Ricottataart met pijnboompitten

Deze taart proefde ik vorig jaar september bij Mammoni (“Mammoni, Koken en Eten”, Voor Clarenburg 7 in Utrecht) en ik was diep onder de indruk. Pijnboompitten eet je toch alleen in je sla? En ricotta.. da’s toch kaas? Hoe kun je nou een zoete kaastaart maken?!

Hij is erg machtig, en zo nodig een plaatsvervangende lunch, maar ik wilde hem nog wel een keertje komen eten. Dus toen ik afgelopen zomer op het buitenterras zat, wilde ik Niek dolgraag kennis laten maken met deze taart. Helaas zat hij toen niet in het assortiment maar daar wist Niek wel wat op. Hij vroeg gewoon om het recept. En daar ben ik hem, en het vriendelijke personeel van Mammoni, heel erg dankbaar voor!

De bodem wordt gemaakt van harde wener deeg, ook wel bekend als 1-2-3 deeg, niet vernoemd naar het gemak van het maken (had gekund), maar naar de verhouding van de ingrediënten. Deze bodem bak je in de oven waarna je hem vult met een dikke vla en vervolgens bak je het geheel nog eens verder af. Resultaat: een fantastisch lekkere taart.

Ingrediënten voor de bodem:
– 100 gram witte basterdsuiker
– 200 gram koude boter (zodra je die in de kom doet, in kleine stukjes snijden. Dat kneedt gemakkelijker dan één grote klont.)
– 300 gram bloem
– een snufje zout

Ingrediënten voor de vulling:
– ong. 90 g eigeel (dat kwam bij mij neer op 6 eidooiers)
– 240 g suiker
– 80 g gezeefde loem
– 675 ml melk
– vanille stokjes (minstens anderhalf, maar ik had het idee dat het resultaat er niet naar was en heb dus vanille essence toegevoegd)
– 400 g ricotta (ik heb twee bakjes van 250 g gebruikt)
– pijnboompitten om erover te strooien

Bereidingswijze:
Kneed de ingrediënten voor het deeg tot een samenhangende bal deeg. Doe dit met koele vingers en kneed niet meer dan nodig: door de warmte van je vingers smelt de boter en wordt het deeg plakkerig en onhandelbaar. Wikkel het dan in huishoudfolie en leg het geheel een uur in de koelkast (wederom: hoe kouder het boter in de deeg, des te steviger en handelbaarder het blijft). Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een springvorm in. Haal het deeg uit de koelkast en druk het óf rechtstreeks in de springvorm in model, of rol het op een met bloem bestoven werkblad eerst uit tot een lap, die je daarna in de vorm legt. Ik heb het laatste gedaan en de rand van de springvorm gebruikt als een uitsteekvorm. De randen hoeven niet tot helemaal bovenaan te worden bekleed. Kreukel dan lichtjes een groot stuk aluminiumfolie of bakpapier, leg dat op het deeg en vul de vorm met bonen, linzen, rijst, of ander droog spul wat een beetje gewicht heeft. Dat zorgt ervoor dat je bodem zijn vorm behoudt. Bak hem dan op deze manier 10 minuten “blind”. Haal daarna voorzichtig de vulling en het folie eruit, en bak de bodem dan nog eens 20 minuten. Laat de oven daarna afkoelen tot 150 graden.

Ik meende dat ik de springvorm met bakpapier moest bekleden, vandaar.. Let maar niet op mij 😉

Verwarm de melk met vanillemerg en -stokjes maar laat het niet koken. Meng het eigeel en de suiker in een kom tot een lichte, romige massa. Roer er de bloem doorheen. Vis dan de vanillestokjes uit de melk en schenk de helft bij de ingrediënten in de kom. Voeg ook de ricotta er aan toe en mix er een glad geheel van. Schenk dat terug bij de warme melk en verwarm alles totdat het een dikke vla is. Blijf regelmatig roeren om aanbranden te voorkomen!


Let vooral ook op de fantastisch retro handmixer die ik bij het uit huis gaan heb meegekregen.

Giet de vla op je afgebakken taartbodem en strooi er royaal pijnboompitten over. Bak de taart een uur op 150 graden. Klaar! De taart vult als een baksteen dus serveer het taart in smalle punten.

Natuurlijk smaakt deze taart het best als je met goed gezelschap bij Mammoni koffie zit te drinken, maar als je nooit in Utrecht komt, dan komt deze taart ook op je eigen zitbank goed tot z’n recht.