Curry Bobotie

Ja, waarom niet?! Weliswaar niet met ei, en met wat meer groenten eraan toegevoegd, maar met dezelfde smaken. De foto ontbreekt omdat we het gewoon direct op hebben gegeten! Lekkerrr!

Ingrediënten:
– 2 uien, halve ringen
– 2 el milde currypasta
– 1/2 blikje tomatenpuree
– 250 g gehakt
– 1 kleine bloemkool in roosjes
– 1 blik kokosmelk (400 ml)
– 1/2 bouillonblokje rund
– 2 handen rozijnen
– 3 flinke el abrikozenjam
– worcestershiresaus naar smaak

Bereidingswijze:
Fruit de ui in wat olie. Voeg de currypasta en tomatenpuree toe en bak het even aan. Bak in dat mengsel het gehakt rul, en bak daarna de bloemkoolroosjes er in aan. Voeg daarna een blik kokosmelk toe (spoel het blik na met water en voeg ook dat toe) en verkruimel er een halve bouillontablet boven. Kijk even of de roosjes een beetje onder staan. Tot slot nog de rozijnen en de jam toevoegen en worcestershiresaus naar smaak. Laat het 10 minuten koken of totdat de bloemkoolroosjes gaar zijn. Serveer met rijst.

En wat vonden we ervan?
Lekker! Jawel, het smaakt als boboti maar dan met een aangenaam andere textuur. Ook de toevoeging van de bloemkool is een aangename. Restje over? Invriezen en save it for a rainy day wanneer je in een handomdraai zonnig Zuid-Afrika-meets-India goed op je bord kunt gebruiken 😉

Kip Siam zonder pakje

Als je googlet zie je dat menigeen er naar op zoek is: een recept voor kip Siam. Maar dan niet die uit pak maar eigen gemaakt. De zoekresultaten verschillen van “smaakt bijna zoals..” tot “compleet niet hetzelfde maar ook erg lekker..”. Leuk, maar ik wil Dé Kip Siam. Vooropgesteld: volgens mij bestaat er niet zoiets als dé kip Siam. En bestaat-ie al helemaal niet in Thailand. Maar u en ik weten precies waar we het over hebben. En ik maakte hem! Ik presenteer u: dé kip Siam (4 personen).

Ingrediënten:
– 1 grote ui, in stukjes
– 1 teentje knoflook, geperst
– 1 rode paprika, in korte reepjes
– 2 kipfilets of 4 kippendijen, in blokjes
– 3 lente-uien, in ringetjes
– vissaus
– oestersaus
– 250 ml kippenbouillon (half bouillonblokje)
– aardappelzetmeel
– evt. gedroogde koriander
– handvol ongezouten cashewnoten, een paar keer tussen je handen fijngedrukt

Voor garnering/extra jeu (van vroeger, toen er nog extra groententips op het pak stonden):
– 1 bosui, in ringetjes
– 4 halve perzikken uit blik, in stukjes

Bereidingswijze:
Scheutje olie in de pan, knoflook en ui erbij. Paar minuten bakken totdat ui glazig begint te worden. Dan de paprika erbij, kort meebakken, en vervolgens de kip. Het geheel goed bakken totdat de kip gaar is. Dan ca 1/2 eetlepel vissaus er over scheppen en 1 el oestersaus. Meer kan altijd achteraf dus volg daarin je smaak.

Voeg daarna 200 van de 50 ml bouillon bij en laat het geheel zachtjes pruttelen. Laat de overige 50 ml bouillon wat afkoelen en roer er dan met een vork een flinke eetlepel aardappelzetmeel doorheen. Aardappelzetmeel behoudt de transparantie van de vloeistof die je gaat binden en geeft het geheel een mooie glans, dus kies hier niet voor maizena. Roer het aardappelzetmeelpapje vlug door de saus en zet het vuur weer iets hoger. Saus te dik? Voeg een scheut heet water toe. Te dun? Herhaal de stap met het zetmeel maar neem ietsje minder zetmeel, in wat lauw water opgelost.

Als interessante toevoeging kun je nog een eetlepel gedroogde koriander door de saus roeren (hé, leuke groene spikkeltjes in de saus, net echt!) en, als je wilt, de perzikken in stukjes. (Of dat vroeger een serveertip was of dat mijn zus zo geniaal was, ik heb het er in ieder geval in gehouden: geeft het geheel kleur en een zoete, heerlijk kitscherige noot die het goed doet met de cashews en bosui). Vlak voor het opdienen de cashewnoten er overheen strooien. Garneren met ringetjes bosui en serveren met witte rijst en gestoomde groenten zoals broccoli of peultjes.

En wat vonden we ervan?
Kip Siam uit pak? No more! Voortaan maken we deze “Thaise” kip lekker makkelijk zelf. Smaakt ook de volgende dag heerlijk (ik schat dat het zonder cashews en bosui ook goed in te vriezen is. Handig om vanuit je werk snel aan tafel te kunnen.) En het mooiste is dat je echt niet meer tijd kwijt bent als je het zelf maakt! Ga maar na: de kip en groenten snijden moet je sowieso. Een klodder oestersaus is ook niet zoveel werk, toch? Kortom, voortaan heb je er een (s)makkelijke hap bij in het repertoir!

Hachee voor 2 personen

Dat heb ik gisteren zelf klaargemaakt. Niet uit een pakje, nee, from scratch! (De rode kool kwam wel gewoon uit een potje, zelf prutsen voor twee personen ging me iets te ver..) Het recept komt uit de Allerhande en is aangepast voor twee personen. Als Nieks moeder hachee op tafel zet(te), was ik veelal onder de indruk omdat ik dacht dat het allemaal héél precies kwam en ik dat waarschijnlijk nooit zelf voor elkaar zou krijgen. (Goed, zo achteraf bekeken ís die van haar ook wel lekkerder dan de mijne, maar ik heb natuurlijk nog een jaar of wat nodig om mijn technieken te verfijnen.. *kuch..). Maar ik stond er van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk erg lekker.

Ingrediënten
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
Р̩̩n grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/4 el bruine suiker (ja, dat krijg je van recepten halveren.. ik heb er maar gewoon wat bij in gemikkerd want over dat soort dingen wil ik niet al te moeilijk doen..)
– 1/2 tl bloem (weer zo’n maat.. thing is, ik heb geen bloem in huis. Ik ging er dus vanuit dat de bloem bedoeld was om de hele boel een beetje te binden zodat je niet een of andere soep over je rode kool klettert. En ik had wél bindmiddel in huis dus heb ik dat er doorheen gegooid. Dat werkte ook, maar ik had het beter pas op het einde kunnen doen, denk ik..)
– 250 ml rundvleesbouillon (da’s dus 250 ml water en een kwart bouillonblokje..)
– 1 1/2 el azijn (ja, of gewoon een mooie scheut..)
– 2 kruidnagels
Р1 laurierblaadje (vond het een raar idee om een heel pakje blaadjes te kopen om er maar ̩̩n van te gebruiken, dus ik heb mooi 1 1/2 blaadje gebruikt.. je moet die kruidnagels per slot van rekening toch ook ̩rgens in kwijt?)

Bereidingswijze
Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een stukje boter in een braadpan (bij voorkeur zo’n “rooie pan”, de zware bodem verdeelt de warmte goed en houdt die ook goed vast) en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover. (In het originele recept staat dan dat je moet wachten tot het lichtbruin kleurt, maar ik zou niet weten hoe dat gaat omdat ik dus bindmiddel heb gebruikt, en dat werd vrijwel direct opgenomen door het braadvocht..) Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n mooi klein gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het originele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote. Zalig 🙂

Edit 4 januari 2014:
Inmiddels maak ik dit recept met enige regelmaat en het stelt nooit teleur. Ik heb wel wat aanpassingen gedaan in de tussentijd:
– de (voor de hand liggende) oplossing voor het teveel aan vocht in de pan waardoor je de bloem niet goed mee kunt bakken is gewoon het afgieten in een kommetje. Het is namelijk prettig om het geheel wel degelijk bruin te kunnen bakken omdat al die aanbaksels straks ook weer smaak en kleur aan het gerecht geven. Voeg aan het afgegoten vocht dan nog heet water en het bouillonblokje aan toe en je kunt het na het aanbakken gewoon terug in de pan gieten.
– het sudderen op het gas laat ik tegenwoordig vaak over aan de oven, met 2 uur op 90 graden (het vlees hoeft immers niet te koken) krijg je het ook heerlijk mals. En je hoeft niet 2 uur lang naar de afzuigkap te luisteren!
– de rode kool “maak” ik tegenwoordig ook zelf. We blijven beiden diep in ons hart suckers voor rode kool uit een potje omdat die lekker zoet en smeuïg is, en mooi glanst, en laten we wel zijn: het is een stuk minder werk. Maar daar wij in het winterseizoen regelmatig een rode kool in de groententas hebben zitten kun je maar beter van een nood een deugd maken. Het viel me op hoe grof het blijft als je het met de hand snijdt en kookt. Die bleekpaarse repen met bite kunnen het nooit winnen van de kool uit pot! Dus ben ik de kool gaan snijden met de keukenmachine, het blad ingesteld op een dikte van ca. 4 mm. Omdat het blad van onze machine schuin aflopend in de plastic draaischijf zit resulteert dat in dikkere en dunnere reepjes maar dat is niet erg. Binnen een minuut heb je een hele rode kool in 6 parten door de machine gehaald! Een derde van de rode kool is genoeg voor 2 personen. De andere hoeveelheid kun je nog even in de koelkast bewaren of na 2 minuten blancheren invriezen. Dé truc voor het klaarmaken bleek stoven te zijn en bessensap gebruiken. Ik vond bij 24kitchen onderstaand ontzettend smakelijke recept, aangepast voor 2 personen.

Ingrediënten:
– 1/3 tot 1/2 rode kool: geschaafd of fijn gesneden (zie tip over keukenmachine hierboven)
– 1/2 ui, gesnipperd (andere helft doe je gewoon bij de hachee, zo blijf je ook niet met een uitgedroogde halve ui in de koelkast zitten)
– klein klontje boter
– 50 ml bessensap (ik heb het gemaakt met zowel eigengemaakte bramen- als bosbessensap en beiden zijn heerlijk maar je kunt ook sap uit pak gebruiken)
– kaneelstokje
– 1/2 el maïzena
– 125 gr cranberry’s (uit de diepvries is geen bezwaar. Hoewel zeer smakelijk wordt het resultaat overigens wel een tikje zuur: vervang voor een klassieke insteek de cranberry’s door stukjes (stevige!) appel maar voeg die pas zo’n 10 minuten voor het einde van de kooktijd toe om te voorkomen dat je ze aan moes kookt)

Bereidingswijze:
Smelt een klontje boter in een grote pan en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg de rode kool toe en bak circa 4 minuten mee. Schenk het rode bessensap erbij en voeg de cranberry’s en het kaneelstokje toe. (Je kunt ook kiezen voor laurier met kruidnagel of extra suiker toevoegen, als je het graag zoet hebt.) Breng het geheel aan de kook en stoof de rode kool in circa 25 minuten op laag vuur met het deksel op de pan gaar. Is het tegen het einde (te) droog gekookt, voeg dan nog wat water of sap toe, met name van belang voor de volgende stap. Roer in een kommetje de maïzena aan met een scheutje water (of sap) en voeg toe aan de rode kool (en voila: de glans-van-kool-uit-pot is succesvol verkregen!). Kook circa 1 minuut door en breng op smaak met een beetje zout en versgemalen peper.

Bietensalade met couscous en feta

Wanneer de termen “snel klaar” je aanspreken, maak dan eens deze makkelijke salade met bietjes, couscous en feta (4 personen).

Ingrediënten
– 3-4 grote bieten, gekookt en in blokjes gesneden
– 250 ml groentenbouillon
– 250 gr couscous
– olijfolie
– 1 rode ui, in dunne ringen gesneden
– pakje van 150 gram feta, verkruimeld
– hand walnoten, paar keer gehakt
– raapsteeltjes of rucola
– balsamicoazijn
– citroensap
– peper en zout

Bereidingswijze
Breng de bouillon (opnieuw) aan de kook in een pannetje en haal het dan van de warmtebron af. Voeg de couscous toe en laat het een paar minuten wellen. Roer het dan los met een vork (met een lepel zou je de couscous teveel pletten!). Meng de stukjes biet in een ruime kom met de couscous, walnoten, rode ui, raapsteeltjes/rucola en feta. Maak het geheel aan met peper, zout, balsamicoazijn en citroensap naar smaak. Sprenkel er bij het serveren een royale hoeveelheid lekkere olijfolie over en klaar ben je!

En wat vonden we ervan?
Ka-ching! Zoet, zout, zacht, knapperig: deze salade heeft het allemaal. Couscous met een über-Nederlandse twist die bovendien klaar is binnen een paar minuten (niet als je zelf de bietjes kookt natuurlijk). Op zichzelf al lekkere gemakskost maar kan het ook prima doen als bijgerecht.

Erwtenrisotto met citroen, munt en ricotta

Ik dacht: risotto. Lente. Risotto en asperges? Googlen. Risotto en asperges en doperwten. Van daar naar risotto met doperwten en munt! Dus geïnspireerd door een recept van het Londense Italiaanse restaurant the River Café: mijn variant op “fresh pea risotto”, oftewel risi e bisi, oftewel lekkere groene hap. Voor wie niet kan wachten tot het seizoen voor verse doperwtjes (of dat teveel werk vindt): het was ook erg smakelijk met diepvriesdoperwtjes. Voor 4 personen.

Ingrediënten:
– boter
– 1 ui, gesnipperd (of 3 lente-uitjes, gesneden)
– 350 gram risotto
– 1 liter hete groentenbouillon
– 450 gram diepvriesdoperwten
– ca. 10 blaadjes munt, gekneusd
– 2 teentje knoflook
– scheut vermout
– citroenrasp
– 100 gram ricotta
– parmezaanse kaas
– 8 blaadjes basilicum, in stukjes gescheurd
– peper en zout

Bereidingswijze
Kook de doperwten met de muntblaadjes en 1 teentje knoflook (geplet) 4-5 minuten. Bewaar 100 ml van het kookwater. (Let op: wacht nog even met de risotto. Het duurt wel even voordat het water met diepvriesdoperwtjes weer aan de kook is, en anders zit je straks met gare risotto terwijl je de erwten nog moet pureren!)

Smelt een klontje boter in de pan, of gebruik olijfolie, en fruit de ui en een uitgeperst teentje knoflook. Doe de risotto erbij en roer de rijst een paar keer goed door. Voeg dan lepel voor lepel de bouillon toe. Als de bouillon is opgenomen door de rijst, voeg dan de helft van de doperwten toe. Pureer de overige erwten met de munt, knoflook en kookvocht en voeg de erwtenpuree toe aan de risotto. Roer er tot slot de basilicum, vermout en een ruime eetlepel ricotta doorheen. Breng tot slot op smaak met peper en zout.

Serveer de risotto met nog een beetje ricotta, citroenrasp en parmezaanse kaas.

Vis in zoutkorst

Da’s ook al zoiets: “vis in zoutkorst”. Ik kon me alleen maar voorstellen hoe ik dan na veel prutsen een half rauwe vis in een grote zoutklomp zou vinden. Een klomp bovendien die ik eerst vakkundig moest kapot slaan met een hamer. Ik houd er niet van om ontzettend gewicht te doen over eten, zoals de rest van Nederland dat soms nodig schijnt te vinden, maar nee, een vis in het zout bakken, daar moet je toch wel een beetje culinair klaar voor zijn. En dat waren wij enkele weken geleden. Hier in Utrecht kocht ik bij de zeer vriendelijke en behulpzame visboer aan het begin van de Amsterdamsestraatweg een hele dorade, de ingewanden eruit en ontschubd en al. Dat laatste hoefde achteraf gezien niet want als je de vis in zout bakt, eet je de huid toch niet op.

Ik heb echt veel plezier gehad van het klaarmaken ervan (ja, zoiets simpels, dat kan je soms zo gebeuren, hè?) en het was leuk om het eens anders dan anders te doen. Het originele recept van inspiratiebron Jamie Oliver is terug te vinden op jamieoliver.com, ik heb er gewoon een beetje mee lopen aanrommelen 😉

Ingrediënten:
Р̩̩n vis naar keuze
– 1 kg grof zout
– 2 eiwitten
– kruiden naar keuze (ik koos voor een paar sprieten tijm)

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop de eiwitten stijf in een vetvrije kom (kom dus goed afwassen of ontvetten met een halve citroen). Spatel ze dan door de kilo zout. Leg een laagje zout in een ovenschaal en leg er de vis, ietsje ingewreven met olijfolie, erop en stop de kruiden in de buik.

Doe dan de rest van het zout op de vis en maak er een mooi aangeklopt bergje van. Plaats het geheel 25 minuten in de oven. De oventijd is afhankelijk van het gewicht van de vis en die is vast wel op het internet te vinden. Haal daarna de vis uit de oven en laat hem nog zo’n 10 minuten staan.

Daarna kun je de zoutkorst kapot breken en de vis eruit halen. Het vel neem je gemakkelijk mee bij het zout verwijderen dus pas op dat je dan niet per ongeluk een hele partij zout op de ontvelde vis brengt: het mooiste is als je de vis huid- én zoutloos op je bord weet te krijgen.

En wat vond ik ervan?
Lekker! De vis blijft heel mals en hij smaakt ook erg lekker. Een hele makkelijke manier om je vis redelijk gegarandeerd lekker op je bord te krijgen. Deze methode is dus een blijvertje.

Couscoussalade met kip

Ik had al twee keer couscous klaargemaakt en dat viel me niet tegen. Maar salade, zoals ik het andere mensen wel eens had zien eten, dat stond nog op mijn lijstje. De hoeveelheid couscous is voor 3-4 personen. Ik had dus teveel gemaakt maar de verhouding tot de groenten was prima. (Ik las overigens dat je er qua groenten alles doorheen kunt doen wat je maar lekker vindt dus wees vooral creatief!)

couscous_kip.jpg

Ingrediënten:
– 250 g couscous
– 1/2 tablet voor kruidenbouillon
– 1 rode (punt)paprika, in kleine stukjes
– 1 blik kikkererwten, uitgelekt
– 4-5 lepels fetablokjes (ik houd van feta..)
– bakje romaatjes, in drieën gesneden
– klein blikje worteltjes
– 1 bosuitje, in smalle ringetjes

– handje platte peterselie
– handje basilicum
– handje munt
– peter en zout
– citroensap

Bereidingswijze:
Doe de couscous in een schaal en los de 1/2 bouillontablet op in 250 ml kokend water. Giet het op de couscous, laat het wellen en onder af en toe losroeren met een vork weer afkoelen. Roer er dan de paprika doorheen, de kikkererwten, de feta, romaatjes, worteltjes en het bosuitje. Goed mengen. Hak dan de kruiden fijn en meng die door d salade. Beetje peper en zout erover, paar kneepjes citroensap, en klaar!

En wat vond ik ervan?
Lekker! Omdat de groenten rauw blijven (op de erwten en worteltjes na dan) is de salade fris en houd je iets om op te kauwen. De feta maakt het zacht, het uitje pittig, en de kruiden maken er een harmonieus geheel van. Ik dacht nog dat je de munt vast heel erg zou proeven maar niets is minder waar. Dankzij mijn verkeerde inschatting had ik teveel gemaakt maar na drie dagen dagelijks een schaaltje ben ik het nog steeds niet zat. Het is snel klaar, licht en vult prima. Op bovenstaande foto had ik er nog een stukje kip bij, gemarineerd in kaneel, komijn, paprikapoeder en chilipeper. Deze salade is een prima optie voor op een vegetarische dag!

Review – falafel

Als je op een gegeven moment door je beproefd-en-lekker-bevonden vegetarische recepten heen bent, moet je je horizon verbreden. En zo schoot me te binnen dat we eens op Lowlands heerlijke falafel hadden gegeten. Falafel is een van oorsprong Arabisch gerecht van gefrituurde balletjes puree van kikkererwten en tuinbonen. Die stop je in een broodje, sla erbij, knoflooksaus erover en klaar is je snelle lekkere vegetarische hap! Je kunt ze volgens mij ook kopen in een pak, kant en klaar, maar ik vond dat zelf maken ook moest kunnen. Zo moeilijk bleek het ook niet te zijn. Het originele recept is te vinden op ah.nl.

falafel.jpg

Ingrediënten:
– 1 pak ontdooide tuinboontjes (300 g)
– 1 blik uitgelekte kikkererwten (270 g)
– 2 eieren
– 1 gesnipperd ui
– verse peterselie, fijngehakt
– 2 el sesamzaad
– 2 tenen uitgeperste knoflook
– 2 tl gemalen komijn
– 3 tl gemalen koriander
– 1 tl chilipoeder
– 100 g bloem
– frituurolie: arachide- of zonnebloemolie

Bereidingswijze:
Bonen, erwten, eieren, ui, peterselie en sesamzaad pureren. Dan de knoflook, komijn, koriander, chilipoeder en zout erdoor mengen. En van die puree moet je dan balletjes zien te draaien. Dat viel mij een beetje tegen omdat het aardig smeuïg is en het aan je lepel dan wel aan je handen blijft kleven. Het moet de grootte hebben van een bitterbal en je moet zo’n balletje door de bloem halen. Mijn oplossing: met een lepel een hoopje uit de mengkom scheppen, die in de bloem laten ploffen, er wat bloem overheen strooien en klaar is het “hoopje”. Zet de balletjes/hoopjes 2 uur in de koelkast. Verwarm dan de frituurpan tot 175 graden. Heb je net als wij geen frituurpan, giet dan een flinke sloot olie in een steelpannetje en stook dat knap warm. Ik ben gewend om er een broodkorstje in te mikkeren en dat die dan binnen niet al te lange tijd knapperig bruin moet zijn: dan is je olie warm. Works for me! Frituur de balletjes goudbruin in 3-4 minuten. Uit laten lekken, in een pitabroodje stoppen met een handje sla, knoflooksaus erover en klaar is kees.

En wat vond ik ervan?
Lekker! Nou! Dat kwam ook vast door de knoflooksaus maar ik was aardig onder de indruk. Niek wat minder. Die vond dat er een overheersend smaakje van het een of ander aan zat. Dat was dan misschien de komijn en ik moet eerlijk toegeven dat ik de hoeveelheid niet exact heb afgemeten.. Volgende keer zal ik dus voorzichtiger zijn. Maar wat mij betreft is dit een heel geslaagde maaltijd.

Over Lowlands gesproken: de kaarten zijn inmiddels ook in de verkoop. Ik wilde het maar even gezegd hebben..

Review – witlof-aardappeltaart

Ik wilde onlangs de witlof eens anders klaarmaken dan in de vorm van een salade. Witlof is gekookt nou eenmaal ook erg lekker maar je moet het gewoon even goed verkopen. Niet in de vorm van de lekkere maar cliché witlof met ham en kaas, daarom dus eens wat compleet anders: een hartige witloftaart. Het originele recept is terug te vinden op ah.nl.

Ingrediënten:
– olijfolie
– ontdooide plakjes deeg voor hartige taart, genoeg om de ovenschaal mee te bekleden
– 500 g aardappels, geschild en in plakken (niet te dun!)
– 600 g witlof
– 1 ui, gesnipperd
– 3 eieren, losgeklopt
– 1 beker slagroom (250 ml)
– 1 pakje gerookt ontbijtspek (125 g, plakjes)

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden, vet de ovenschaal in en bekleed hem met het deeg. Kook de aardappelschijven voor en laat ze daarna uitlekken. Snijd de onderkant van de witlof af en haal voorzichtig de blaadjes van het stronkje af. Die binnenste paar blaadjes kun je laten voor wat het is, want het is nogal een gepeuter om die van elkaar af te krijgen.
Bak de ui even aan en doe er dan de witlofblaadjes bij om ze gedurende 8 minuten te bakken totdat ze er iets glaziger en bruiner uit zien.
Meng de eieren met de slagroom, peper en zout in een kom. Schep de witlof en de aardappelschijfjes er voorzichtig door, meng het geheel goed, en schep het dan in de ovenschaal. Bedek met geheel met de ontbijtspek. Bak de taart 35 minuten in het midden van de oven.

En wat vond ik ervan?
Lekker! Ik had nog nooit eerder gekookt met het hartige deeg maar het is zeker lekker. Het deeg kreeg aan de zijkanten van de schaal een prima textuur maar op de bodem werd het een beetje zompig. Daar zou ik de volgende keer dan nog iets op verzinnen. Ik zou dan ook de witlofblaadjes één keer doormidden snijden want nu waren het toch wel lange witlofslierten die er een beetje onappetijtelijk bij lagen. Verder smaakte de witlof verrassend zoetig, dankzij het bakken, en door de eieren en de slagroom was de schotel ook nog eens smeuïg en romig. Ik wilde het eigenlijk niet met de slagroom bereiden, maar ik vond dat het voor één keer wel moest kunnen. Misschien valt hiervoor crème fraîche te gebruiken? Slotsom: ik vond het echt lekker. Maar het is en blijft gekookte witlof, en daar moet je wel van houden 😉

Review – paella recept Albert Heijn

Paella. Het stond al een hele tijd hoog op mijn verlanglijstje om eens te koken. En dan hoeft dat niet gelijk superprofessioneel met mossels en weet ik wat voor stukken vlees, gesudderd op een houtvuurtje ergens in de wildernis van Spanje, maar gewoon, aangepast voor De Nederlandse Student: geen poespas, wel lekker, en vooral ook makkelijk. Natuurlijk heb ik wel met een schuin oog gekeken naar allerlei originele recepten en ik vond dat de essentie het best tot z’n recht kwam in onderstaand recept. De eerste keer dat ik het een tijdje geleden kookte gebruikte ik inderdaad risotto en saffraan, maar aangezien saffraan vooral gebruikt moet worden door mensen die daar verstand van hebben (bij verkeerd gebruik krijgt je eten een beetje chemisch smaakje), heb ik het daarna vooral op safe (en snel) gespeeld met gele rijst. Nadeel is dat het niet zo smeuïg is als risotto. Verder vond ik er te weinig pit in zitten en heb ik er ter compensatie chilipeper en paprikapoeder bij gedaan. Wat betreft tuinerwten: probeer eens de diepvries erwten met worteltjes uit het vriesvak, zeker die worteltjes erbij maken het erg lekker. Neem liever geen doperwtjes uit pot want die hebben toch behoorlijk aan kleur en textuur ingeleverd. Het oog wil toch ook wat? 😉 Het originele recept is terug te vinden op ah.nl.

Ingrediënten:
– 1 chorizoworst (250 g)
– 1 grote ui, grofgesneden
– 1 rode paprika, in blokjes
– 300 g risottorijst, 1 envelopje saffraan (ik gebruik hiervoor gewoon 300 g gele rijst. Wel saffraan gebruiken? Experimenteer dan liever met een iets minder grote hoeveelheid. Of doe eens gek en ga er gewoon voor!)
– 1 blikje tomatenpuree (70 g)
– 750 ml kippenbouillon (van tablet) (in geval van risotto gebruik dus, voor gele rijst kun je gewoon water of minder kippenbouillon gebruiken)
– 300 g tuinerwten (diepvries) (heb ik vervangen door 300 g biologische tuinerwten-wortel (diepvries))
– 1 bakje fruits de mer (vis, 150 g) (heb ik vervangen door 2 bakjes garnalen à 150 g en een pangasiusfilet in stukjes. Dat is weliswaar meer vis, maar wel lekker!)

Bereidingswijze:
Snijd de chorizo in blokjes en bak ze uit in een hapjespan. Er komt flink wat (helder, geel/oranje) vet uit dus houd daar rekening mee. Haal de chorizo uit de pan en laat ze uitlekken op een vel keukenpapier. Bak in het vet de ui en de paprika. Omdat het best een grote hoeveelheid vet is, schep ik er net zoveel vet uit tot ik genoeg overhoud voor de ui en de paprika. Als je nu voorts voor de risotto gaat, dan kun je die samen met de saffraan door de pan scheppen en even glanzend aanbakken. Daarna de tomatenpuree toevoegen, de bouillon en de erwten er door roeren, en de rijst in 15 minuten gaar laten worden (doe geen deksel op de pan). Ga je voor de gele rijst (voorgestoomde witte rijst, gekleurd met saffraan): deze kun je apart koken, maar met een beetje kunst- en vliegwerk ook met gepast water in de pan erbij doen. Gebruik dan 400 ml bouillon of water. Roer hoe dan ook regelmatig en wanneer je het idee hebt dat er te weinig water op staat, kun je dus ingrijpen. Roer, als de rijst gekookt is, de fruits de mer en de chorizoworst erdoor en warm alles 2-3 minuten door. Als je gaat voor de pangasiusfilet, zorg dan dat die de laatste 5-7 minuten (da’s een kwestie van inschatten) met de rijst meekookt. De garnalen en de chorizo kun je dan de laatste paar minuten mee laten warmen. Voorts staat er in het recept niets vermeld over verder op smaak brengen, maar daar heb ik naar eigen goeddunken chilipeper, paprikapoeder, maggi, peper en zout voor gebruikt.

En wat vond ik ervan?
Lekker! De eerste keer met saffraan was minder goed bevallen, de variant met gele rijst nadien een stuk beter. Ook de verhoudingen van worst en vis heb ik nog wel eens veranderd, maar de huidige is toch het lekkerst. Misschien doe ik er voortaan zelfs wat meer pangasiusfilet in. Die doet het als neutrale vis namelijk best lekker tussen de pit van de worst en het zachte van de rijst. Qua aanbod van groente is het een beetje marginaal, maar eventueel kun je dan meer erwten uit het pak schudden of er een lekkere salade bij maken. En omdat de worst best wel vet is, kook ik het niet heel regelmatig. Maar één keer in de maand gaat dit er bij mij wel in.