Hooikist – de test (deel 1)

Enige tijd geleden las ik voor het eerst over het bestaan van de hooikist: een goed geïsoleerde kist die het mogelijk maakt om je eten gaar te laten worden zonder dat het daarvoor lang op een warmtebron hoeft te staan. Dat wilde ik ook wel eens proberen! Toen ik onlangs de hand wist te leggen op een vierkante piepschuimen box en ik een tweetal uitgerangeerde kussentjes had gevonden, was het moment daar. Rijst koken in de “hooikist”!


1) kussentje onderin de doos, badlaken erin frummelen zodat de pan stevig staat, 2) badhanddoek boven de pan sluiten, kussen erop, 3) deksel erop en aftellen…

Ik hield me aan de vuistregel “een derde van de kooktijd op het vuur, drie keer zo lang in de kist”. Voor pandanrijst, die 8 minuten moet koken, kom je dan uit op.. tsja.. 3 minuten op het vuur, 24 in de kist? Op het pak rijst stond geen hoeveelheid afgepast water vermeld en daarom nam ik op één glas rijst anderhalf glas water.

Hoe te handelen
Water aan de kook brengen, rijst erbij, 3 minuten koken en hups, de box in. Vierentwintig minuten later haalde ik de deksel eraf en tot mijn verbazing was er maar weinig warmte te voelen aan de bovenkant van het kussentje. Geslaagd voor de isolatietest! En wat schetste nog meer mijn verbazing: de rijst was gaar en nog steeds erg warm! Eigenlijk was het zelfs iets te gaar dus ik denk dat die 3 minuten koken wat teveel was, 8/3 is per slot van rekening ongeveer 2 1/2 minuut. Volgende keer kan ‘ie korter. Maar inderdaad, geen korreltje vastgeplakt aan de bodem!

Het oordeel: rijst koken gaat prima in de kist. De volgende halte is natuurlijk groente of vlees!

De hooikist

We scheiden netjes ons plastic, recyclen onzen glazen flessen, draaien de verwarming laag bij het verlaten van het pand, en vooruit, sommigen letten ook op het energie label van de apparaten die ze aanschaffen. Want een beter milieu begint bij jezelf en van een beetje duurzaam leven wordt niemand slechter. Het zal je nog verbazen hoeveel mensen hun pan met rijst in bed zetten!

Het Nieuwe Kookboek – 1925
En letten op je energieverbruik is van alle tijden, getuige ook “Het Nieuwe Kookboek” uit 1925.

“De hooikist is ene kist, gedeeltelijk met hooi gevuld, waarin ruimte is overgebleven voor het plaatsen van een of meer pannen. Door zakkenlinnen wordt het hooi bijeengehouden. In verschillende afmetingen zijn hooikisten meestal verkrijgbaar in winkels van huishoudelijke artikelen, maar men kan ze ook heel goed zelf maken van een of andere goed sluitende kist. De pannen, die er bij gebruikt worden, moeten liefst hoog en nauw zijn en stevig sluiten. De hooikist kan gebruikt worden om spijzen warm te houden, om koude stoffen koud te houden b.v. ijs, dat in een ziekenkamer dienst moet doen, en verder om gerechten gaar te maken, wanneer ze eerst een korten tijd op de kachel hebben voorgekookt. Spijzen kunnen gaar worden beneden de temperatuur van 100 graden Celsius als deze lagere temperatuur er maar lang genoeg op inwerkt. In de hooikist zullen ze dus ten slotte ook gaar worden, want ze zijn daar omgeven door twee slecht warmtegeleidende stoffen, n.l. hooi en hout. Bij het zetten van de pan in de kist zal wel een weinig warmte verloren gaan, doch als men dit vlug doet, blijft de temperatuur nog geruimen tijd vrij hoog.
[…] Verder moet nog om het volgende gedacht worden: De pan moet volkomen in de hooikist passen of anders worden bijgevuld met proppen papier of hooi. Een open ruimte zou oorzaak kunnen zijn van strooming der lucht en daardoor warmteverlies veroorzaken. Om dezelfde reden moet de pan minstens voor 1/4 met spijzen gevuld worden. Gedurende de bereiding mag ze niet worden geopend. Na gebruik mote de kist open blijven staan te luchten, liefst in de zon.
Bijzonder geschikt is de hooikist voor spijzen met langen kooktijd b.v. voor gedroogde peulvruchten, voor het trekken van bouillon, voor spijzen, die bovendien gemakkelijk aanzetten als stamppotten, of die licht stuk koken zoals gedroogde vruchten. Voor het koken van jonge groenten, die vlug moeten gekookt worden, willen ze smakelijk zijn, wordt de hooikist niet bij voorkeur gebruikt, evenmin voor brijsoorten die lang moeten koken, om het eigenaardig gebondene te krijgen. In tijden echter, waarin groote zuinigheid op brandstoffen noodzakelijk is, kunnen ook deze gerechten er in worden klaar gemaakt.

Andere toepassingen:
– laten rijzen van deeg
– bereiden van stoofpeertjes (tussendoor af en toe weer aan de kook brengen)
– zelf yoghurt maken

Zuinigheid tijdens de oorlog
Even een uitstapje. In het boek wordt voor tips over energiezuinig koken verwezen naar “het populaire boekje “Warmte Bewaren” door Martine Wittop Koning”. Ik kan niets over dat boekje terugvinden op het internet, maar het Nationaal Archief in Den Haag maakt er wel melding van in hun collectie van stukken van ene mevrouw Van Tellegen. Het boekje valt onder “Verzamelde brochures met wenken voor energiebesparing in het huishouden en bezuiniging op de voeding gedurende de Eerste Wereldoorlog”. Dus wat nu een romantisch idee lijkt van hè-ja-lekker-gezellig-ouderwets-én-duurzaam koken, is in andere tijden pure noodzaak geweest. Ene Ed Dalderop: “In het laatste oorlogsjaar, heb ik dat gedaan, toen er per dag nog maar enkele uren gas was. Want je wist dan van tevoren nooit precies wanneer en hoe lang. En dan kon het dus makkelijk gebeuren dat iets bijna aan de kook was, en dat juist dán het gas wegviel. En dat speelde in 1944 in de zomer, als er dus geen kachel aan was waarop je de pan gauw even over kon zetten. En dan zát je met je halfgare spullen. Toen bewees onze hooikist al gauw onvervangbare diensten, en niet zozeer uit zuinigheid dus, maar als oplossing van een ergerlijk probleem.” De Vereniging van Huisvrouwen prees de kist ook aan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor zolang als het nodig was dan, want: “Toch was ze na de oorlog ook even gauw weer uit de gratie toen het gas weer gewoon werkte. Want comfortabel was het toch niet, met die lange wachttijd altijd. En echte meetbare zuinigheid leverde het toch ook nauwelijks op. Het was wél zo dat je dan als het ware een pit minder bezet hield van de twee grote die we maar hadden, waarop dan iets anders vast garen kon.” Meer ervaringen over vroeger of van gebruikers vind je hier.

En uit het boekje “Koken . . . Nu! Recepten voor Distributie- en Oorlogstijd”, door Mia de Kok in 1942:

Een hooikist kunnen we zelf maken of kant en klaar koopen. Een kookzak is gemakkelijk zelf te maken. We naaien twee zakken met een ronde bodem. De eene zak krijgt een bodem van ‘plus-minus’ 24 cm. middellijn, de andere van ‘plus-minus’ 32 cm. De opstaande rand van de kleinste wordt ongeveer 36 cm., van de grootste ongeveer 40 cm.
De kleinste zak wordt in de grootste geschoven en tusschen de beide bodems en de wanden brengen we een vulling aan van verfrommeld krantenpapier, een laag van ongeveer 4 cm. dik. Deze laag moet niet te vast gestopt worden. In plaats van krantenpapier kunnen we ook hooi of houtwol nemen. De wand wordt gevuld tot ongeveer 4 cm. van de bovenkant af. Op die hoogte worden beide zakken aan elkaar gestikt, zoodat dus de vulling er niet meer uit kan. De bovenkant wordt eveneens dichtgestikt en tusschen beide stiksels wordt een band geschoven, zooals in een waschzak. Wordt er nu een pan met kokend heeten
inhoud in een kookzak gezet, hierop een kussentje gelegd en de schuif erboven dichtgetrokken, dan blijft de warmte in de pan vrij lang bewaard en zonder verdere verwarming worden de gerechten hierin gaar.

Terug naar anno 2010
Efficiëntie is hier dus het sleutelwoord. Als je zelf een kist bouwt, kun je die misschien het beste afstemmen op de grootte van de pan(nen) die je er voor wilt gebruiken. De kwestie laat zich natuurlijk ook oplossen door meer isolatiemateriaal gebruiken.

Alternatieve ideeën voor zich waagt aan hooi noch kist:
– isolatiemateriaal: kranten of handdoeken, piepschuim of bubbeltjesfolie, houtafval, onbehandelde wol, dons, dat gewatteerde spul uit bodywarmers, enzovoorts, enzovoorts

… en de pan kan dan ook goed in een:
– koelbox of koeltas
– rieten mand met een wollen deken
– in een slaapzak worden gewikkeld, of
– … in iets gekreukte (want daardoor meer lucht vangende) kranten
– in bed! Dan wel met een handdoek erom, en met verder evt. nog wat extra kussens, dekens of handdoeken ingestopt. Je moet dan natuurlijk wel snel naar je bed kunnen lopen, en ik zou ook oppassen voor kookluchtjes (denk hierbij aan spruitjes!).

Fijn, maar hoe gaat het koken dan?
De vuistregel is “een derde van de kooktijd op het vuur, drie keer zo lang in de kist”. Daarmee kom je een eind. Verder is het een kwestie van zelf ondervinden wat werkt en wat niet. Ook staan er op het internet talloze recepten, dus daar verwijs ik dan ook graag naar. Temeer omdat ik ook (nog) niet uit eigen ervaring kan spreken!

Voordelen vs nadelen
Een ander groot voordeel las ik elders op een site. Een ouder vond het namelijk erg handig omdat ze dan van huis kon (kind naar zwemles) terwijl ondertussen het eten gaarde. Bij thuiskomst was de boerenkool en worst stamp- en eetklaar! Andere voordelen: het brandt niet aan en eten gaart zowel boven als onderin de pan (op de Scouting wiki daarom aangeprezen bij het koken voor grote groepen). Het is ook handig als je maar een beperkt aantal pitten hebt, of zelfs maar ééntje. Een andere gebruiker van de hooikist: “Het voordeel is dat ik na schooltijd heb voor de kinderen in plaats van dat ik sta te koken* plus dat ik het eten om vijf uur op tafel kan zetten, maar ook om halfzes. Bovendien heb ik mijn gasverbruik voor het koken met eenderde teruggebracht!”
Een nadeel zou zijn dat er met deze manier van koken veel vitamines verloren gaan. Hmm, misschien omdat groenten langer met het water in contact zijn? Ik weet het niet. Dan maar ’s avonds een appeltje extra? Ook zou het bij kleine hoeveelheden (groenten) niet goed lukken: een pannetje met een 2-persoons hoeveelheid aardappels bevat te weinig warmte om het tot het einde uit te kunnen zingen. Misschien is dan tussendoor nog eens opwarmen een idee? Maar eerlijk gezegd vind ik dat kwartiertje op het gas koken veel makkelijker.. Wat voor mij dan overblijft zijn stoofschotels. Dát wil ik zeker gaan proberen. En ook schijn je er perfecte rijst mee op tafel te kunnen toveren dus dat is ook nog wel het proberen waard.

Het vereist planning en geduld, maar voortaan kun je op zondagmiddag lekker gaan wandelen in plaats van de runderriblappen in de gaten houden.

Erwtensoep weetje uit de kantine

Gisteren en vandaag hebben de wijze dames van de kantine een heerlijke ertwensoep op het menu staan. Vandaag was ik de eerste die de kantine binnenliep (“Ik kom elke dag vroeger.”) en zo hebben we dus nog even staan praten over erwtensoep. Eén van de eerste dingen die een van hen mij zei was dat als ik nu dacht “ik ga zelf ook erwtensoep maken”, ik niet de fout moest maken die zij had gemaakt toen ze jong was en van niks wist. En dat is namelijk erwtensoep af laten koelen met de deksel erop, want anders wordt je soep zuur. Jawel, zuur. Dat voorkom je door soepen af te laten koelen zonder deksel en dat het liefst zo snel mogelijk te doen, door de pan bijv. in een gootsteen met koud water te zetten. Een theorie die ik op internet vond was dat bij te langzaam afkoelen bacteriën zich namelijk nog een hele tijd kunnen vermenigvuldigen. Met name de anaerobe soorten (die dus prima gedijen ook al is er weinig zuurstof aanwezig). En (zetmeelhoudende) soepen moet je een dag van tevoren maken omdat ze de volgende dag dan wat meer gebonden en lekkerder zijn. Ik zou best een weekje met die dames in de keuken willen staan, er valt een hoop van ze te leren!

Klik hier voor het recept en het verslag van mijn poging tot het koken van erwtensoep.

In dadelbalsamicoazijn gemarineerde aardbeien

Ik ben het wel vaker tegengekomen: de combinatie van aardbeien met balsamicoazijn. Waarom zou je nou zoiets als azijn over je aardbeien doen?! Maar ik was toch wel nieuwsgierig, dus ben ik naar de Oil&Vinegar gegaan om te vragen welke azijn je daar het beste voor kunt gebruiken. “De normale kan, maar je kunt ook de dadelbalsamicoazijn daarvoor gebruiken. Die is van zichzelf al een beetje zoet.” En die is inderdaad erg lekker, dus als het over de aardbeien niet goed uitpakt, dan kun je het nog altijd heerlijk als sladressing gebruiken.


Ingrediënten:
– doosje aardbeien
– 1 dl dadelbalsamicoazijn (Oil&Vinegar)
– kristalsuiker
– 125 ml slagroom
– munt, zodat het er ook leuk uitziet

Bereidingswijze:
De aardbeien wassen, kroontjes eraf halen en de aardbeien in een schaal doen. Onderwijl er een paar lepels kristalsuiker overheen strooien en er een leuke scheut balsamicoazijn over gieten. Eventjes laten staan, dan goed omscheppen en het voor een paar uur afgdekt wegzetten.
Terwijl je het af en toe eens omschept laat je de aardbeien, tot aan het moment dat je ze wilt eten, dus eigenlijk in de azijn marineren. Ik heb ze vervolgens gegeten met een flinke klodder slagroom, maar dat hoort eigenlijk met mascarpone.

Een beetje van de inmiddels zoetzure aardbeienazijn eroverheen gieten, fröbeltjes munt erop en klaar! De overgebleven azijnsiroop laat zich trouwens goed opmaken in combinatie met de overgebleven slagroom… 😉

Het is weliswaar een exotisch nagerechtje, maar desondanks niet overdreven zalig of vurrukkelijk. Wél is het apart hoe de combinatie uitpakt. Alsof het contrast de zoetheid van aardbeien toch een beetje weet te accentueren. Leuk voor een keer maar de rest van de azijn gaat lekker door de sla.