Drie manieren om pastinaak te eten

Dit voorjaar had ik mijn vader overgehaald voor mij pastinaken te zaaien. Want het werd tijd voor een lijvig onderzoek van de pastinaak! Sinds begin deze maand staat er in mijn vaders tuin een lange rij met dik, groen loof, en is er geen ontkomen meer aan: we kunnen aan de pastinaak! Hier geef ik drie manieren waarop je pastinaken kunt eten.

Uit de oven
Ik denk het meest gangbaar en de veiligste optie. Combineer het vooral ook met andere groenten, bij voorkeur aardappel maar ook (winter)wortel, ui, knoflook of spruitjes. Snijd alles in hapklare stukken en kook ze eventueel een paar minuten voor. Dan alles in een ovenschaal, olijfolie, zout en rozemarijn erover, en drie kwartier later zijn je groenten klaar.

aardappel, pastinaak en wortel uit de oven

Aardappel, pastinaak (die lichte stukken groente) en wortel uit de oven

Resultaat?
Pastinaak. Uit de oven. Persoonlijk vind ik het wel lekker als groenten die wat drogere, knapperige buitenkant hebben. Maar de binnenkant liegt er niet om: pastinaak! Dus zorg dat je er het nodige zout over strooit zodat de smaak wat wordt opgehaald.

Met tagliatelle
Zo had ik het een paar jaar geleden ook klaargemaakt, volgens recept van Jamie O. Er stond me niks van bij dus heb ik het nu wéér gemaakt. Dat gaat als volgt: je snijdt de pastinaak in blokjes en kookt die even voor. Je bakt pancetta uit, snijdt die in reepjes, en kookt ondertussen wat tagliatelle. Frut er nog wat takjes rozemarijn overheen, en klaar ben je.

tagliatelle met pancetta en pastinaak

Tagliatelle met pancetta en pastinaak

Resultaat?
Als je het recept van Jamie tot op de letter nauwkeurig volgt, dan eindig je naar mijn smaak met teveel pastinaak. Apart, want het ene moment lijken ze weinig smaak te hebben, het volgende moment, in een gerecht als deze, steken ze gewoon scherp af tegen de zachte, matte smaak van de tagliatelle. Eén blokje per vork tagliatelle en je hebt een goede verhouding te pakken. Best lekker1

Maak er soep van
Volgens het recept mocht de soep best wat structuur hebben. Dus ik ben eropaf gegaan met de staafmixer en heb het gepureerd tot het de consistentie van een babyhapje had. Ik heb meerdere malen wat water toegevoegd, maar ik kreeg het hoe dan ook niet zijdeachtig.

Pastinaaksoep met sjalotjes

Pastinaaksoep met sjalotjes

Resultaat?
Ook hier staat er maar deze ene smaak centraal. Daarom serveerde ik het volgens recept met gekaramelliseerde sjalotjes. Dat was dan ook gelijk het hoogtepunt.

Eindoordeel: de pastinaak
Een 7. Het is een prachtige groente om te zien, dat staat vast, en ook de geur is veelbelovend: een zweem van winterwortels met nét iets extra’s. Alleen maakt de smaak dat niet helemaal waar en heeft het in mijn ogen altijd iets extra’s nodig om er wat extra jeux aan te geven. Maar mocht je nou juist van pure, eenvoudige smaken houden, dán is de pastinaak natuurlijk zeker jouw groente. En hoe dan ook een dikke zoen voor mijn vader, die ze liefdevol in zijn groententuin heeft geteeld.

Pompoenmuffins

Ik had een stuk pompoen over (na geroosterde pompoen en pompoenpasta was ik er wel klaar mee) en een recent geopend blik dulce de leche (opengetrokken in een bui van behoefte aan ZOET). Bij de Xenos trof ik een siliconen muffinvorm, type herfstblaadjes, en van het één kwam het ander: pompoenmuffins!

Mijn vorige muffinexperiment was qua smaak geslaagd, alleen qua vorm niet echt. Deze keer had ik daarom nóg meer aandacht voor zo min mogelijk in het beslag roeren.

pompoen

muffinbeslag

blaadjesvorm

pompoenmuffin

Het pompoenvlees probeerde ik eerst nog zacht te krijgen in de oven maar na een uur was ik geen steek verder dus dat heb ik 3 minuten in de magnetron gekieperd. Ze waren precies zoet genoeg, precies gekruid genoeg met koekkruiden, en precies sponzig genoeg. Aanrader!

Het originele recept staat in “1 beslag, 100 muffins“, van Susanna Tee. (Met zo’n naam kan dat ook niet verkeerd gaan.)

Vis in zoutkorst

Da’s ook al zoiets: “vis in zoutkorst”. Ik kon me alleen maar voorstellen hoe ik dan na veel prutsen een half rauwe vis in een grote zoutklomp zou vinden. Een klomp bovendien die ik eerst vakkundig moest kapot slaan met een hamer. Ik houd er niet van om ontzettend gewicht te doen over eten, zoals de rest van Nederland dat soms nodig schijnt te vinden, maar nee, een vis in het zout bakken, daar moet je toch wel een beetje culinair klaar voor zijn. En dat waren wij enkele weken geleden. Hier in Utrecht kocht ik bij de zeer vriendelijke en behulpzame visboer aan het begin van de Amsterdamsestraatweg een hele dorade, de ingewanden eruit en ontschubd en al. Dat laatste hoefde achteraf gezien niet want als je de vis in zout bakt, eet je de huid toch niet op.

Ik heb echt veel plezier gehad van het klaarmaken ervan (ja, zoiets simpels, dat kan je soms zo gebeuren, hè?) en het was leuk om het eens anders dan anders te doen. Het originele recept van inspiratiebron Jamie Oliver is terug te vinden op jamieoliver.com, ik heb er gewoon een beetje mee lopen aanrommelen 😉

Ingrediënten:
– één vis naar keuze
– 1 kg grof zout
– 2 eiwitten
– kruiden naar keuze (ik koos voor een paar sprieten tijm)

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop de eiwitten stijf in een vetvrije kom (kom dus goed afwassen of ontvetten met een halve citroen). Spatel ze dan door de kilo zout. Leg een laagje zout in een ovenschaal en leg er de vis, ietsje ingewreven met olijfolie, erop en stop de kruiden in de buik.

Doe dan de rest van het zout op de vis en maak er een mooi aangeklopt bergje van. Plaats het geheel 25 minuten in de oven. De oventijd is afhankelijk van het gewicht van de vis en die is vast wel op het internet te vinden. Haal daarna de vis uit de oven en laat hem nog zo’n 10 minuten staan.

Daarna kun je de zoutkorst kapot breken en de vis eruit halen. Het vel neem je gemakkelijk mee bij het zout verwijderen dus pas op dat je dan niet per ongeluk een hele partij zout op de ontvelde vis brengt: het mooiste is als je de vis huid- én zoutloos op je bord weet te krijgen.

En wat vond ik ervan?
Lekker! De vis blijft heel mals en hij smaakt ook erg lekker. Een hele makkelijke manier om je vis redelijk gegarandeerd lekker op je bord te krijgen. Deze methode is dus een blijvertje.

Worteltjestaart recept

Komt een konijn bij de bakker. “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” vraagt het konijn. “Nee, sorry,” antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, helaas,” zegt de bakker weer. Het konijn probeert het de volgende dag nog eens, maar ook dan geen worteltjestaart. De bakker is het zat en besluit een worteltjestaart te bakken. En inderdaad, het konijn komt weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Jazeker!” zegt de bakker opgetogen. “Vies hè?!” roept het konijn.

Nou, daar klopt dus he-le-maal niks van! Oordeel zelf en bak je worteltjestaart aan de hand van dit fantastische recept. Carrot cake op zijn best, want de perfecte smeuïgheid is gegarandeerd door gebruik van de zonnebloemolie.

Ingrediënten
Voor de worteltjestaart:
– 150 g bloem
– 220 g suiker
– 1 tl bakpoeder
– 1/2 tl kaneel
– 180 g geraspte wortel
– 120 ml zonnebloemolie
– 2 geklutste eieren

Voor het glazuur:
– 100 g monchou
– 55 g zachte boter
– 1 tl vanille essence (of citroensap, of afhankelijk van je smaak ander sap)
– 125 -250 g poedersuiker (ik gebruik de hele bus, dan ben je er maar vanaf.)

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175 graden.

Meng de droge ingrediënten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder en kaneel. Meng er dan goed de geraspte wortel door, en daarna de olie en de eieren. Beboter een bakvorm en bestuif het met bloem, als er na het bestuiven nog bloem over is, dan kun je dat nog mooi door je beslag heen mixen. Nog even goed mengen en dan in de bakvorm gieten. Bak de taart ongeveer 30-35 min, totdat hij vanbinnen droog is.

Klop met de mixer de roomkaas en de boter met de vanille tot een mooie smurrie. Mix er dan langzaamaan de poedersuiker doorheen, net zo lang totdat het lekker smeerbaar is. Smeer de glazuur over de worteltjestaart uit. En schrans ‘m dan helemaal in je eentje op!

Het gebeurt mij regelmatig dat ik door het formaat bakblik dat ik gebruik een aardige hoeveelheid glazuur overhoud, maar dat laat zich prima invriezen in een diepvrieszak. Dat blijft maanden goed. Dat zorgt ervoor dat je een volgende keer, als je een restje worteltjes hebt, geen extra boodschappen hoeft te doen. Scheelt weer! 🙂

Verder uit deze serie:
bananabread

Crème brûlée

Gisteren had ik de smaak in de keuken goed te pakken. ’s Avonds zouden we zelf pizza’s maken maar voordat ik met de deegroller het pizzadeeg te lijf ging, heb ik me nog op het maken van crème brûlée gestort. Gebrande room. Komt-‘ie:

Ingrediënten:
– merg van één stokje vanille
– 200 ml slagroom
– 200 ml melk
– 4 eidooiers (de eiwitten had ik gebruikt voor de meringue, dus wellicht zijn deze twee nagerechten goede suggesties voor de kerstdagen?)
– 80 g suiker
– suiker om te caramelliseren

Bereidingswijze:
De oven voorverwarmen op 125 graden. Meng (en niet mix! dan komen er belletjes in je vla en dat hoeft/moet niet, dus dit mengen mag gerust losjes met een garde en daarbij hoef je dan niet eens hard je best te doen…) de eidooiers met de suiker goed door elkaar. De slagroom met de melk en zowel merg als vanillestokje in een pannetje doen en tot aan de kook brengen. Vanillesmaak zit namelijk niet alleen in het merg, maar ook in het stokje zelf. Daarbij helpt het vet uit de melk en slagroom om de aroma’s eraan te onttrekken. Als het bijna kookt, het vuur laag draaien en het geheel nog zo’n 5-10 minuten laten trekken. Daarna de vanillestokjes uit de warme vanille-melk-room vissen en met een garde door de eieren met suiker kloppen en dat een minuutje blijven doen. De suiker lost dan op in de rest van het mengsel. Je kunt het mengsel de volgende dag gaan bakken of direct gebruik maken van de al warme temperatuur. De vla gaat dus in schaaltjes, en die weer in een schaal met warm water. Het geheel plaats je vervolgens in de oven.

Au bain-marie
Waar die schaal met heet water op slaat? Het op deze manier au bain-marie bereiden van de crème zorgt ervoor dat het langzaam kan garen zonder warmer te worden dan 100 graden. Als de vla namelijk boven het kookpunt komt, kunnen de eiwitten gaan stollen. En dat verprutst een beetje de structuur van je vla/crème.

Het recept gaf 45 minuten oventijd op, maar toen was het bij mij nog steeds een en al vla, dus ik heb het er in totaal 1 uur 15 minuten in gehad. Het moet in ieder geval een beetje stevig zijn. Eenmaal uit de oven de crème laten afkoelen en dan nog een paar uurtjes in de koelkast zetten.

Karamelliseren
Vlak voor het opdienen er suiker overheen strooien en die onder de grill karamelliseren. Ik had dat, bij gebrek aan zo’n speciaal brandertje, nog even geprobeerd met de verfafbrander. Ik ben zo gek als een vliegtuig, ik weet het. Het apparaat blies weliswaar flink warme lucht, maar het blies tegelijkertijd de suiker ongeveer weg. Dus ik heb alsnog de grill aangezet. Nu is het bij crème brûlée de truc om de vla koud te houden terwijl het karamellaagje natuurlijk warm is, maar daarover verschillen de meningen. Je kunt ze namelijk ook een paar uur van tevoren karamelliseren. Daartoe kun je de schaal in een grotere schaal met ijsblokjes zetten en hem dan onder de grill zetten. Heb ik niet gedaan, waardoor de vla dus ook warm was. Daarmee moet je wel erg uitkijken: tegen de tijd dat de suiker is gekaramelliseerd, kookt de crème ook! Als je eenmaal de karamel erop hebt, zet de toetjes dan niet terug in de koelkast. Door de condens wordt het knapperige laagje minder lekker. En dat is dus niet de bedoeling.

Nog een kanttekening bij het recept is dat de vla nogal dun bleef. Wel stevig genoeg om niet uit te lopen, maar wel makkelijk te eten. Misschien kun je dus naar behoeven nog wat experimenteren met bovenstaande verhoudingen tussen de melk en slagroom en de eidooiers (zie ook verder).

(Toevoegingen december 2009)
Crème brûlée te dun?

Om te voorkomen dat het te dun zou zijn, heb ik onlangs op 200 ml slagroom 175 ml melk gebruikt. En dat leek prima te werken, zeker nadat het was afgekoeld en verder opgestijfd. Maar wat ik net in een instructiefilmpje zag, is dat het vooral draait om de verhouding ten opzichte van de eidooiers: hoe meer dooiers je gebruikt, des te steviger het resultaat. Nouja, als je minder melk of slagroom gebruikt dan zit er natuurlijk ook relatief meer eidooier in.

Crème brûlée schaaltjes/brander
Recent heb ik nogmaals crême brulée gemaakt en had ik bij de HEMA zo’n pakket had gekocht waar ook een brander bij zat. Ik weet niet of de HEMA momenteel nog steeds die pakketten verkoopt maar mij kostte een doos met 4 schaaltjes en een brander 16 euro. Overigens gebruik ik ook wel andere schaaltjes, van roodbruin aardewerk. Die zijn wat platter maar die lenen zich ook uitstekend voor crème brûlée. Onder andere te koop bij Dille en Kamille.

Meringue

Ingrediënten:
– voor de meringue: 3 eiwitten en 150 gram (witte) suiker
– voor de garnering: een zakje notenmix van Dr. Oetker (gehakte walnoten, hazelnoten en amandelen) en een reep chocola met bijv. 72% cacao
– voor een mokkasmaakje: twee theelepels oploskoffie

Bereidingswijze:
Meringues. Kind kan de was doen, eerlijk. Grote kans dat je de ingrediënten al gewoon in huis hebt! Verwarm de oven voor op 100 graden. Om eiwitten flink stijf te kunnen kloppen schijn je er voor te moeten zorgen dat je beslagkom vetvrij is. Ik heb hem dus voor de zekerheid met gloeiend heet water en afwasmiddel omgespoeld.

Scheid de eiwitten van de eidooiers met behulp van de twee halve eierschalen (echt alléén het eiwit), doe ze in de kom en mix je helemaal suf totdat pieken eiwit als met gel gestyled haar blijft staan. Mix er dan beetje bij beetje de suiker door totdat je die niet meer terug vindt. Dit is dan ook het moment om er de eventuele oploskoffie doorheen te mixen. Uiteindelijk heb je een heerlijk zoete, witte smeuïge meringue-substantie. Leg een stuk bakpapier op een bakplaat en klaai daar je meringuebeslag op. Niet te dun uitsmeren, het mag best een grote klodder blijven! Bak het een uurtje in de oven. Kijk naarmate de tijd vordert regelmatig of het baksel bruin wordt. Dat was bij mij het geval, en dat beïnvloedt de smaak wel een beetje (maar dat kwam ook omdat ik de oven op 150 graden had staan – niet meer doen!). Een goede meringue hoort gewoon WIT te blijven en een verkleurende meringue betekent dat de oven te warm staan.

Zodra je hem uit de oven haalt is de buitenkant hard maar de binnenkant nog zacht en warm. Breek de chocoladereep in stukjes en druk overal een stukje chocola in de meringue. Dat smelt dan binnen een ommezien, waarna je het eventueel verder over de meringue uit kunt smeren met (de achterkant van) een (thee)lepel. Strooi er tot slot de gehakte nootjes overheen.

Meringues zijn ook heel geschikt om te gebruiken als ware het een serveerschaal. In dat geval moet je het beslag zó op het bakpapier spatelen dat het aan de randen wat hoger is dan in het midden. In dat midden kun je dan vruchten met slagroom serveren, of wat je dan ook maar lekker lijkt. (Google maar eens op pavlovataart..) Pindakaas met jam ofzo. Of gehaktballen…

(Een nog lekkerdere versie vind je hier, naar recept van Jamie Oliver, “Kook met Jamie”.)