Stoofpeertjes

De dagen worden kouder, natter en donkerder. Niks maak ’s avonds dan zo behagelijk als een grote schaal stoofperen! De laatste keer dat ik ze maakte, gebruikte ik de volgende hoeveelheden en voegde ik eens laurier en kruidnagels toe. Het zorgt voor een heerlijk kruidige smaak zonder teveel aanwezig te zijn! Dat had ik veel eerder moeten doen! En voor zowel kleur als smaak nam ik bramengelei. Dat geeft een prachtige kleur en een iets friszure hint als tegenhanger van al het zoete geweld.

Ingrediënten:
– 16 peren
– 2 1/2 pijpje kaneel
– 125 g bruine suiker
– duim water (zalig triviale maat, dat..)
– 4 dikke el bramengelei
– 1 blad laurier
– 4 kruidnagels

Bereidingswijze:
Schil de peren, halveer ze en ontdoe ze van hun klokhuis. Doe ze samen met de suiker, het water en de bramengelei in een pan. Steek de kruidnagels in het laurierblad (zo vind je ze makkelijk terug) en steek ze samen met de pijpjes kaneel op strategische plekken tussen de peertjes. Breng het geheel aan de kook en zet dan het pitje zo laag mogelijk. De kooktijd hangt vervolgens ook af van de grootte van de peertjes. Kleintjes zijn met 45 min wel klaar (peil het af en toe eens door met een schilmesje in een peertje te prikken: geeft het makkelijk mee, dan zijn je peertjes goed), grotere peren 1-1,5 uur, en hele peren nog iets langer.

Als je de gare peertjes uit de pan haalt kun je het overgebleven vocht laten inkoken tot een wat dikkere siroop. Wil je sneller een dikkere saus, maak het dan aan met een klein beetje maizena of custardpoeder. De siroop eventueel overgieten in een feestelijk kannetje, de peertjes op een mooie schaal, en klaar is je prachtige nagerecht! Zowel koud als warm lekker met (zelfgemaakte custard)vla of een bolletje ijs.

Zuurkoolschotel met gehakt, spekjes en ananas

Mijn moeder is een absolute ster in het maken van deze schotel. Dus toen ik haar zondag belde voor instructies, wist ik al dat het resultaat vast niet zo lekker zou worden als wanneer zij het maakt. Maar dat is vast een kwestie van oefenen. Onderstaand recept is voor 2 personen, maar ik heb er nog een éénpersoons restje aan overgehouden.

Ingrediënten:
– aardappelpureeZuurkoolschotel
– pakje zuurkool
– klein pakje gehakt
– pakje spekjes
– blikje met vier ananasschijven, maar vers is misschien nog lekkerder
– paneermeel
– eventueel een beetje boter en melk voor de aardappelpuree
– peper en zout

Oven voorverwarmen op 180 graden en vet een ovenschaal in waarvan je denkt dat alles erin past. Ik nam een wat vierkante, hoge ovenschaal. Kook de zuurkool volgens de instructies op de verpakking, ga anders voor een half uur en proef het daarna, en kook de aardappels apart. Als de zuurkool klaar is, laat hem dan goed uitlekken omdat je anders uiteindelijk met één grote kleffe rommel in je ovenschaal zit opgescheept. Hetzelfde geldt voor het gehakt. Bak het rul en leg het, zo goed mogelijk uitgelekt, onderin je ovenschaal. Als er dan toch nog vocht uitkomt, dan trekt dat in ieder geval niet in een laag groente er onder! Bak de spekjes. Als de aardappels gaar zijn moet je er aardappelpuree van maken. Ook daarvoor geldt: maak wat je lekker vindt. Persoonlijk vind ik het zalig als de puree zó zacht is dat je het bijna door rietje kunt eten, Niek houdt graag iets over om op te kauwen. Ik had er maar weer even de staafmixer bijgepakt en de aardappels met een klein klontje boter en een scheutje melk tot puree gepureerd, je kunt het nog op smaak brengen met peper en zout. (Edit 24-11-2012: ik heb onlangs van mijn moeder een pureeknijper gekregen en voortaan maak ik daar de puree mee!) Schep (in mijn geval) de helft van je aardappelpuree in een laag over het bodempje gehakt, verspreid daarover de zuurkool en doe daar de spekjes bovenop. Besluit het geheel met de rest van de aardappelpuree en strooi er beetje paneermeel over. Leg daar bovenop de schijven ananas, en Bob’s your uncle/Fanny’s your aunt! Schuif de schaal voor 45 minuten de oven in, of nog iets langer, totdat de bovenkant mooi lichtbruin is. Pas op dat de ananas niet té bruin wordt, zoals op de foto, hoewel de ananas met een beetje zwarte peper erg lekker smaakt 😉

Eigen pizza’s: niet moeilijk, erg lekker


Eerst basilicum, en nu zelf pizza’s. Muteren en transformeren wij langzaam maar zeker in zelfvoorzienende groengekken?! Wie weet. Maar je eigen pizza maken is lang zo moeilijk niet en doet qua smaak zeker niet onder voor eentje uit de winkel. Bovendien heb je zelf de hand in wat je erop doet: weinig vet, veel groenten, alles kan.

Benodigdheden:
– pak Honig pizzadeeg
– pizzasaus (uit: “Thuis bij Jamie”, momenteel 29,99 tweedehands op bol.com): bak knoflook aan, voeg er dan gepelde tomaten en basilicum aan toe en breng alles aan de kook.

Daarna de saus zeven, terug in de pan doen en weer aan de kook brengen.
– beleggen met: ham, salami, Goudse, mozzarella, parmigiano, champignons, paprika, rode ui of (nadat het gebakken is) rucola.

Easy! 🙂

Edit november 2015:
Inmiddels maak ik zelf regelmatig pizza’s. Veel werk? Welnee! In de tijd dat het deeg staat te rijzen snijd je je toppings alvast. De tomatensaus maak ik tegenwoordig in zulke hoeveelheden dat ik altijd wel een zakje in de vriezer heb liggen. En bak je je pizza’s op een pizzasteen, dan ben je 8 minuten per pizza kwijt.

Bron: jamieoliver.com (en eerlijk gezegd snap ik niet waarom het recept daar maar 3 sterren krijgt, het kan namelijk echt niet beter!

Hachee

Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Hachee! Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk über lekker.

Hachee
Ingrediënten:
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/2 el bruine suiker
– 1 el bloem
– 250 ml rundvleesbouillon
– 1 el azijn
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje, of 2 kleine

Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een klont boter in een braadpan en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover en laat die even bruin aanbakken. Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n petiterig gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het orginele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt. Op een heel klein pitje mag het langer de tijd krijgen, je zou het vlees ook in een oven op 80 graden 3-4 uur kunnen braden! Da’s pas wat je noemt “slow cooking”. Proef gewoon regelmatig om te kijken hoe het er voor staat.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote.