!). Breng de melk met 75 g suiker en het vanilleschraapsel en -stokje in het pannetje aan de kook. Klop met een vork de andere 75 g suiker door de eidooiers, en doe dan hetzelfde met de bloem. Zodra de melk kookt vis je het vanillestokje eruit en klop je iets van de hete melk door de eidooiers. Kan met vork of garde. (Ik moet dan altijd denken aan het “familie maken”, zoals Rudolph van Veen dat noemt. Het is om te voorkomen dat je eidooiers gelijk stollen als je ze bij de hete melk zou doen!) Dan het eidooiermengsel bij de rest van de melk in het pannetje gieten en breng het al roerend weer aan de kook. Op niet te hoog vuur want dan brandt je vla aan, dus blijf regelmatig roeren gedurende de 3 minuten waarin je de banketbakkersroom gaart. Spoel dan een grote schaal of een dienblad met opstaande rand om met koud water, droog niet af, en giet de room erop. Goed uitsmeren, dan koelt het beter af. Afdekken met huishoudfolie zodat er geen vel op komt. Goed laten afkoelen. Ik zette mijn ovenschaal in een gootsteen met koud water. Als je warme room op je koele brooddeeg mikkert wordt het een grote smeerboel om er de broodjes van te vormen!

Kneed voor het brooddeeg de boter, gist, melk, bloem, suiker(s), kaneel, ei en het zout door elkaar. Niet te lang kneden. Daarna in huishoudfolie in de koelkast leggen en een half uurtje laten liggen. Tegen die tijd is de banketbakkersroom waarschijnlijk ook wel wat koeler. Meng ondertussen de rozijnen met de kaneel en bruine suiker, masseer er de boter door. Voeg nog meer van het een of ander toe naargelang je smaakpapillen ingeven. Het wordt toch wel lekker. Rol na dat halve uur je deeglap uit tot een flinke rechthoek, waarbij het deeg in mijn geval een dikke 0,5 cm was. Smeer er de room over uit maar houd één uiteinde van je deeglap vrij van room. Daar komt straks de naad van de deegrol. Ik had teveel banketbakkersroom. Het werd een dikke laag room die het oprollen en snijden bemoeilijkte, dus kijk even of je dat ziet zitten. Zo nee, houd het dan bij een beschaafd dun laagje. Strooi daar dan weer de rozijnvulling overheen. Rol dan de deeglap op in de richting van de roomvrije kant. Bij mij werd dit een grote smeerzooi. Als dat jou ook gebeurt: geeft niks, komt goed. Want snijd daarna de rol in plakken van 2-3 cm en leg die op een bakplaat om, losjes bedekt met huishoudfolie, 30-40 minuten te rijzen. Eenmaal op de bakplaat modelleerde ik de broodjes weer in een ronde vorm, propte ik er nog wat rozijnen in, kledderde ik de banketbakkersroom terug tussen de deeglagen, en forceerde ik het spul net zo lang totdat alle broodjes op de bakplaat pasten.

Bak de broodjes af op 220 graden. Mij kostte het 30 minuten baktijd maar ga liever af op of ze er goudbruin uitzien. Haal ze dan uit de oven en bestrijk ze voor extra glans met een laagje verwarmde abrikozenjam. Je kunt ook kiezen voor een drizzle witte glazuur: meng een paar eetlepels poedersuiker met een beetje water, en druppel daar zo nodig voorzichtig wat water bij, net zo lang tot het glazuur lekker smeert. Laat dit dan vanaf een lepel over je broodjes lopen.

Tip: extra mooi bruin en een crunchy laagje er bovenop? Kwast de broodjes voor de rijs in met een ei losgeklopt met iets water, en besprenkel ze met suiker. Kwast ze na het rijzen nog eens in met het eimengsel en bak ze dan af.

Recept aangepast naar een uit “De banketbakker” van Cees Holtkamp.

Amaretti di niet-grappa

Sinds ons televisiezenderpakket kookkanaal “24kitchen” rijker is, ben ik verslingerd aan het bakprogramma van Rudolph van Veen, Rudolph’s Bakery. Er kwamen afgelopen week italiaanse koekjes voorbij, amaretti di grappa, een soort amandelkoekjes met botercreme en chocolade. Nu heb ik geen grappa in huis maar ik had nog wel een restje botercreme in de vriezer liggen en een doosje amandelen in de keukenla. Dus aan de slag!

Bereidingswijze en ingrediënten
Het deeg is niet zozeer deeg alswel smeuïge amandelpuree die je wat laat uitdrogen. Op 100 gram amandelen gaat 250 gram suiker. Dit samen in de foodprocessor aan gruis malen en het binden met nét genoeg eiwit dat je het idee hebt de massa middels een spuitzak te kunnen spuiten. Doe dat dan vervolgens en spuit kleine rondjes. Met voorgenoemde hoeveelheden heb ik een hele bakplaat vol gekregen. Bestuif alles met poedersuiker en laat het dan 12 uur drogen. Mijn koekjes zien er zo bruin uit omdat ik amandelen met het velletje er nog om heb gebruikt.

Ik had nog botercreme in de vriezer. Wat ik Rudolph zag doen was een hoeveelheid boter met poedersuiker mengen, maar daarvan weet ik de hoeveelheden niet. Ook deed hij er een scheutje grappa door. Het kan ook met rum. In beiden had ik niet zoveel trek, dus ik houd het alleen bij de botercreme. Verwarm de oven tot 220 graden. Plaats dan de koekjes 4 minuten in de oven totdat ze nét bruin zijn. (Ja, en hier ben ik met mijn bruine amandelen dus in het nadeel.) Blijf er het liefst even bij staan dus. Haal ze dan uit de oven en laat ze afkoelen. Spuit op een vel bakpapier een zelfde soort rondjes met de botercreme als dat je met het amandeldeeg gedaan hebt. Plaats dan de koekjes óp de toefjes botercreme (niet té hard drukken) en laat het geheel even opstijven in de vriezer zodat je het geheel van het bakpapier kunt halen zonder gelijk de boel kapot te maken. Laat in een kom chocolade smelten. Zodra de boter hard is, haal je voorzichtig de koekjes-met-botercreme van het bakpapier en doop je het in de gesmolten chocolade zodat de botercreme niet meer zichtbaar is. Plaats het dan weer op bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Pompoenmuffins

Ik had een stuk pompoen over (na geroosterde pompoen en pompoenpasta was ik er wel klaar mee) en een recent geopend blik dulce de leche (opengetrokken in een bui van behoefte aan ZOET). Bij de Xenos trof ik een siliconen muffinvorm, type herfstblaadjes, en van het één kwam het ander: pompoenmuffins!

Mijn vorige muffinexperiment was qua smaak geslaagd, alleen qua vorm niet echt. Deze keer had ik daarom nóg meer aandacht voor zo min mogelijk in het beslag roeren.

pompoen

muffinbeslag

blaadjesvorm

pompoenmuffin

Het pompoenvlees probeerde ik eerst nog zacht te krijgen in de oven maar na een uur was ik geen steek verder dus dat heb ik 3 minuten in de magnetron gekieperd. Ze waren precies zoet genoeg, precies gekruid genoeg met koekkruiden, en precies sponzig genoeg. Aanrader!

Het originele recept staat in “1 beslag, 100 muffins“, van Susanna Tee. (Met zo’n naam kan dat ook niet verkeerd gaan.)

Bananabread recept

Dit is één van de klassiekers die ik heb leren bakken tijdens de baking classes voor Amerikaans en Canadees gebak, die ik heb gevolgd op de middelbare school. Dus ik ben nu zes jaar verder, en nog steeds bak ik een paar keer per jaar iets uit die serie! En dat komt omdat ze gewoonweg briljant zijn. Dit recept weet raad met de bruinzwarte bananen, zoals nog wel eens wil voorkomen als de hè-ja-weer-eens-lekker-fruit-eten bui toch tegen blijkt te vallen, en het fruit zo onderhand zelf de fruitschaal uitloopt.

Ingrediënten:
– 420 g bloem
– 160 g suiker
– 2 1/2 tl bakpoeder
– 1/4 tl zout
– 2-3 middelgrote (over)rijpe bananen, geprakt
– 75 g boter (of margarine)
– 2 el melk
– 2 eieren
– 40 g gehakte noten


Bereidingswijze:
De oven voorverwarmen op 175 graden celsius. Meng de helft van de bloem met de suiker, bakpoeder en zout. Doe er de banaan doorheen (die kun je in plaats van te prakken ook heel laten en dan boven de mengkom in stukjes breken.. of in dit geval waarschijnlijk als een plakkerige rommelboel in stukjes knijpen), evenals de boter en de melk. Mix het op de laagste stand totdat alles door elkaar is gemengd, en dan nog op de hoogste stand gedurende 2 minuten. Eieren en andere helft van de bloem erbij, mixen. Tot slot de noten er doorheen roeren. Het beslag in een ingevette bakvorm gieten en 55-60 minuten bakken. Idealiter een nacht laten staan voordat je ‘m aansnijdt. (Dat doe ik natuurlijk niet :P)


Let op, het brood/de cake vult best en volgens mij zou je er ook wel mee kunnen ontbijten. Verder is het niet erg zoet. Daar houd ik persoonlijk wel van, maar als je wél van lekker zoet houdt, zul je er waarschijnlijk meer suiker door moeten doen. Maar de meest fantastische manier om het op te lossen is om een plak brood te besmeren met kersenjam! Dan doet het echt niet onder voor muffins met jam in de bakkerswinkel. Serieus, het is echt, echt heel lekker 🙂

Verder uit deze serie:
carrotcake

Worteltjestaart recept

Komt een konijn bij de bakker. “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” vraagt het konijn. “Nee, sorry,” antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, helaas,” zegt de bakker weer. Het konijn probeert het de volgende dag nog eens, maar ook dan geen worteltjestaart. De bakker is het zat en besluit een worteltjestaart te bakken. En inderdaad, het konijn komt weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Jazeker!” zegt de bakker opgetogen. “Vies hè?!” roept het konijn.

Nou, daar klopt dus he-le-maal niks van! Oordeel zelf en bak je worteltjestaart aan de hand van dit fantastische recept. Carrot cake op zijn best, want de perfecte smeuïgheid is gegarandeerd door gebruik van de zonnebloemolie.

Ingrediënten
Voor de worteltjestaart:
– 150 g bloem
– 220 g suiker
– 1 tl bakpoeder
– 1/2 tl kaneel
– 180 g geraspte wortel
– 120 ml zonnebloemolie
– 2 geklutste eieren

Voor het glazuur:
– 100 g monchou
– 55 g zachte boter
– 1 tl vanille essence (of citroensap, of afhankelijk van je smaak ander sap)
– 125 -250 g poedersuiker (ik gebruik de hele bus, dan ben je er maar vanaf.)

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175 graden.

Meng de droge ingrediënten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder en kaneel. Meng er dan goed de geraspte wortel door, en daarna de olie en de eieren. Beboter een bakvorm en bestuif het met bloem, als er na het bestuiven nog bloem over is, dan kun je dat nog mooi door je beslag heen mixen. Nog even goed mengen en dan in de bakvorm gieten. Bak de taart ongeveer 30-35 min, totdat hij vanbinnen droog is.

Klop met de mixer de roomkaas en de boter met de vanille tot een mooie smurrie. Mix er dan langzaamaan de poedersuiker doorheen, net zo lang totdat het lekker smeerbaar is. Smeer de glazuur over de worteltjestaart uit. En schrans ‘m dan helemaal in je eentje op!

Het gebeurt mij regelmatig dat ik door het formaat bakblik dat ik gebruik een aardige hoeveelheid glazuur overhoud, maar dat laat zich prima invriezen in een diepvrieszak. Dat blijft maanden goed. Dat zorgt ervoor dat je een volgende keer, als je een restje worteltjes hebt, geen extra boodschappen hoeft te doen. Scheelt weer! 🙂

Verder uit deze serie:
bananabread