Twentse Balkenbrij

Balkenbrij. Het is net als met de Italianen: 5 meter verderop beweren ze dat ze HET ENIGE GOEDE RECEPT hebben. Maar zoals de rest van de wereld weet is dat onzin en smaakt het iedere 5 meter weer net zo lekker. Zo ook balkenbrij. Iedere streek, veelal aan de oostkant van Nederland, kent zijn eigen variant. Van oorsprong gaan er ook de mindere stukken van een varken doorheen (zoals de kop) zodat je na het slachten ook daarvan iets lekkers kon maken. (Van het bloed van een geslacht varken kon dan ook met roggemeel bloedworst worden gemaakt, ook al zo’n briljant restverwerkingsrecept!)

Bij mijn schoonfamilie is het een traditie om met kerst(avond) balkenbrij te eten, van origine iets dat je na de avondlijke kerstmis deed. Ik heb het leren eten door te beginnen met een miezerig stukje op heerlijk vers brood. Lever, brrrr! Eigenlijk vond je de balkenbrij dus niet op mijn boterham terug… Nu, 10 jaar later, kan ik er een maand van tevoren al zin in krijgen en zou ik het midden in de zomer nog kunnen eten! Tijd dus om de traditie zelf te omarmen. En zo staan we op de avond vóór kerstavond in de keuken te zwoegen. Dit recept is genoeg voor 3 middelgrote schalen (een halve schaal is genoeg om 6 boterhammen mee te beleggen).

Basisingrediënten:
– 3 liter water
– 3 laurierblaadjes
– een mengsel van in totaal 750 g boekweitmeel en bloem (het kabouterpannenkoekmeel van Koopmans heeft een heel geschikt mengsel, wij gebruikten 1,5 pak)

Rommelkruid:
Naar het schijnt heet het zo omdat je maar wat aan moet rommelen met welke kruiden je gebruikt en de verhoudingen.
– 2-3 tl zwarte peper
– 1,5 tl nootmuskaat
– 1,5 tl kruidnagelpoeder
– 1,5 tl piment
(Let op: wij hebben er geen extra zout door gedaan omdat er ook al een groot stuk spek doorheen is gegaan. Teveel zout krijg je er immers niet meer uit en als het nodig is, kun je het achteraf er nog over strooien.)

Het vlees:
Er zou “naar recept” een kilo lever in moeten maar ik had me vergist in mijn bestelling. Is niet zo erg in het geval dat je niet zo van lever houdt. Komt allemaal niet op een onsje meer of minder.
– 400 gram zuurkoolspek (stuk)
– 500 g varkenslappen
– 545 g lever

Bereidingswijze:
Zet het vlees – alles in 1 stuk laten! – op met 3 liter water, 3 laurierbladeren en het rommelkruid. Kook het zachtjes gedurende een uur. Schep eventueel schuim van het water af.balkenbrij_1

Na een uur het vlees eruit halen en in blokjes van minstens 1×1 cm snijden. Alles terug in de pan doen en weer aan de kook brengen. Proef even om te kijken of het kruidig genoeg is. Bedenk je dat er nog een flinke hoeveelheid bloem doorheen zal gaan en dat de kruidigheid dan al afneemt. Roer er dan het meel doorheen (zwaar klusje!). Klontjes zijn niet erg, die vind je niet meer terug. Met 750 g meel hadden wij al en een heel stevig mengsel (we hadden het vlees gekookt met een gaatjesdeksel op de pan dus er zal ook geen 3 liter water meer in hebben gezeten). Richtlijnen ontbreken: op het einde moet het roeren erg zwaar gaan en er moet een lepel rechtop in blijven staan. Laat het even kort doorkoken. Stort dan het mengsel in met koud water omgespoelde kommen.

balkenbrij_2Laat de balkenbrij zo snel mogelijk afkoelen (in deze tijd van het jaar zou dat buiten kunnen, ware het niet dat het buiten lenteweer is) en bewaar het in de koelkast. De volgende dag stort je de balkenbrij op een snijplank en snijd je er met een dun en natgemaakt mes plakken van 1 cm dik van. Neem je een dikker en droog mes dan trek je de plakken aan gruzelementen. De plakken bak je in boter aan beide zijden bruin. Een halve schaal levert genoeg plakjes op voor 6 goed belegde boterhammen en daar kun je dan een hele middag op teren.

Bewaren:
Heb je net zoals wij per ongeluk veel teveel gemaakt (is there even such a thing?)? In de koelkast is het een paar dagen (!) houdbaar. Als je nog aan de smaak moet eh, wennen, deel dan dus stukken uit aan kennissen, collega’s of buren onder het mom van cultureel erfgoed… Invriezen kan ook maar vries dan de afzonderlijke plakken in. Zou je het als één stuk invriezen dan kan het bij het ontdooien namelijk moeilijk te snijden zijn. Ontdooi de plakken voor het gebruik niet maar doe ze zo, hup, de hete pan in. Niet net zo lekker als vers, maar kan in geval van nood.

Hoe smaakt het eigenlijk?
Deze keer viel me de enorme gelijkenis met kroketten op! Vlees in een bouillon-met-meelmengsel, het heeft er natuurlijk ook wel wat van weg. Omdat wij een deel van de varkenslappen ietsje te klein hadden gesneden hadden we soms zelfs dezelfde draadjesstructuur als uit een kroket! Toch smaakt dit net iets pittiger, kruidiger, en bovendien zitten hier grotere stukken vlees in.

Hoe dan te eten?
Bijvoorbeeld zoals ik het geleerd heb bij mijn Twentse schoonfamilie: op een plak lekker vers (rogge)brood, naar behoefte verder op smaak brengen met zout en peper. Er doen ook verhalen de rondte over serveren met stroop, pruimen of weet ik wat allemaal meer, maar persoonlijk vind ik het zo, “kaal” uitermate heerlijk. Met stroop krijgt het wat meer het idee van een spekpannenkoek met stroop. Probeer het vooral zonder: lekker hartig bij het ontbijt, als lunch of avondmaal. Bij voorkeur te eten op kerstavond of het ontbijt eerste kerstdag.

Laat je weten hoe het is uitgepakt?

Worteltjestaart recept

Komt een konijn bij de bakker. “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” vraagt het konijn. “Nee, sorry,” antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, helaas,” zegt de bakker weer. Het konijn probeert het de volgende dag nog eens, maar ook dan geen worteltjestaart. De bakker is het zat en besluit een worteltjestaart te bakken. En inderdaad, het konijn komt weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Jazeker!” zegt de bakker opgetogen. “Vies hè?!” roept het konijn.

Nou, daar klopt dus he-le-maal niks van! Oordeel zelf en bak je worteltjestaart aan de hand van dit fantastische recept. Carrot cake op zijn best, want de perfecte smeuïgheid is gegarandeerd door gebruik van de zonnebloemolie.

Ingrediënten
Voor de worteltjestaart:
– 150 g bloem
– 220 g suiker
– 1 tl bakpoeder
– 1/2 tl kaneel
– 180 g geraspte wortel
– 120 ml zonnebloemolie
– 2 geklutste eieren

Voor het glazuur:
– 100 g monchou
– 55 g zachte boter
– 1 tl vanille essence (of citroensap, of afhankelijk van je smaak ander sap)
– 125 -250 g poedersuiker (ik gebruik de hele bus, dan ben je er maar vanaf.)

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175 graden.

Meng de droge ingrediënten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder en kaneel. Meng er dan goed de geraspte wortel door, en daarna de olie en de eieren. Beboter een bakvorm en bestuif het met bloem, als er na het bestuiven nog bloem over is, dan kun je dat nog mooi door je beslag heen mixen. Nog even goed mengen en dan in de bakvorm gieten. Bak de taart ongeveer 30-35 min, totdat hij vanbinnen droog is.

Klop met de mixer de roomkaas en de boter met de vanille tot een mooie smurrie. Mix er dan langzaamaan de poedersuiker doorheen, net zo lang totdat het lekker smeerbaar is. Smeer de glazuur over de worteltjestaart uit. En schrans ‘m dan helemaal in je eentje op!

Het gebeurt mij regelmatig dat ik door het formaat bakblik dat ik gebruik een aardige hoeveelheid glazuur overhoud, maar dat laat zich prima invriezen in een diepvrieszak. Dat blijft maanden goed. Dat zorgt ervoor dat je een volgende keer, als je een restje worteltjes hebt, geen extra boodschappen hoeft te doen. Scheelt weer! 🙂

Verder uit deze serie:
bananabread

Stoofpeertjes

De dagen worden kouder, natter en donkerder. Niks maak ’s avonds dan zo behagelijk als een grote schaal stoofperen! De laatste keer dat ik ze maakte, gebruikte ik de volgende hoeveelheden en voegde ik eens laurier en kruidnagels toe. Het zorgt voor een heerlijk kruidige smaak zonder teveel aanwezig te zijn! Dat had ik veel eerder moeten doen! En voor zowel kleur als smaak nam ik bramengelei. Dat geeft een prachtige kleur en een iets friszure hint als tegenhanger van al het zoete geweld.

Ingrediënten:
– 16 peren
– 2 1/2 pijpje kaneel
– 125 g bruine suiker
– duim water (zalig triviale maat, dat..)
– 4 dikke el bramengelei
– 1 blad laurier
– 4 kruidnagels

Bereidingswijze:
Schil de peren, halveer ze en ontdoe ze van hun klokhuis. Doe ze samen met de suiker, het water en de bramengelei in een pan. Steek de kruidnagels in het laurierblad (zo vind je ze makkelijk terug) en steek ze samen met de pijpjes kaneel op strategische plekken tussen de peertjes. Breng het geheel aan de kook en zet dan het pitje zo laag mogelijk. De kooktijd hangt vervolgens ook af van de grootte van de peertjes. Kleintjes zijn met 45 min wel klaar (peil het af en toe eens door met een schilmesje in een peertje te prikken: geeft het makkelijk mee, dan zijn je peertjes goed), grotere peren 1-1,5 uur, en hele peren nog iets langer.

Als je de gare peertjes uit de pan haalt kun je het overgebleven vocht laten inkoken tot een wat dikkere siroop. Wil je sneller een dikkere saus, maak het dan aan met een klein beetje maizena of custardpoeder. De siroop eventueel overgieten in een feestelijk kannetje, de peertjes op een mooie schaal, en klaar is je prachtige nagerecht! Zowel koud als warm lekker met (zelfgemaakte custard)vla of een bolletje ijs.

Crème brûlée

Gisteren had ik de smaak in de keuken goed te pakken. ’s Avonds zouden we zelf pizza’s maken maar voordat ik met de deegroller het pizzadeeg te lijf ging, heb ik me nog op het maken van crème brûlée gestort. Gebrande room. Komt-‘ie:

Ingrediënten:
– merg van één stokje vanille
– 200 ml slagroom
– 200 ml melk
– 4 eidooiers (de eiwitten had ik gebruikt voor de meringue, dus wellicht zijn deze twee nagerechten goede suggesties voor de kerstdagen?)
– 80 g suiker
– suiker om te caramelliseren

Bereidingswijze:
De oven voorverwarmen op 125 graden. Meng (en niet mix! dan komen er belletjes in je vla en dat hoeft/moet niet, dus dit mengen mag gerust losjes met een garde en daarbij hoef je dan niet eens hard je best te doen…) de eidooiers met de suiker goed door elkaar. De slagroom met de melk en zowel merg als vanillestokje in een pannetje doen en tot aan de kook brengen. Vanillesmaak zit namelijk niet alleen in het merg, maar ook in het stokje zelf. Daarbij helpt het vet uit de melk en slagroom om de aroma’s eraan te onttrekken. Als het bijna kookt, het vuur laag draaien en het geheel nog zo’n 5-10 minuten laten trekken. Daarna de vanillestokjes uit de warme vanille-melk-room vissen en met een garde door de eieren met suiker kloppen en dat een minuutje blijven doen. De suiker lost dan op in de rest van het mengsel. Je kunt het mengsel de volgende dag gaan bakken of direct gebruik maken van de al warme temperatuur. De vla gaat dus in schaaltjes, en die weer in een schaal met warm water. Het geheel plaats je vervolgens in de oven.

Au bain-marie
Waar die schaal met heet water op slaat? Het op deze manier au bain-marie bereiden van de crème zorgt ervoor dat het langzaam kan garen zonder warmer te worden dan 100 graden. Als de vla namelijk boven het kookpunt komt, kunnen de eiwitten gaan stollen. En dat verprutst een beetje de structuur van je vla/crème.

Het recept gaf 45 minuten oventijd op, maar toen was het bij mij nog steeds een en al vla, dus ik heb het er in totaal 1 uur 15 minuten in gehad. Het moet in ieder geval een beetje stevig zijn. Eenmaal uit de oven de crème laten afkoelen en dan nog een paar uurtjes in de koelkast zetten.

Karamelliseren
Vlak voor het opdienen er suiker overheen strooien en die onder de grill karamelliseren. Ik had dat, bij gebrek aan zo’n speciaal brandertje, nog even geprobeerd met de verfafbrander. Ik ben zo gek als een vliegtuig, ik weet het. Het apparaat blies weliswaar flink warme lucht, maar het blies tegelijkertijd de suiker ongeveer weg. Dus ik heb alsnog de grill aangezet. Nu is het bij crème brûlée de truc om de vla koud te houden terwijl het karamellaagje natuurlijk warm is, maar daarover verschillen de meningen. Je kunt ze namelijk ook een paar uur van tevoren karamelliseren. Daartoe kun je de schaal in een grotere schaal met ijsblokjes zetten en hem dan onder de grill zetten. Heb ik niet gedaan, waardoor de vla dus ook warm was. Daarmee moet je wel erg uitkijken: tegen de tijd dat de suiker is gekaramelliseerd, kookt de crème ook! Als je eenmaal de karamel erop hebt, zet de toetjes dan niet terug in de koelkast. Door de condens wordt het knapperige laagje minder lekker. En dat is dus niet de bedoeling.

Nog een kanttekening bij het recept is dat de vla nogal dun bleef. Wel stevig genoeg om niet uit te lopen, maar wel makkelijk te eten. Misschien kun je dus naar behoeven nog wat experimenteren met bovenstaande verhoudingen tussen de melk en slagroom en de eidooiers (zie ook verder).

(Toevoegingen december 2009)
Crème brûlée te dun?

Om te voorkomen dat het te dun zou zijn, heb ik onlangs op 200 ml slagroom 175 ml melk gebruikt. En dat leek prima te werken, zeker nadat het was afgekoeld en verder opgestijfd. Maar wat ik net in een instructiefilmpje zag, is dat het vooral draait om de verhouding ten opzichte van de eidooiers: hoe meer dooiers je gebruikt, des te steviger het resultaat. Nouja, als je minder melk of slagroom gebruikt dan zit er natuurlijk ook relatief meer eidooier in.

Crème brûlée schaaltjes/brander
Recent heb ik nogmaals crême brulée gemaakt en had ik bij de HEMA zo’n pakket had gekocht waar ook een brander bij zat. Ik weet niet of de HEMA momenteel nog steeds die pakketten verkoopt maar mij kostte een doos met 4 schaaltjes en een brander 16 euro. Overigens gebruik ik ook wel andere schaaltjes, van roodbruin aardewerk. Die zijn wat platter maar die lenen zich ook uitstekend voor crème brûlée. Onder andere te koop bij Dille en Kamille.

Meringue

Ingrediënten:
– voor de meringue: 3 eiwitten en 150 gram (witte) suiker
– voor de garnering: een zakje notenmix van Dr. Oetker (gehakte walnoten, hazelnoten en amandelen) en een reep chocola met bijv. 72% cacao
– voor een mokkasmaakje: twee theelepels oploskoffie

Bereidingswijze:
Meringues. Kind kan de was doen, eerlijk. Grote kans dat je de ingrediënten al gewoon in huis hebt! Verwarm de oven voor op 100 graden. Om eiwitten flink stijf te kunnen kloppen schijn je er voor te moeten zorgen dat je beslagkom vetvrij is. Ik heb hem dus voor de zekerheid met gloeiend heet water en afwasmiddel omgespoeld.

Scheid de eiwitten van de eidooiers met behulp van de twee halve eierschalen (echt alléén het eiwit), doe ze in de kom en mix je helemaal suf totdat pieken eiwit als met gel gestyled haar blijft staan. Mix er dan beetje bij beetje de suiker door totdat je die niet meer terug vindt. Dit is dan ook het moment om er de eventuele oploskoffie doorheen te mixen. Uiteindelijk heb je een heerlijk zoete, witte smeuïge meringue-substantie. Leg een stuk bakpapier op een bakplaat en klaai daar je meringuebeslag op. Niet te dun uitsmeren, het mag best een grote klodder blijven! Bak het een uurtje in de oven. Kijk naarmate de tijd vordert regelmatig of het baksel bruin wordt. Dat was bij mij het geval, en dat beïnvloedt de smaak wel een beetje (maar dat kwam ook omdat ik de oven op 150 graden had staan – niet meer doen!). Een goede meringue hoort gewoon WIT te blijven en een verkleurende meringue betekent dat de oven te warm staan.

Zodra je hem uit de oven haalt is de buitenkant hard maar de binnenkant nog zacht en warm. Breek de chocoladereep in stukjes en druk overal een stukje chocola in de meringue. Dat smelt dan binnen een ommezien, waarna je het eventueel verder over de meringue uit kunt smeren met (de achterkant van) een (thee)lepel. Strooi er tot slot de gehakte nootjes overheen.

Meringues zijn ook heel geschikt om te gebruiken als ware het een serveerschaal. In dat geval moet je het beslag zó op het bakpapier spatelen dat het aan de randen wat hoger is dan in het midden. In dat midden kun je dan vruchten met slagroom serveren, of wat je dan ook maar lekker lijkt. (Google maar eens op pavlovataart..) Pindakaas met jam ofzo. Of gehaktballen…

(Een nog lekkerdere versie vind je hier, naar recept van Jamie Oliver, “Kook met Jamie”.)

Duralex glazen – tijdloos

Duralex glazen. De kans is klein dat je ze niet kent, want wie heeft er niet wijn uit gedronken, jus d’orange in geschonken bij het zondagsontbijt of gewoon limonade in aangemaakt? Als je ze niet kent, zul je ze dan toch in ieder geval vanaf een plaatje herkennen, denk ik. Op mijn stage drink ik er steevast koffie uit. En als ik het goed heb, hebben mijn ouders ook nog een paar van die typische glazen in de kast die al zolang ik me kan herinneren goed zijn om vanalles in te schenken. Of eieren in te breken. Alleen de krassen verraden dat ze al jaren meegaan. En vanochtend werd ik ineens nieuwsgierig. Wat voor bedrijf is dat Duralex eigenlijk?

Eerst de roerige geschiedenis. Duralex werd opgericht in 1927 en het kwam in handen van ene Coty. Daarna werd het opgekocht door glasgigant Saint Gobain, daarna nog een keertje door Danone en in 1997 werden de twee glasfabrieken uiteindelijk overgekocht door het Italiaanse bedrijf Bormioli Rocco. Het liep niet al te best waardoor in 2003 Bormioli Rocco één van de twee fabrieken wilde sluiten. Dat leverde natuurlijk protesten op en vervolgens kocht een volgende de beide fabrieken op in de hoop er weer wat van te maken. The show must go on! moeten ze hebben gedacht.

Niet veel later ging het toch weer bergafwaarts met de glazen. Nu wilden zelfs de aandeelhouders eigenlijk toch weer van één van de fabrieken af. In juni 2005 kwam het bedrijf voor een half jaar onder toezicht te staan. Toen ze in september dat jaar de voortgang bespraken, was daar de Turkse zakenman Solmaz die er wel heil in zag om flink wat geld te investeren om de zaak weer levensvatbaar te maken. Turkse theeglazen misschien..? Het idee was om in 2006 te beginnen door er 100.000 euro in te stoppen. De rechtbank keurde het plan goed maar de fabriek in Rive-de-Gier wordt uiteindelijk alsnog gesloten, 103 banen geschrapt.

Anno 2007 kwam de directie met een tweejaren plan op de proppen: voor het luttele bedrag van 14 miljoen zou de overgebleven fabriek in La Chapelle-Saint-Mesmin worden gemoderniseerd met een nieuwe glasoven, nieuwe metaalgieterij en andere nieuwe machines. Dat kon de productie met 20% vergroten! En daarn-… o, wacht.

Het is inmiddels 2008. In juli van dit jaar blijkt het schip Duralex wederom te zinken. Vanaf het moment dat de aandeelhouders er in 2005 geen heil meer in zagen, zijn de financiële problemen eigenlijk niet weg geweest, zo blijkt, en sluiting voor de laatste fabriek dreigt. Maar ook nu weer is er een koper, deze keer in de vorm van vier geïnteresseerden waaronder de Frans-Britse Antoine Ioannidès, die met een investering van 4 miljoen het bedrijf weer op weg wil helpen. “Vooruit maar,” zegt het gerechtshof, “daarmee kunnen 200 van de 240 banen worden behouden dus dat is zo verkeerd nog niet.” Het viertal wil Duralex opfrissen met kleurtjes en nieuwe ontwerpen om het merk weer een beetje op de kaart te zetten.

Duralex is bekend van allerlei glazen producten, dus ook tafels, maar misschien vooral van glazen. Wat maakt die glazen nou zo bijzonder? Ze worden gemaakt door middel van een speciaal proces waarbij het glas eerst tot zo’n 600 graden wordt verhit en daarna heel snel weer wordt gekoeld: thermal shock. Dat geeft het glas z’n (kennelijk) karakteristieke hardheid en duurzaamheid. Ideaal dus voor op terrasjes. Daar zie je namelijk veel zogeheten Picardie-glazen voor wijn of koffie worden gebruikt.

Kofschip en fokschaap? Zóóó jaren ’90!

In het kader van wat research kwam ik vijf ezelsbruggetjes tegen die ík nog nooit heb gehoord op de basisschool. Denk de volgende keer bij het werkwoorden vervoegen dus eens aan soft ketchup, pokkeschoft, shit fokschaap, kofschiptaxietje of xtc-koffieshop 😉


Edit: omdat ik merk dat er nogal eens mensen zoeken hoe dat hele fokschaap nou werkt, zet ik er maar even een uitleg bij.

Het regeltje dient voor het vervoegen van werkwoorden. Vervoegen wil zoveel zeggen als “de vormveranderingen die afhankelijk zijn van persoon, tijd en wijze”. Vervoegen is doorgaans makkelijk: ik maak, jij maakt, etc. Daar komen we wel uit. Maar met name in gevallen van de voltooid verleden tijd (vvt), waarin iets dus in het verleden is gedaan en voltooid: ik heb gefietst, wij hebben gemaakt, het heeft gesneeuwd, hij heeft gemixt, jij hebt opgeruimd, etc. etc., gaan we nogal eens de mist in. Niet nodig, want met het ezelsbruggetje ” ’t kofschip/fokschaap/xtc-coffeeshop” kan het nooit meer mis gaan!

Wanneer je nu niet weet of de vvt moet eindigen op een t of een d, dan gebruik je de regel van het fokschaap of xtc-koffieshop (de laatste bevat nl. ook de ‘x’).
1) Je neemt als uitgangspunt de stam van het hele werkwoord. Dat is het woord zonder vervoegingen: maken -> maak, weten -> weet, lopen -> loop. Dus dat is in de meeste gevallen het hele werkwoord minus “en”.
2) Dan moet je kijken of de laatste letter vóórkomt in het woord fokschaap. Als dat het geval is dan komt er in de vvt een ‘t’ achter de vervoeging. Staat de letter niet in fokschaap? Dan wordt het een ‘d’. Onderstaand staat ook een voorbeeld waarin xtc-koffieshop moet worden gebruikt. Toen de buitenlandse woorden nog niet zo waren ingeburgerd in de Nederlandse taal, hielden we netjes de buitenlandse voegwijzen aan, bijv. ik fix, ik heb gefixed/ik mix, ik heb gemixed. Tegenwoordig hoeft dat niet meer en mag er na een ‘x’ gewoon een ‘t’ worden gebruikt.

Enfin, het kan dus gaan als volgt:

“Ik heb de kamer gestofzuig _ . ”
hele werkwoord: stofzuigen
stam: stofzuig (de ‘g’ zit niet in het woord fokschaap dus komt er een ‘d’ achter te staan)
vvt: Ik heb de kamer gestofzuigd
(Dus nee, het is niet ik heb de kamer stofgezogen.)

“Hij had het pannenkoekenbeslag niet goed gemix _ .”
hele werkwoord: mixen
stam: mix (de ‘x’ zit in het woord xtc-koffieshop dus komt er een ‘t’ achter te staan.)
vvt: Hij had het pannenkoekenbeslag niet goed gemixt.

“Ze hadden de deur stevig gebarricadeer _ .”
hele werkwoord: barricaderen
stam: barricadeer (de ‘r’ zit niet in het woord fokschaap dus komt er een ‘d’ achter te staan.)
vvt: Ze hadden de deur stevig gebarricadeerd.

“We zien wel waar het schip is gestrand _ .”
hele werkwoord: stranden
stam: strand (de ‘d’ zit niet in het woord fokschaap dus komt er een ‘d’ achter te staan, maar da’s een beetje onzin dus het blijft zo.)
vvt: We zien wel waar het schip is gestrand.

Kofschip volgens Hein de Kort

Meer weten over werkwoordstijden? Bezoek dan deze pagina van OnzeTaal!

Hachee

Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Hachee! Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk über lekker.

Hachee
Ingrediënten:
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/2 el bruine suiker
– 1 el bloem
– 250 ml rundvleesbouillon
– 1 el azijn
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje, of 2 kleine

Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een klont boter in een braadpan en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover en laat die even bruin aanbakken. Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n petiterig gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het orginele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt. Op een heel klein pitje mag het langer de tijd krijgen, je zou het vlees ook in een oven op 80 graden 3-4 uur kunnen braden! Da’s pas wat je noemt “slow cooking”. Proef gewoon regelmatig om te kijken hoe het er voor staat.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote.