Twentse Balkenbrij

Balkenbrij. Het is net als met de Italianen: 5 meter verderop beweren ze dat ze HET ENIGE GOEDE RECEPT hebben. Maar zoals de rest van de wereld weet is dat onzin en smaakt het iedere 5 meter weer net zo lekker. Zo ook balkenbrij. Iedere streek, veelal aan de oostkant van Nederland, kent zijn eigen variant. Van oorsprong gaan er ook de mindere stukken van een varken doorheen (zoals de kop) zodat je na het slachten ook daarvan iets lekkers kon maken. (Van het bloed van een geslacht varken kon dan ook met roggemeel bloedworst worden gemaakt, ook al zo’n briljant restverwerkingsrecept!)

Bij mijn schoonfamilie is het een traditie om met kerst(avond) balkenbrij te eten, van origine iets dat je na de avondlijke kerstmis deed. Ik heb het leren eten door te beginnen met een miezerig stukje op heerlijk vers brood. Lever, brrrr! Eigenlijk vond je de balkenbrij dus niet op mijn boterham terug… Nu, 10 jaar later, kan ik er een maand van tevoren al zin in krijgen en zou ik het midden in de zomer nog kunnen eten! Tijd dus om de traditie zelf te omarmen. En zo staan we op de avond vóór kerstavond in de keuken te zwoegen. Dit recept is genoeg voor 3 middelgrote schalen (een halve schaal is genoeg om 6 boterhammen mee te beleggen).

Basisingrediënten:
– 3 liter water
– 3 laurierblaadjes
– een mengsel van in totaal 750 g boekweitmeel en bloem (het kabouterpannenkoekmeel van Koopmans heeft een heel geschikt mengsel, wij gebruikten 1,5 pak)

Rommelkruid:
Naar het schijnt heet het zo omdat je maar wat aan moet rommelen met welke kruiden je gebruikt en de verhoudingen.
– 2-3 tl zwarte peper
– 1,5 tl nootmuskaat
– 1,5 tl kruidnagelpoeder
– 1,5 tl piment
(Let op: wij hebben er geen extra zout door gedaan omdat er ook al een groot stuk spek doorheen is gegaan. Teveel zout krijg je er immers niet meer uit en als het nodig is, kun je het achteraf er nog over strooien.)

Het vlees:
Er zou “naar recept” een kilo lever in moeten maar ik had me vergist in mijn bestelling. Is niet zo erg in het geval dat je niet zo van lever houdt. Komt allemaal niet op een onsje meer of minder.
– 400 gram zuurkoolspek (stuk)
– 500 g varkenslappen
– 545 g lever

Bereidingswijze:
Zet het vlees – alles in 1 stuk laten! – op met 3 liter water, 3 laurierbladeren en het rommelkruid. Kook het zachtjes gedurende een uur. Schep eventueel schuim van het water af.balkenbrij_1

Na een uur het vlees eruit halen en in blokjes van minstens 1×1 cm snijden. Alles terug in de pan doen en weer aan de kook brengen. Proef even om te kijken of het kruidig genoeg is. Bedenk je dat er nog een flinke hoeveelheid bloem doorheen zal gaan en dat de kruidigheid dan al afneemt. Roer er dan het meel doorheen (zwaar klusje!). Klontjes zijn niet erg, die vind je niet meer terug. Met 750 g meel hadden wij al en een heel stevig mengsel (we hadden het vlees gekookt met een gaatjesdeksel op de pan dus er zal ook geen 3 liter water meer in hebben gezeten). Richtlijnen ontbreken: op het einde moet het roeren erg zwaar gaan en er moet een lepel rechtop in blijven staan. Laat het even kort doorkoken. Stort dan het mengsel in met koud water omgespoelde kommen.

balkenbrij_2Laat de balkenbrij zo snel mogelijk afkoelen (in deze tijd van het jaar zou dat buiten kunnen, ware het niet dat het buiten lenteweer is) en bewaar het in de koelkast. De volgende dag stort je de balkenbrij op een snijplank en snijd je er met een dun en natgemaakt mes plakken van 1 cm dik van. Neem je een dikker en droog mes dan trek je de plakken aan gruzelementen. De plakken bak je in boter aan beide zijden bruin. Een halve schaal levert genoeg plakjes op voor 6 goed belegde boterhammen en daar kun je dan een hele middag op teren.

Bewaren:
Heb je net zoals wij per ongeluk veel teveel gemaakt (is there even such a thing?)? In de koelkast is het een paar dagen (!) houdbaar. Als je nog aan de smaak moet eh, wennen, deel dan dus stukken uit aan kennissen, collega’s of buren onder het mom van cultureel erfgoed… Invriezen kan ook maar vries dan de afzonderlijke plakken in. Zou je het als één stuk invriezen dan kan het bij het ontdooien namelijk moeilijk te snijden zijn. Ontdooi de plakken voor het gebruik niet maar doe ze zo, hup, de hete pan in. Niet net zo lekker als vers, maar kan in geval van nood.

Hoe smaakt het eigenlijk?
Deze keer viel me de enorme gelijkenis met kroketten op! Vlees in een bouillon-met-meelmengsel, het heeft er natuurlijk ook wel wat van weg. Omdat wij een deel van de varkenslappen ietsje te klein hadden gesneden hadden we soms zelfs dezelfde draadjesstructuur als uit een kroket! Toch smaakt dit net iets pittiger, kruidiger, en bovendien zitten hier grotere stukken vlees in.

Hoe dan te eten?
Bijvoorbeeld zoals ik het geleerd heb bij mijn Twentse schoonfamilie: op een plak lekker vers (rogge)brood, naar behoefte verder op smaak brengen met zout en peper. Er doen ook verhalen de rondte over serveren met stroop, pruimen of weet ik wat allemaal meer, maar persoonlijk vind ik het zo, “kaal” uitermate heerlijk. Met stroop krijgt het wat meer het idee van een spekpannenkoek met stroop. Probeer het vooral zonder: lekker hartig bij het ontbijt, als lunch of avondmaal. Bij voorkeur te eten op kerstavond of het ontbijt eerste kerstdag.

Laat je weten hoe het is uitgepakt?

Stoofperen met effect – review

Een leuk recept voor tijdens de kerstdagen (dus eigenlijk net te laat) maar zeker ook daarbuiten: stoofpeertjes in twee kleuren. Het originele recept vraagt om Gieser Wildeman stoofpeertjes en om gebruik van witte wijn en port. Ik had destijds Brederode stoofperen in de groententas zitten (Brederode peren zijn een wat minder gangbaar ras) en heb de witte wijn vervangen door appelsap, en bramensap gebruikt in plaats van port. Het recept is aangepast voor 2 personen met een liefde voor nagerechten. Het originele recept voor 6 personen vind je hier.

Ingrediënten:
1/4 citroen
1/4 liter appelsap
165 ml water
65 g suiker
1/4 tl kurkuma
1/4 laurierblaadje
4 stoofperen
65 ml bramensap
1/4 el maïzena

Bereidingswijze:
Breng de geschilde peertjes aan de kook met het sap van de citroen, de uitgeknepen citroen zelf, de appelsap, water, suiker en kurkuma (die maakt de peertjes mooi geel). Laat een uur zachtjes koken en laat de peertjes dan afkoelen. Haal de peertjes er eventueel al voorzichtig uit met een lepel en houd het sap apart. Daarmee geef je de peertjes straks nog een glanslaagje. Giet de rest over in kleine glaasjes: een heerlijk kruidige alcoholvrije “punch”!

Zet de peertjes zodra ze zijn afgekoeld in een bakje knus naast elkaar en giet er een bodempje sap in. Laat een nachtje staan. Breng voor het serveren het restje kookvocht weer aan de kook met een klein beetje maizena. Haal de peertjes daar voor het serveren doorheen zodat ze een mooie glans krijgen. Wat mij betreft dan al af maar leuk de peertjes op naar believen: takje munt, paar verse bramen..

PS: wist je dat stoofpeertjes typisch Nederlands zijn en buiten ons land niet bekend zijn? En eerst eens gewone stoofpeertjes koken? Hier vind je het recept.

Hachee voor 2 personen

Dat heb ik gisteren zelf klaargemaakt. Niet uit een pakje, nee, from scratch! (De rode kool kwam wel gewoon uit een potje, zelf prutsen voor twee personen ging me iets te ver..) Het recept komt uit de Allerhande en is aangepast voor twee personen. Als Nieks moeder hachee op tafel zet(te), was ik veelal onder de indruk omdat ik dacht dat het allemaal héél precies kwam en ik dat waarschijnlijk nooit zelf voor elkaar zou krijgen. (Goed, zo achteraf bekeken ís die van haar ook wel lekkerder dan de mijne, maar ik heb natuurlijk nog een jaar of wat nodig om mijn technieken te verfijnen.. *kuch..). Maar ik stond er van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk erg lekker.

Ingrediënten
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/4 el bruine suiker (ja, dat krijg je van recepten halveren.. ik heb er maar gewoon wat bij in gemikkerd want over dat soort dingen wil ik niet al te moeilijk doen..)
– 1/2 tl bloem (weer zo’n maat.. thing is, ik heb geen bloem in huis. Ik ging er dus vanuit dat de bloem bedoeld was om de hele boel een beetje te binden zodat je niet een of andere soep over je rode kool klettert. En ik had wél bindmiddel in huis dus heb ik dat er doorheen gegooid. Dat werkte ook, maar ik had het beter pas op het einde kunnen doen, denk ik..)
– 250 ml rundvleesbouillon (da’s dus 250 ml water en een kwart bouillonblokje..)
– 1 1/2 el azijn (ja, of gewoon een mooie scheut..)
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje (vond het een raar idee om een heel pakje blaadjes te kopen om er maar één van te gebruiken, dus ik heb mooi 1 1/2 blaadje gebruikt.. je moet die kruidnagels per slot van rekening toch ook érgens in kwijt?)

Bereidingswijze
Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een stukje boter in een braadpan (bij voorkeur zo’n “rooie pan”, de zware bodem verdeelt de warmte goed en houdt die ook goed vast) en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover. (In het originele recept staat dan dat je moet wachten tot het lichtbruin kleurt, maar ik zou niet weten hoe dat gaat omdat ik dus bindmiddel heb gebruikt, en dat werd vrijwel direct opgenomen door het braadvocht..) Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n mooi klein gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het originele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote. Zalig 🙂

Edit 4 januari 2014:
Inmiddels maak ik dit recept met enige regelmaat en het stelt nooit teleur. Ik heb wel wat aanpassingen gedaan in de tussentijd:
– de (voor de hand liggende) oplossing voor het teveel aan vocht in de pan waardoor je de bloem niet goed mee kunt bakken is gewoon het afgieten in een kommetje. Het is namelijk prettig om het geheel wel degelijk bruin te kunnen bakken omdat al die aanbaksels straks ook weer smaak en kleur aan het gerecht geven. Voeg aan het afgegoten vocht dan nog heet water en het bouillonblokje aan toe en je kunt het na het aanbakken gewoon terug in de pan gieten.
– het sudderen op het gas laat ik tegenwoordig vaak over aan de oven, met 2 uur op 90 graden (het vlees hoeft immers niet te koken) krijg je het ook heerlijk mals. En je hoeft niet 2 uur lang naar de afzuigkap te luisteren!
– de rode kool “maak” ik tegenwoordig ook zelf. We blijven beiden diep in ons hart suckers voor rode kool uit een potje omdat die lekker zoet en smeuïg is, en mooi glanst, en laten we wel zijn: het is een stuk minder werk. Maar daar wij in het winterseizoen regelmatig een rode kool in de groententas hebben zitten kun je maar beter van een nood een deugd maken. Het viel me op hoe grof het blijft als je het met de hand snijdt en kookt. Die bleekpaarse repen met bite kunnen het nooit winnen van de kool uit pot! Dus ben ik de kool gaan snijden met de keukenmachine, het blad ingesteld op een dikte van ca. 4 mm. Omdat het blad van onze machine schuin aflopend in de plastic draaischijf zit resulteert dat in dikkere en dunnere reepjes maar dat is niet erg. Binnen een minuut heb je een hele rode kool in 6 parten door de machine gehaald! Een derde van de rode kool is genoeg voor 2 personen. De andere hoeveelheid kun je nog even in de koelkast bewaren of na 2 minuten blancheren invriezen. Dé truc voor het klaarmaken bleek stoven te zijn en bessensap gebruiken. Ik vond bij 24kitchen onderstaand ontzettend smakelijke recept, aangepast voor 2 personen.

Ingrediënten:
– 1/3 tot 1/2 rode kool: geschaafd of fijn gesneden (zie tip over keukenmachine hierboven)
– 1/2 ui, gesnipperd (andere helft doe je gewoon bij de hachee, zo blijf je ook niet met een uitgedroogde halve ui in de koelkast zitten)
– klein klontje boter
– 50 ml bessensap (ik heb het gemaakt met zowel eigengemaakte bramen- als bosbessensap en beiden zijn heerlijk maar je kunt ook sap uit pak gebruiken)
– kaneelstokje
– 1/2 el maïzena
– 125 gr cranberry’s (uit de diepvries is geen bezwaar. Hoewel zeer smakelijk wordt het resultaat overigens wel een tikje zuur: vervang voor een klassieke insteek de cranberry’s door stukjes (stevige!) appel maar voeg die pas zo’n 10 minuten voor het einde van de kooktijd toe om te voorkomen dat je ze aan moes kookt)

Bereidingswijze:
Smelt een klontje boter in een grote pan en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg de rode kool toe en bak circa 4 minuten mee. Schenk het rode bessensap erbij en voeg de cranberry’s en het kaneelstokje toe. (Je kunt ook kiezen voor laurier met kruidnagel of extra suiker toevoegen, als je het graag zoet hebt.) Breng het geheel aan de kook en stoof de rode kool in circa 25 minuten op laag vuur met het deksel op de pan gaar. Is het tegen het einde (te) droog gekookt, voeg dan nog wat water of sap toe, met name van belang voor de volgende stap. Roer in een kommetje de maïzena aan met een scheutje water (of sap) en voeg toe aan de rode kool (en voila: de glans-van-kool-uit-pot is succesvol verkregen!). Kook circa 1 minuut door en breng op smaak met een beetje zout en versgemalen peper.

Drie manieren om pastinaak te eten

Dit voorjaar had ik mijn vader overgehaald voor mij pastinaken te zaaien. Want het werd tijd voor een lijvig onderzoek van de pastinaak! Sinds begin deze maand staat er in mijn vaders tuin een lange rij met dik, groen loof, en is er geen ontkomen meer aan: we kunnen aan de pastinaak! Hier geef ik drie manieren waarop je pastinaken kunt eten.

Uit de oven
Ik denk het meest gangbaar en de veiligste optie. Combineer het vooral ook met andere groenten, bij voorkeur aardappel maar ook (winter)wortel, ui, knoflook of spruitjes. Snijd alles in hapklare stukken en kook ze eventueel een paar minuten voor. Dan alles in een ovenschaal, olijfolie, zout en rozemarijn erover, en drie kwartier later zijn je groenten klaar.

aardappel, pastinaak en wortel uit de oven

Aardappel, pastinaak (die lichte stukken groente) en wortel uit de oven

Resultaat?
Pastinaak. Uit de oven. Persoonlijk vind ik het wel lekker als groenten die wat drogere, knapperige buitenkant hebben. Maar de binnenkant liegt er niet om: pastinaak! Dus zorg dat je er het nodige zout over strooit zodat de smaak wat wordt opgehaald.

Met tagliatelle
Zo had ik het een paar jaar geleden ook klaargemaakt, volgens recept van Jamie O. Er stond me niks van bij dus heb ik het nu wéér gemaakt. Dat gaat als volgt: je snijdt de pastinaak in blokjes en kookt die even voor. Je bakt pancetta uit, snijdt die in reepjes, en kookt ondertussen wat tagliatelle. Frut er nog wat takjes rozemarijn overheen, en klaar ben je.

tagliatelle met pancetta en pastinaak

Tagliatelle met pancetta en pastinaak

Resultaat?
Als je het recept van Jamie tot op de letter nauwkeurig volgt, dan eindig je naar mijn smaak met teveel pastinaak. Apart, want het ene moment lijken ze weinig smaak te hebben, het volgende moment, in een gerecht als deze, steken ze gewoon scherp af tegen de zachte, matte smaak van de tagliatelle. Eén blokje per vork tagliatelle en je hebt een goede verhouding te pakken. Best lekker1

Maak er soep van
Volgens het recept mocht de soep best wat structuur hebben. Dus ik ben eropaf gegaan met de staafmixer en heb het gepureerd tot het de consistentie van een babyhapje had. Ik heb meerdere malen wat water toegevoegd, maar ik kreeg het hoe dan ook niet zijdeachtig.

Pastinaaksoep met sjalotjes

Pastinaaksoep met sjalotjes

Resultaat?
Ook hier staat er maar deze ene smaak centraal. Daarom serveerde ik het volgens recept met gekaramelliseerde sjalotjes. Dat was dan ook gelijk het hoogtepunt.

Eindoordeel: de pastinaak
Een 7. Het is een prachtige groente om te zien, dat staat vast, en ook de geur is veelbelovend: een zweem van winterwortels met nét iets extra’s. Alleen maakt de smaak dat niet helemaal waar en heeft het in mijn ogen altijd iets extra’s nodig om er wat extra jeux aan te geven. Maar mocht je nou juist van pure, eenvoudige smaken houden, dán is de pastinaak natuurlijk zeker jouw groente. En hoe dan ook een dikke zoen voor mijn vader, die ze liefdevol in zijn groententuin heeft geteeld.

Pompoenmuffins

Ik had een stuk pompoen over (na geroosterde pompoen en pompoenpasta was ik er wel klaar mee) en een recent geopend blik dulce de leche (opengetrokken in een bui van behoefte aan ZOET). Bij de Xenos trof ik een siliconen muffinvorm, type herfstblaadjes, en van het één kwam het ander: pompoenmuffins!

Mijn vorige muffinexperiment was qua smaak geslaagd, alleen qua vorm niet echt. Deze keer had ik daarom nóg meer aandacht voor zo min mogelijk in het beslag roeren.

pompoen

muffinbeslag

blaadjesvorm

pompoenmuffin

Het pompoenvlees probeerde ik eerst nog zacht te krijgen in de oven maar na een uur was ik geen steek verder dus dat heb ik 3 minuten in de magnetron gekieperd. Ze waren precies zoet genoeg, precies gekruid genoeg met koekkruiden, en precies sponzig genoeg. Aanrader!

Het originele recept staat in “1 beslag, 100 muffins“, van Susanna Tee. (Met zo’n naam kan dat ook niet verkeerd gaan.)

Erwtensoep

Ik heb gisteren een kwartiertje op natuurijs gestunteld en dat was de druppel: tijd voor erwtensoep! Het is alleen even lastig om te bepalen welk recept je moet volgen. Er zijn erwtensoeprecepten die van generatie op generatie overgaan, er zijn de makkelijke recepten, er zijn onmogelijk ongezonde recepten en dan is er natuurlijk nog altijd de snert uit blik. Mijn versie is een samenraapsel van tips van mijn moeder, restjes groente die ik nog had liggen en recepten van internet die ik als leidraad gebruik. Ik denk dat het een kwestie is van doen wat je goed dunkt, vlees gebruikt dat je lekker vindt, en er de tijd voor nemen. Kooktijden variëren ook in elk recept dus daarbij is het ook schipperen: als het er nog niet lekker genoeg uitziet, dan laat je het toch nóg een kwartiertje koken? Af en toe proeven geeft je ook wel een idee van hoe het er voor staat met de soep. Het zou natuurlijk het lekkerst zijn om er stapels aan varkenspootjes, doorregen spek en krabbetjes doorheen te mikkeren maar voor zo’n eerste poging wil ik niet het risico lopen lekker vlees te verprutsen. Momenteel staat mijn pan snert af te koelen, dus op hoop van zegen: het recept voor erwtensoep!


De erwten met het vlees in de pan – de groenten…

…ook in de pan – aardappel met doperwtjes en worst erbij…

…en laten afkoelen!

Ingrediënten:
– 350 g spliterwten (ik denk dat een heel pak van 500 g ook wel kan, maar ik heb ook nog een apart blikje doperwtjes)
– 2 liter water
– 2 preien
– 2 uien
– een winterwortel, gehalveerd en in plakjes (ik gebruik een paar gewone worteltjes)
– een aardappel in blokjes (ik gebruik een restje gekookte aardappel)
– klein blikje doperwtjes
– een knolselderij in blokjes, het loof (liefst flink wat) ook wassen en apart houden
– 2 (schouder)karbonades
– 125 g spekjes
– een rookworst (twee mag ook)
– een laurierblad
– maggi(blokjes) naar wens
– peper en zout

Bereidingswijze:
Vul een grote pan met 2 liter koud water. Spoel de spliterwten (in een zeef is het handigst) en doe ze in de pan, net als de karbonades, spekjes en het laurierblaadje. Doe er zout en peper bij en breng het geheel aan de kook. Je kunt er nu ook de bouillonblokjes aan toevoegen. Er komt schuim op het water maar dat kun je er gewoon vanaf scheppen. Laat het een half uur tot drie kwartier onder af en toe roeren koken en snijd ondertussen de groenten. Doe die er na dat half uur bij en laat het dan nog anderhalf uur zachtjes koken. De erwten zijn tegen die tijd wel gaar. Roer af en toe in de pan en let erop dat het niet aanbrandt.

Haal de karbonades uit de pan en snijd het vlees in stukjes. De botjes weggooien. Ik heb stukjes bot uit de pan moeten vissen omdat ze inmiddels al van de rest van het vlees los waren gekookt, maar na een beetje zoeken vind je het wel weer terug. De rookworst in plakjes snijden en het loof van de knolselderij ook fijn snijden. Het smaakt een beetje peterselie-achtig, geloof ik, dus dat kun je prima gebruiken. Doe het vlees en het loof in de pan Op dit punt heb ik er ook de gekookte aardappelkruim bij gedaan, die ik heb gebruikt in plaats van de rauwe aardappel. De aardappel bindt de boel een beetje. Doe er ook het blikje erwtjes bij zodat je ook daadwerkelijk kunt zien dat het erwtensoep is, want het oog wil natuurlijk ook wat. Laat het nog een kwartiertje pruttelen. Dan kun je het laurierblad eruit vissen en de erwtensoep verder op smaak brengen met peper en zout, maggi(blokjes) of wat je er ook maar door wilt doen.

Als je het dan goed wilt doen, zet je de pan met soep, ZONDER DEKSEL, in een gootsteen vol koud water om het af te laten koelen (of zet de pan op koude dagen als deze buiten neer) Af en toe een keertje roeren zodat alle soep goed af kan koelen. Naar het schijnt komt het de smaak ten goede om de soep een nacht te laten staan, eventueel in de koelkast, maar ik eet het vanavond al op! Wat je overhoudt laat zich trouwens prima invriezen. Bij de soep smaakt een plak roggebrood belegd met katenspek erg lekker. Maar dat betekent wel dat je de volgende dag op de fiets naar je werk moet natuurlijk… 😉

Stoofpeertjes

De dagen worden kouder, natter en donkerder. Niks maak ’s avonds dan zo behagelijk als een grote schaal stoofperen! De laatste keer dat ik ze maakte, gebruikte ik de volgende hoeveelheden en voegde ik eens laurier en kruidnagels toe. Het zorgt voor een heerlijk kruidige smaak zonder teveel aanwezig te zijn! Dat had ik veel eerder moeten doen! En voor zowel kleur als smaak nam ik bramengelei. Dat geeft een prachtige kleur en een iets friszure hint als tegenhanger van al het zoete geweld.

Ingrediënten:
– 16 peren
– 2 1/2 pijpje kaneel
– 125 g bruine suiker
– duim water (zalig triviale maat, dat..)
– 4 dikke el bramengelei
– 1 blad laurier
– 4 kruidnagels

Bereidingswijze:
Schil de peren, halveer ze en ontdoe ze van hun klokhuis. Doe ze samen met de suiker, het water en de bramengelei in een pan. Steek de kruidnagels in het laurierblad (zo vind je ze makkelijk terug) en steek ze samen met de pijpjes kaneel op strategische plekken tussen de peertjes. Breng het geheel aan de kook en zet dan het pitje zo laag mogelijk. De kooktijd hangt vervolgens ook af van de grootte van de peertjes. Kleintjes zijn met 45 min wel klaar (peil het af en toe eens door met een schilmesje in een peertje te prikken: geeft het makkelijk mee, dan zijn je peertjes goed), grotere peren 1-1,5 uur, en hele peren nog iets langer.

Als je de gare peertjes uit de pan haalt kun je het overgebleven vocht laten inkoken tot een wat dikkere siroop. Wil je sneller een dikkere saus, maak het dan aan met een klein beetje maizena of custardpoeder. De siroop eventueel overgieten in een feestelijk kannetje, de peertjes op een mooie schaal, en klaar is je prachtige nagerecht! Zowel koud als warm lekker met (zelfgemaakte custard)vla of een bolletje ijs.

Zuurkoolschotel met gehakt, spekjes en ananas

Mijn moeder is een absolute ster in het maken van deze schotel. Dus toen ik haar zondag belde voor instructies, wist ik al dat het resultaat vast niet zo lekker zou worden als wanneer zij het maakt. Maar dat is vast een kwestie van oefenen. Onderstaand recept is voor 2 personen, maar ik heb er nog een éénpersoons restje aan overgehouden.

Ingrediënten:
– aardappelpureeZuurkoolschotel
– pakje zuurkool
– klein pakje gehakt
– pakje spekjes
– blikje met vier ananasschijven, maar vers is misschien nog lekkerder
– paneermeel
– eventueel een beetje boter en melk voor de aardappelpuree
– peper en zout

Oven voorverwarmen op 180 graden en vet een ovenschaal in waarvan je denkt dat alles erin past. Ik nam een wat vierkante, hoge ovenschaal. Kook de zuurkool volgens de instructies op de verpakking, ga anders voor een half uur en proef het daarna, en kook de aardappels apart. Als de zuurkool klaar is, laat hem dan goed uitlekken omdat je anders uiteindelijk met één grote kleffe rommel in je ovenschaal zit opgescheept. Hetzelfde geldt voor het gehakt. Bak het rul en leg het, zo goed mogelijk uitgelekt, onderin je ovenschaal. Als er dan toch nog vocht uitkomt, dan trekt dat in ieder geval niet in een laag groente er onder! Bak de spekjes. Als de aardappels gaar zijn moet je er aardappelpuree van maken. Ook daarvoor geldt: maak wat je lekker vindt. Persoonlijk vind ik het zalig als de puree zó zacht is dat je het bijna door rietje kunt eten, Niek houdt graag iets over om op te kauwen. Ik had er maar weer even de staafmixer bijgepakt en de aardappels met een klein klontje boter en een scheutje melk tot puree gepureerd, je kunt het nog op smaak brengen met peper en zout. (Edit 24-11-2012: ik heb onlangs van mijn moeder een pureeknijper gekregen en voortaan maak ik daar de puree mee!) Schep (in mijn geval) de helft van je aardappelpuree in een laag over het bodempje gehakt, verspreid daarover de zuurkool en doe daar de spekjes bovenop. Besluit het geheel met de rest van de aardappelpuree en strooi er beetje paneermeel over. Leg daar bovenop de schijven ananas, en Bob’s your uncle/Fanny’s your aunt! Schuif de schaal voor 45 minuten de oven in, of nog iets langer, totdat de bovenkant mooi lichtbruin is. Pas op dat de ananas niet té bruin wordt, zoals op de foto, hoewel de ananas met een beetje zwarte peper erg lekker smaakt 😉

Hachee

Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Hachee! Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk über lekker.

Hachee
Ingrediënten:
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/2 el bruine suiker
– 1 el bloem
– 250 ml rundvleesbouillon
– 1 el azijn
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje, of 2 kleine

Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een klont boter in een braadpan en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover en laat die even bruin aanbakken. Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n petiterig gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het orginele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt. Op een heel klein pitje mag het langer de tijd krijgen, je zou het vlees ook in een oven op 80 graden 3-4 uur kunnen braden! Da’s pas wat je noemt “slow cooking”. Proef gewoon regelmatig om te kijken hoe het er voor staat.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote.