Koffiebroodje met kaneel, rozijnen en banketbakkersroom

Ik had plots zin in een koffiebroodje. Of eigenlijk een Zweedse kanelbullar zoals we die in Stockholm aten. Maar ik kon me heugen dat ze afgezien van de donkere suiker-en-kaneel-vulling ook een beetje droog waren. Zoals koffiebroodjes eigenlijk altijd zijn. Toch? Dus daar moest ook nog een klassieke kleffe component bij: banketbakkersroom. En rozijnen. I want it all! En plots deed ik maar wat met de vulling. Smaakte schitterend!

koffiebroodje Smaakt beter dan het eruit ziet.

Ingrediënten:
– 50 g zachte roomboter en 50 g zachte margarine (in de hoop dat dat iets beter is dan 100 g roomboter.. but who am I kidding?! 100 g roomboter is lekkerder!)
– 7 g gedroogde gist
– 180 ml lauwe melk (niet heet, dan gaat de gist dood)
– 500 g tarwebloem
– 25 g witte basterdsuiker
– 1 el bruine suiker (last minute ingeving)
– 1 tl kaneel (ook op de bonnefooi)
– 1 ei
– 5 g zout (er circuleert ook een recept met 10 g maar dat vond ik wat te gortig)

Voor de vulling en afwerking
– banketbakkersroom:
x 500 ml melk
x 1 vanillestokje, zaadjes eruit geschraapt en stokje zelf ook bewaren
x 150 g kristalsuiker (verdeeld over 2×75 g)
x 4 eidooiers
x 2 el tarwebloem
– 150 gram rozijnen (of meer, of chocola, of noten, of cranberries, of…)
– 2 el kaneel
– flinke klont roomboter
– 75 g bruike suiker (kan ook meer of minder zijn geweest)
– 1 el abrikozenjam en/of poedersuiker

Bereidingswijze:
De banketbakkersroom moet afgekoeld op het uiteindelijke brooddeeg worden gesmeerd dus begin daar eerst mee.

Spoel een steelpan om met koud water, droog het niet af (werkt namelijk goed tegen aanbranden van de melk… vraag me niet hoe!). Breng de melk met 75 g suiker en het vanilleschraapsel en -stokje in het pannetje aan de kook. Klop met een vork de andere 75 g suiker door de eidooiers, en doe dan hetzelfde met de bloem. Zodra de melk kookt vis je het vanillestokje eruit en klop je iets van de hete melk door de eidooiers. Kan met vork of garde. (Ik moet dan altijd denken aan het “familie maken”, zoals Rudolph van Veen dat noemt. Het is om te voorkomen dat je eidooiers gelijk stollen als je ze bij de hete melk zou doen!) Dan het eidooiermengsel bij de rest van de melk in het pannetje gieten en breng het al roerend weer aan de kook. Op niet te hoog vuur want dan brandt je vla aan, dus blijf regelmatig roeren gedurende de 3 minuten waarin je de banketbakkersroom gaart. Spoel dan een grote schaal of een dienblad met opstaande rand om met koud water, droog niet af, en giet de room erop. Goed uitsmeren, dan koelt het beter af. Afdekken met huishoudfolie zodat er geen vel op komt. Goed laten afkoelen. Ik zette mijn ovenschaal in een gootsteen met koud water. Als je warme room op je koele brooddeeg mikkert wordt het een grote smeerboel om er de broodjes van te vormen!

Kneed voor het brooddeeg de boter, gist, melk, bloem, suiker(s), kaneel, ei en het zout door elkaar. Niet te lang kneden. Daarna in huishoudfolie in de koelkast leggen en een half uurtje laten liggen. Tegen die tijd is de banketbakkersroom waarschijnlijk ook wel wat koeler. Meng ondertussen de rozijnen met de kaneel en bruine suiker, masseer er de boter door. Voeg nog meer van het een of ander toe naargelang je smaakpapillen ingeven. Het wordt toch wel lekker. Rol na dat halve uur je deeglap uit tot een flinke rechthoek, waarbij het deeg in mijn geval een dikke 0,5 cm was. Smeer er de room over uit maar houd één uiteinde van je deeglap vrij van room. Daar komt straks de naad van de deegrol. Ik had teveel banketbakkersroom. Het werd een dikke laag room die het oprollen en snijden bemoeilijkte, dus kijk even of je dat ziet zitten. Zo nee, houd het dan bij een beschaafd dun laagje. Strooi daar dan weer de rozijnvulling overheen. Rol dan de deeglap op in de richting van de roomvrije kant. Bij mij werd dit een grote smeerzooi. Als dat jou ook gebeurt: geeft niks, komt goed. Want snijd daarna de rol in plakken van 2-3 cm en leg die op een bakplaat om, losjes bedekt met huishoudfolie, 30-40 minuten te rijzen. Eenmaal op de bakplaat modelleerde ik de broodjes weer in een ronde vorm, propte ik er nog wat rozijnen in, kledderde ik de banketbakkersroom terug tussen de deeglagen, en forceerde ik het spul net zo lang totdat alle broodjes op de bakplaat pasten.

Bak de broodjes af op 220 graden. Mij kostte het 30 minuten baktijd maar ga liever af op of ze er goudbruin uitzien. Haal ze dan uit de oven en bestrijk ze voor extra glans met een laagje verwarmde abrikozenjam. Je kunt ook kiezen voor een drizzle witte glazuur: meng een paar eetlepels poedersuiker met een beetje water, en druppel daar zo nodig voorzichtig wat water bij, net zo lang tot het glazuur lekker smeert. Laat dit dan vanaf een lepel over je broodjes lopen.

Tip: extra mooi bruin en een crunchy laagje er bovenop? Kwast de broodjes voor de rijs in met een ei losgeklopt met iets water, en besprenkel ze met suiker. Kwast ze na het rijzen nog eens in met het eimengsel en bak ze dan af.

Recept aangepast naar een uit “De banketbakker” van Cees Holtkamp.

Stoofperen met effect – review

Een leuk recept voor tijdens de kerstdagen (dus eigenlijk net te laat) maar zeker ook daarbuiten: stoofpeertjes in twee kleuren. Het originele recept vraagt om Gieser Wildeman stoofpeertjes en om gebruik van witte wijn en port. Ik had destijds Brederode stoofperen in de groententas zitten (Brederode peren zijn een wat minder gangbaar ras) en heb de witte wijn vervangen door appelsap, en bramensap gebruikt in plaats van port. Het recept is aangepast voor 2 personen met een liefde voor nagerechten. Het originele recept voor 6 personen vind je hier.

Ingrediënten:
1/4 citroen
1/4 liter appelsap
165 ml water
65 g suiker
1/4 tl kurkuma
1/4 laurierblaadje
4 stoofperen
65 ml bramensap
1/4 el maïzena

Bereidingswijze:
Breng de geschilde peertjes aan de kook met het sap van de citroen, de uitgeknepen citroen zelf, de appelsap, water, suiker en kurkuma (die maakt de peertjes mooi geel). Laat een uur zachtjes koken en laat de peertjes dan afkoelen. Haal de peertjes er eventueel al voorzichtig uit met een lepel en houd het sap apart. Daarmee geef je de peertjes straks nog een glanslaagje. Giet de rest over in kleine glaasjes: een heerlijk kruidige alcoholvrije “punch”!

Zet de peertjes zodra ze zijn afgekoeld in een bakje knus naast elkaar en giet er een bodempje sap in. Laat een nachtje staan. Breng voor het serveren het restje kookvocht weer aan de kook met een klein beetje maizena. Haal de peertjes daar voor het serveren doorheen zodat ze een mooie glans krijgen. Wat mij betreft dan al af maar leuk de peertjes op naar believen: takje munt, paar verse bramen..

PS: wist je dat stoofpeertjes typisch Nederlands zijn en buiten ons land niet bekend zijn? En eerst eens gewone stoofpeertjes koken? Hier vind je het recept.

Hachee voor 2 personen

Dat heb ik gisteren zelf klaargemaakt. Niet uit een pakje, nee, from scratch! (De rode kool kwam wel gewoon uit een potje, zelf prutsen voor twee personen ging me iets te ver..) Het recept komt uit de Allerhande en is aangepast voor twee personen. Als Nieks moeder hachee op tafel zet(te), was ik veelal onder de indruk omdat ik dacht dat het allemaal héél precies kwam en ik dat waarschijnlijk nooit zelf voor elkaar zou krijgen. (Goed, zo achteraf bekeken ís die van haar ook wel lekkerder dan de mijne, maar ik heb natuurlijk nog een jaar of wat nodig om mijn technieken te verfijnen.. *kuch..). Maar ik stond er van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk erg lekker.

Ingrediënten
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/4 el bruine suiker (ja, dat krijg je van recepten halveren.. ik heb er maar gewoon wat bij in gemikkerd want over dat soort dingen wil ik niet al te moeilijk doen..)
– 1/2 tl bloem (weer zo’n maat.. thing is, ik heb geen bloem in huis. Ik ging er dus vanuit dat de bloem bedoeld was om de hele boel een beetje te binden zodat je niet een of andere soep over je rode kool klettert. En ik had wél bindmiddel in huis dus heb ik dat er doorheen gegooid. Dat werkte ook, maar ik had het beter pas op het einde kunnen doen, denk ik..)
– 250 ml rundvleesbouillon (da’s dus 250 ml water en een kwart bouillonblokje..)
– 1 1/2 el azijn (ja, of gewoon een mooie scheut..)
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje (vond het een raar idee om een heel pakje blaadjes te kopen om er maar één van te gebruiken, dus ik heb mooi 1 1/2 blaadje gebruikt.. je moet die kruidnagels per slot van rekening toch ook érgens in kwijt?)

Bereidingswijze
Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een stukje boter in een braadpan (bij voorkeur zo’n “rooie pan”, de zware bodem verdeelt de warmte goed en houdt die ook goed vast) en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover. (In het originele recept staat dan dat je moet wachten tot het lichtbruin kleurt, maar ik zou niet weten hoe dat gaat omdat ik dus bindmiddel heb gebruikt, en dat werd vrijwel direct opgenomen door het braadvocht..) Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n mooi klein gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het originele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote. Zalig 🙂

Edit 4 januari 2014:
Inmiddels maak ik dit recept met enige regelmaat en het stelt nooit teleur. Ik heb wel wat aanpassingen gedaan in de tussentijd:
– de (voor de hand liggende) oplossing voor het teveel aan vocht in de pan waardoor je de bloem niet goed mee kunt bakken is gewoon het afgieten in een kommetje. Het is namelijk prettig om het geheel wel degelijk bruin te kunnen bakken omdat al die aanbaksels straks ook weer smaak en kleur aan het gerecht geven. Voeg aan het afgegoten vocht dan nog heet water en het bouillonblokje aan toe en je kunt het na het aanbakken gewoon terug in de pan gieten.
– het sudderen op het gas laat ik tegenwoordig vaak over aan de oven, met 2 uur op 90 graden (het vlees hoeft immers niet te koken) krijg je het ook heerlijk mals. En je hoeft niet 2 uur lang naar de afzuigkap te luisteren!
– de rode kool “maak” ik tegenwoordig ook zelf. We blijven beiden diep in ons hart suckers voor rode kool uit een potje omdat die lekker zoet en smeuïg is, en mooi glanst, en laten we wel zijn: het is een stuk minder werk. Maar daar wij in het winterseizoen regelmatig een rode kool in de groententas hebben zitten kun je maar beter van een nood een deugd maken. Het viel me op hoe grof het blijft als je het met de hand snijdt en kookt. Die bleekpaarse repen met bite kunnen het nooit winnen van de kool uit pot! Dus ben ik de kool gaan snijden met de keukenmachine, het blad ingesteld op een dikte van ca. 4 mm. Omdat het blad van onze machine schuin aflopend in de plastic draaischijf zit resulteert dat in dikkere en dunnere reepjes maar dat is niet erg. Binnen een minuut heb je een hele rode kool in 6 parten door de machine gehaald! Een derde van de rode kool is genoeg voor 2 personen. De andere hoeveelheid kun je nog even in de koelkast bewaren of na 2 minuten blancheren invriezen. Dé truc voor het klaarmaken bleek stoven te zijn en bessensap gebruiken. Ik vond bij 24kitchen onderstaand ontzettend smakelijke recept, aangepast voor 2 personen.

Ingrediënten:
– 1/3 tot 1/2 rode kool: geschaafd of fijn gesneden (zie tip over keukenmachine hierboven)
– 1/2 ui, gesnipperd (andere helft doe je gewoon bij de hachee, zo blijf je ook niet met een uitgedroogde halve ui in de koelkast zitten)
– klein klontje boter
– 50 ml bessensap (ik heb het gemaakt met zowel eigengemaakte bramen- als bosbessensap en beiden zijn heerlijk maar je kunt ook sap uit pak gebruiken)
– kaneelstokje
– 1/2 el maïzena
– 125 gr cranberry’s (uit de diepvries is geen bezwaar. Hoewel zeer smakelijk wordt het resultaat overigens wel een tikje zuur: vervang voor een klassieke insteek de cranberry’s door stukjes (stevige!) appel maar voeg die pas zo’n 10 minuten voor het einde van de kooktijd toe om te voorkomen dat je ze aan moes kookt)

Bereidingswijze:
Smelt een klontje boter in een grote pan en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg de rode kool toe en bak circa 4 minuten mee. Schenk het rode bessensap erbij en voeg de cranberry’s en het kaneelstokje toe. (Je kunt ook kiezen voor laurier met kruidnagel of extra suiker toevoegen, als je het graag zoet hebt.) Breng het geheel aan de kook en stoof de rode kool in circa 25 minuten op laag vuur met het deksel op de pan gaar. Is het tegen het einde (te) droog gekookt, voeg dan nog wat water of sap toe, met name van belang voor de volgende stap. Roer in een kommetje de maïzena aan met een scheutje water (of sap) en voeg toe aan de rode kool (en voila: de glans-van-kool-uit-pot is succesvol verkregen!). Kook circa 1 minuut door en breng op smaak met een beetje zout en versgemalen peper.

Groententassoep deel 2: selderijsoep

(Voor achtergrondinformatie over de groententas: klik hier.)

Groenselderij. Nog zo’n groente waarvan je na tien keer denkt: tsja.. en nu? Een beetje rondzoeken bracht mij bij website food52.com waar er een overzicht was van “de beste selderijrecepten”. Als winnaar kwam uit de bus het recept voor geroosterde selderijsoep. Bingo! Kwam ik gelijk van de venkel in de groententas af 😉

Ingrediënten:
– 8 grote stengels selderij, de draden verwijderd en de stengels doormidden gesneden
– 1/2 venkelknol, doormidden gesneden
– 2 grote tenen knoflook
– 3 el olijfolie
– 1 tl zout
– 1/2 tl zwarte peper
– 3 middelgrote aardappels met rode schil, geschild en in blokjes van 2 cm gesneden
– 6 cups (1,4 liter) kippenbouillon (te vervangen door groentenbouillon voor een vegetarische versie)
– 1/2 cup (ca. 125 ml) light slagroom of “half and half” (een mix van 50% volle melk en 50% slagroom, of weglaten voor een lichtere versie)
– 2 tl verse citroensap
– blaadjes selderij en venkel voor garnering

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de selderij, venkel en knoflook in een ovenschaal die groot genoeg is om de groenten naast elkaar te kunnen roosteren. Rooster de groenten in 40-45 minuten totdat de randjes van de groenten beginnen te bruinen (schud tussentijds de groenten af en toe eens om).

Kook ondertussen de blokjes aardappel in ong. 10 minuten gaar in de bouillon. Doe zodra de groenten klaar zijn ze bij de bouillon met de aardappel en laat het geheel een beetje afkoelen. Maak er dan met de staafmixer een gladde soep van. Let op: ik had de draden niet van de selderij gehaald waardoor ze in de hakmessen van de staafmixer draaiden en er knap wat gepeuter nodig was om het schoon te krijgen! Bespaar je het werk en haal de draden van tevoren van de selderij.

 

Zeef na het pureren de soep en warm deze weer op. Voeg dan de half-and-half en de citroensap toe en serveer de soep met een feestelijk blaadje groen en, als je het hebt, eventueel een snufje selderijzout.

En wat vonden we ervan?
Er gaat even wat tijd in deze soep zitten. Maar da’s dan ook alleen vanwege het roosteren van de groente: het opeten gaat beduidend sneller! Lekker soepje, jazeker. Die geroosterde venkel geeft het een vleugje zoet tegen de achtergrond van het “vage groen” van de selderij. Door het zeven ziet het er ook nog eens heel chic uit: niemand die verwacht dat dit een experiment is om van de zoveelste-keer-selderij af te komen. Geslaagd!

Benieuwd van welke groente je ook prima soep kan maken? Probeer een slasoep, pastinaaksoep of erwtensoep.

Groententassoep deel 1: slasoep

Groenten- en fruitabonnement
Om ons in ons aankopen van groenten en fruit te laten leiden door wat in het seizoen is, en zo min mogelijk groenten en fruit te kopen die uit Kenia of Chili worden ingevlogen, hebben wij sinds ongeveer een jaar een abonnement op een groente- en fruittas. Als je van gemak houdt dan is dit een ideale manier om boodschappen te doen. Op zaterdag staat online wat er deze week in de tas zit. Dus als ik op vrijdag de tas haal, weet ik al precies welke boodschappen ik nog verder in huis moet halen voor de aankomende week! Bijkomend voordeel van hem op vrijdag halen: als er bijzondere groenten in de tas zitten dan kan ik op mijn gemak bedenken wat ik er dat weekend mee zal doen. Alle groenten en fruit zijn biologisch (of zelfs biologisch-dynamisch) en voor twee personen zijn we 8-9 euro kwijt voor een tas waar we de hele week mee doen. Niet gek! De tas komt met een begeleidende nieuwsbrief met achtergrondinformatie, een overzicht waar je groenten en fruit vandaan komen en standaard 2 recepten. Recepten die overigens vrijwel altijd erg lekkere gerechten opleveren, zeker de vegetarische. Je kunt vrijblijvend een paar keer een tas bestellen zonder aan een abonnement vast te zitten. En een paar weken op vakantie? Geen probleem, daarna staat de tas weer gewoon klaar.

Heeft het ook nadelen, zo’n tas? Jawel. Dat is niet eens dat je met de seizoenen mee moet eten (vaak kool in de winter, vaak sla in de zomer) maar met name dat je wel bereid moet zijn tot creatiever koken. Want wat maak je de zevende keer met paksoi? Je kunt het niet eeuwig blijven wokken, toch? En na twaalf keer een stronk groenselderij weet je het soms ook niet meer. Een ander nadeel is dat niet alles even lang goed blijft. Zeker verse dingen als sla verpieteren soms best snel. Maar… dan maak je er toch gewoon soep van?

Recent heb ik twee soepen gemaakt van groenten waar ik het het minst van verwachtte. Vandaag het recept voor slasoep (jawel, slasoep!) voor 3 personen.

Ingrediënten
– 1 krop (slappe!) sla, gewassen en in smalle reepjes
– 1 bosje raapstelen, gewassen (zat ook in de tas en daar kwam ik anders niet van af)
– 2 teentjes knoflook (in de pers)
– 1 sjalot, gesnipperd
– 750 ml bouillon (ik had kippenbouillon en groentenbouillon, kan ook prima met alleen groentenbouillon)
– 1 aardappel, geschild en in blokjes
– flinke hand bieslook
– peper en zout

Om te serveren: klodder (uitgelekte) Griekse yoghurt en sprietjes bieslook

fruiten van ingredienten

Bereidingswijze
Fruit de sjalot in een ruime pan (er moet straks veel sla én de bouillon in en in het pannetje op de foto paste dat dus niet). Pers de knoflook uit in de pan en voeg hand voor hand de gewassen sla toe. Verkruimel zodra de sla geslonken is de bouillontableten in de pan en giet er 750 ml heet water bij (op deze manier scheelt het weer afwas). Doe de aardappel erbij en breng alles aan de kook. Laat het daarna alles 15 minuten op een zacht vuur koken. Scheur een bosje bieslook in stukken en doe het in de pan bij de rest van de soep-in-wording. (Het zou ook prima met prei kunnen of bos-/lenteuitjes: bieslook levert eenzelfde soort pit!)

bouillon bij sla doen

Pureer dan alles met de staafmixer. Als je wilt dan zou je de soep nog kunnen zeven om wat minder vezels in je soep te hebben. Breng alles op smaak met peper en zout en serveer het met een beetje Griekse yoghurt of crème fraîche en een paar sprietjes bieslook.

En wat vonden we ervan?
Whoa! Dat sla zo lekker kon zijn in de soep! De eerste hap deed me sterk aan spinazie(soep) denken maar daarna toch ook weer niet..! Misschien is het gewoon de prachtig donkergroene kleur? Maakt ook niet uit want wat is dit een briljante manier om van een krop slappe sla af te komen. Als voorafje of met een stuk brood als lichte maaltijd.

soep serveren

Benieuwd van welke groente je ook prima soep kan maken? Probeer een slasoep, pastinaaksoep of erwtensoep.

Brood, daar zit wat in

Enthousiast aangestoken door mijn broer, met een recept afkomstig uit het boek “Brot Pain” van de vakschool in Richemont: zelf brood bakken. Na het no-knead-bread dat je in een gietijzeren pan bakt nu dan ook een brood waarvan je het deeg weldegelijk moet kneden.

De foto’s volgen nog.

Startdeeg
– 100 g tarwemeel
– 65 ml water
– 3 g verse gist, of 1,5 g droge gist
– 2 g zout

Meng de ingredienten door elkaar. Laat het 60-120 minuten rusten bij kamertemperatuur. Daarna 48 uur in de koelkast leggen.

Deeg:
– startdeeg
– 500 g tarwemeel
– 340 g lauw water (het schijnt dat je bij brood bakken water ook in grammen moet afmeten)
– 15 g verse gist of 7,5 g droge gist
– 12 g zout

Meng het meel, water en de gist door het “startdeeg”. Kneed er pas na een tijdje het zout doorheen: als je direct het zout toevoegt, doet dat de rijzende werking van het gist teniet. Laat het deeg 75-90 minuten rusten.
Kneed het deeg dan een tijdje flink door. Vorm het dan tot een brood en laat het daarna (op een stuk bakpapier) 25 minuten onder een vochtige theedoek rusten. Snijd er dan met het scherpste mes dat je hebt 2-4 inkepingen in (zo’n inkeping heet een coup de lame). Dat mag aardig diep, als de dikte van je deeg het toelaat dan mag dat gerust 4 cm. Ik heb de schaar gepakt maar door mijn platte deeg hield het op na 1 cm diepte. Als je een onscherp mes gebruikt, zoals ik aanvankelijk probeerde, trek je het deeg aan puin in plaats van er een super strakke snee in te zetten.

Als je een ovensteen hebt, verwarm de oven dan met steen en al voor op 220 graden. Til het brood met papier en al op de ovensteen of bakplaat. Bak het brood 20 minuten. Verlaag de temperatuur daarna tot 180 graden, zet de deur van de oven op een kiertje (steek er een houten lepel tussen) en bak hem nog 30 minuten. Eerlijk gezegd lees ik dat van die deur op een kier nu pas, dus dat heb ik dan ook niet gedaan.

En wat vonden we ervan?
Als je ’s ochtends om 9 uur met vers, warm brood wilt ontbijten, houdt dat in dat je ongeveer kwart over 6 eruit moet om het deeg te maken, zodat het om iets voor 8 de oven in kan. Is dat relaxt? Nee, niet als je op je zondagochtend een klein beetje uit wilt slapen. Maar! de geur van vers brood maakt heel veel goed! En hoe smaakt het? Naar meer. Want: warm, geurig en dampend vers brood, een lekkere laag roomboter en een fijne laag frambozenjam erop, en je eet het hele brood zo op. Er valt ook een rustiekere invalshoek te kiezen: het smaakt naar brood uit Zwitserland, van dat knapperige witte, ronde brood. Dus als je je tanden in de krakende korst zet en eens diep de geur opsnuift, dan is het niet zo heel moeilijk om je in Zwitserland te wanen. Een lekkere laag (Zwitserse) kaas op zo’n verse, dikke, zelfgesneden plak brood helpt ook. Vergeleken met het no-knead-bread was dit natuurlijk wel bewerkelijker, de binnenkant van het brood compacter (het brood in de pan had flink wat luchtige gaten) en had het een iets taaiere korst.

Een zelfgebakken brood kun je niet eindeloos lang bewaren. De ervaring met het no-knead-bread leert dat het de volgende dag al niet meer zo krakend is. Dus aan het einde van de dag is het schitterend om met (knoflook)olie en zout bij een wijntje te snaaien, en de volgende dag valt het ook prima te roosteren. En dan dus wel dik met roomboter en jam beleggen.

Wil je meer uitleg dan deze bondige samenvatting? Zie website hoedoe.nl voor een fijne stap-voor-stap uitleg.

Amaretti di niet-grappa

Sinds ons televisiezenderpakket kookkanaal “24kitchen” rijker is, ben ik verslingerd aan het bakprogramma van Rudolph van Veen, Rudolph’s Bakery. Er kwamen afgelopen week italiaanse koekjes voorbij, amaretti di grappa, een soort amandelkoekjes met botercreme en chocolade. Nu heb ik geen grappa in huis maar ik had nog wel een restje botercreme in de vriezer liggen en een doosje amandelen in de keukenla. Dus aan de slag!

Bereidingswijze en ingrediënten
Het deeg is niet zozeer deeg alswel smeuïge amandelpuree die je wat laat uitdrogen. Op 100 gram amandelen gaat 250 gram suiker. Dit samen in de foodprocessor aan gruis malen en het binden met nét genoeg eiwit dat je het idee hebt de massa middels een spuitzak te kunnen spuiten. Doe dat dan vervolgens en spuit kleine rondjes. Met voorgenoemde hoeveelheden heb ik een hele bakplaat vol gekregen. Bestuif alles met poedersuiker en laat het dan 12 uur drogen. Mijn koekjes zien er zo bruin uit omdat ik amandelen met het velletje er nog om heb gebruikt.

Ik had nog botercreme in de vriezer. Wat ik Rudolph zag doen was een hoeveelheid boter met poedersuiker mengen, maar daarvan weet ik de hoeveelheden niet. Ook deed hij er een scheutje grappa door. Het kan ook met rum. In beiden had ik niet zoveel trek, dus ik houd het alleen bij de botercreme. Verwarm de oven tot 220 graden. Plaats dan de koekjes 4 minuten in de oven totdat ze nét bruin zijn. (Ja, en hier ben ik met mijn bruine amandelen dus in het nadeel.) Blijf er het liefst even bij staan dus. Haal ze dan uit de oven en laat ze afkoelen. Spuit op een vel bakpapier een zelfde soort rondjes met de botercreme als dat je met het amandeldeeg gedaan hebt. Plaats dan de koekjes óp de toefjes botercreme (niet té hard drukken) en laat het geheel even opstijven in de vriezer zodat je het geheel van het bakpapier kunt halen zonder gelijk de boel kapot te maken. Laat in een kom chocolade smelten. Zodra de boter hard is, haal je voorzichtig de koekjes-met-botercreme van het bakpapier en doop je het in de gesmolten chocolade zodat de botercreme niet meer zichtbaar is. Plaats het dan weer op bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Brood bakken – deel 2

Twee jaar geleden (!) heb ik mijn eerste brood ooit gebakken. Wat me daar van is bij gebleven, is dat het zo’n plát brood werd in plaats van een rustieke bolle versie. Enig googlen leverde mij onderstaande interessante tip op van ene meneer Suas, banketbakker.

Mr. Suas said that these disappointing recipes were too wet. “Water doesn’t give you any flavor or structure, so enough to hold the flour together is enough,” he told me. “Any more and you don’t get bread, you get thick blini. Or bread pudding without the eggs.” He recommended choosing recipes under 75 percent hydration: a weight of water that is 75 percent or less the weight of the flour. (A calculator is handy for understanding baking.) His favorite hydration for a workable dough that produces a well-aerated, crusty loaf is 68 percent. (Uit de column “The Curious Cook“, NY Times)

Wat hier dus staat is dat hoe natter het deeg is, hoe platter het brood wordt omdat water niet bijdraagt aan het geven van structuur aan het brood. Een ideale verhouding is dat je hoeveelheid water minder dan 75% van het gewicht van het meel bedraagt. De vorige keer had ik (385 ml (gram) water : 475 gram bloem) x 100 = 81%. Dat verklaart al een boel. Deze keer heb ik dat dus anders aangepakt. Omdat ik met 320 ml het meel onmogelijk in één geheel kon omtoveren, eindigde ik alsnog met 475 gram bloem en 360 ml water. Maar met deze 75% moet het allicht beter gaan dan de vorige..!

Andere tips uit bovenstaande column:
– neem een recept waarbij het deeg niet te snel hoeft te rijzen: een langere “rijstijd” komt de kwaliteit ten goede. Dat komt omdat je dan met minder gist toekunt en dat is fijn omdat je gebruik van veel gist terugproeft als een bittere smaak van het brood.
– houd voor zout 2% van het gewicht van het meel aan
– een langwerpig brood zal luchtiger worden dan een groot, rond brood

Eigen overige aanpassingen: ik heb het deeg zaterdag 10.30 gemaakt, dus het zou (+18 uur) zondag om half 7 verder bewerkt moeten worden. Omdat het ’s nachts in de huiskamer natuurlijk afkoelt heb ik de kom bovenop een hete kruik in de piepschuimkist gezet zodat ik de volgende dag niet voor verrassingen zou komen te staan.

Nog iets over gist. Aldus de King Arthur Flour Baker’s Companion: instant yeast begint sneller te werken dan droge gist, hoewel droge gist in de loop van enkele uren hetzelfde effect bereikt. Volgens thefreshloaf.com: Instant yeast is a little more potent than active dry yeast and can be mixed in with your dry ingredients directly. I generally find it easier to work with. Active dry yeast works just as well as instant yeast, but requires being activated in a little bit of warm water before being added to the rest of the ingredients. Failure to properly activate it will result in your loaf not rising adequately.

Vis in zoutkorst

Da’s ook al zoiets: “vis in zoutkorst”. Ik kon me alleen maar voorstellen hoe ik dan na veel prutsen een half rauwe vis in een grote zoutklomp zou vinden. Een klomp bovendien die ik eerst vakkundig moest kapot slaan met een hamer. Ik houd er niet van om ontzettend gewicht te doen over eten, zoals de rest van Nederland dat soms nodig schijnt te vinden, maar nee, een vis in het zout bakken, daar moet je toch wel een beetje culinair klaar voor zijn. En dat waren wij enkele weken geleden. Hier in Utrecht kocht ik bij de zeer vriendelijke en behulpzame visboer aan het begin van de Amsterdamsestraatweg een hele dorade, de ingewanden eruit en ontschubd en al. Dat laatste hoefde achteraf gezien niet want als je de vis in zout bakt, eet je de huid toch niet op.

Ik heb echt veel plezier gehad van het klaarmaken ervan (ja, zoiets simpels, dat kan je soms zo gebeuren, hè?) en het was leuk om het eens anders dan anders te doen. Het originele recept van inspiratiebron Jamie Oliver is terug te vinden op jamieoliver.com, ik heb er gewoon een beetje mee lopen aanrommelen 😉

Ingrediënten:
– één vis naar keuze
– 1 kg grof zout
– 2 eiwitten
– kruiden naar keuze (ik koos voor een paar sprieten tijm)

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop de eiwitten stijf in een vetvrije kom (kom dus goed afwassen of ontvetten met een halve citroen). Spatel ze dan door de kilo zout. Leg een laagje zout in een ovenschaal en leg er de vis, ietsje ingewreven met olijfolie, erop en stop de kruiden in de buik.

Doe dan de rest van het zout op de vis en maak er een mooi aangeklopt bergje van. Plaats het geheel 25 minuten in de oven. De oventijd is afhankelijk van het gewicht van de vis en die is vast wel op het internet te vinden. Haal daarna de vis uit de oven en laat hem nog zo’n 10 minuten staan.

Daarna kun je de zoutkorst kapot breken en de vis eruit halen. Het vel neem je gemakkelijk mee bij het zout verwijderen dus pas op dat je dan niet per ongeluk een hele partij zout op de ontvelde vis brengt: het mooiste is als je de vis huid- én zoutloos op je bord weet te krijgen.

En wat vond ik ervan?
Lekker! De vis blijft heel mals en hij smaakt ook erg lekker. Een hele makkelijke manier om je vis redelijk gegarandeerd lekker op je bord te krijgen. Deze methode is dus een blijvertje.

Review – witlof-aardappeltaart

Ik wilde onlangs de witlof eens anders klaarmaken dan in de vorm van een salade. Witlof is gekookt nou eenmaal ook erg lekker maar je moet het gewoon even goed verkopen. Niet in de vorm van de lekkere maar cliché witlof met ham en kaas, daarom dus eens wat compleet anders: een hartige witloftaart. Het originele recept is terug te vinden op ah.nl.

Ingrediënten:
– olijfolie
– ontdooide plakjes deeg voor hartige taart, genoeg om de ovenschaal mee te bekleden
– 500 g aardappels, geschild en in plakken (niet te dun!)
– 600 g witlof
– 1 ui, gesnipperd
– 3 eieren, losgeklopt
– 1 beker slagroom (250 ml)
– 1 pakje gerookt ontbijtspek (125 g, plakjes)

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden, vet de ovenschaal in en bekleed hem met het deeg. Kook de aardappelschijven voor en laat ze daarna uitlekken. Snijd de onderkant van de witlof af en haal voorzichtig de blaadjes van het stronkje af. Die binnenste paar blaadjes kun je laten voor wat het is, want het is nogal een gepeuter om die van elkaar af te krijgen.
Bak de ui even aan en doe er dan de witlofblaadjes bij om ze gedurende 8 minuten te bakken totdat ze er iets glaziger en bruiner uit zien.
Meng de eieren met de slagroom, peper en zout in een kom. Schep de witlof en de aardappelschijfjes er voorzichtig door, meng het geheel goed, en schep het dan in de ovenschaal. Bedek met geheel met de ontbijtspek. Bak de taart 35 minuten in het midden van de oven.

En wat vond ik ervan?
Lekker! Ik had nog nooit eerder gekookt met het hartige deeg maar het is zeker lekker. Het deeg kreeg aan de zijkanten van de schaal een prima textuur maar op de bodem werd het een beetje zompig. Daar zou ik de volgende keer dan nog iets op verzinnen. Ik zou dan ook de witlofblaadjes één keer doormidden snijden want nu waren het toch wel lange witlofslierten die er een beetje onappetijtelijk bij lagen. Verder smaakte de witlof verrassend zoetig, dankzij het bakken, en door de eieren en de slagroom was de schotel ook nog eens smeuïg en romig. Ik wilde het eigenlijk niet met de slagroom bereiden, maar ik vond dat het voor één keer wel moest kunnen. Misschien valt hiervoor crème fraîche te gebruiken? Slotsom: ik vond het echt lekker. Maar het is en blijft gekookte witlof, en daar moet je wel van houden 😉