Kip Siam zonder pakje

Als je googlet zie je dat menigeen er naar op zoek is: een recept voor kip Siam. Maar dan niet die uit pak maar eigen gemaakt. De zoekresultaten verschillen van “smaakt bijna zoals..” tot “compleet niet hetzelfde maar ook erg lekker..”. Leuk, maar ik wil Dé Kip Siam. Vooropgesteld: volgens mij bestaat er niet zoiets als dé kip Siam. En bestaat-ie al helemaal niet in Thailand. Maar u en ik weten precies waar we het over hebben. En ik maakte hem! Ik presenteer u: dé kip Siam (4 personen).

Ingrediënten:
– 1 grote ui, in stukjes
– 1 teentje knoflook, geperst
– 1 rode paprika, in korte reepjes
– 2 kipfilets of 4 kippendijen, in blokjes
– 3 lente-uien, in ringetjes
– vissaus
– oestersaus
– 250 ml kippenbouillon (half bouillonblokje)
– aardappelzetmeel
– evt. gedroogde koriander
– handvol ongezouten cashewnoten, een paar keer tussen je handen fijngedrukt

Voor garnering/extra jeu (van vroeger, toen er nog extra groententips op het pak stonden):
– 1 bosui, in ringetjes
– 4 halve perzikken uit blik, in stukjes

Bereidingswijze:
Scheutje olie in de pan, knoflook en ui erbij. Paar minuten bakken totdat ui glazig begint te worden. Dan de paprika erbij, kort meebakken, en vervolgens de kip. Het geheel goed bakken totdat de kip gaar is. Dan ca 1/2 eetlepel vissaus er over scheppen en 1 el oestersaus. Meer kan altijd achteraf dus volg daarin je smaak.

Voeg daarna 200 van de 50 ml bouillon bij en laat het geheel zachtjes pruttelen. Laat de overige 50 ml bouillon wat afkoelen en roer er dan met een vork een flinke eetlepel aardappelzetmeel doorheen. Aardappelzetmeel behoudt de transparantie van de vloeistof die je gaat binden en geeft het geheel een mooie glans, dus kies hier niet voor maizena. Roer het aardappelzetmeelpapje vlug door de saus en zet het vuur weer iets hoger. Saus te dik? Voeg een scheut heet water toe. Te dun? Herhaal de stap met het zetmeel maar neem ietsje minder zetmeel, in wat lauw water opgelost.

Als interessante toevoeging kun je nog een eetlepel gedroogde koriander door de saus roeren (hé, leuke groene spikkeltjes in de saus, net echt!) en, als je wilt, de perzikken in stukjes. (Of dat vroeger een serveertip was of dat mijn zus zo geniaal was, ik heb het er in ieder geval in gehouden: geeft het geheel kleur en een zoete, heerlijk kitscherige noot die het goed doet met de cashews en bosui). Vlak voor het opdienen de cashewnoten er overheen strooien. Garneren met ringetjes bosui en serveren met witte rijst en gestoomde groenten zoals broccoli of peultjes.

En wat vonden we ervan?
Kip Siam uit pak? No more! Voortaan maken we deze “Thaise” kip lekker makkelijk zelf. Smaakt ook de volgende dag heerlijk (ik schat dat het zonder cashews en bosui ook goed in te vriezen is. Handig om vanuit je werk snel aan tafel te kunnen.) En het mooiste is dat je echt niet meer tijd kwijt bent als je het zelf maakt! Ga maar na: de kip en groenten snijden moet je sowieso. Een klodder oestersaus is ook niet zoveel werk, toch? Kortom, voortaan heb je er een (s)makkelijke hap bij in het repertoir!

Hachee voor 2 personen

Dat heb ik gisteren zelf klaargemaakt. Niet uit een pakje, nee, from scratch! (De rode kool kwam wel gewoon uit een potje, zelf prutsen voor twee personen ging me iets te ver..) Het recept komt uit de Allerhande en is aangepast voor twee personen. Als Nieks moeder hachee op tafel zet(te), was ik veelal onder de indruk omdat ik dacht dat het allemaal héél precies kwam en ik dat waarschijnlijk nooit zelf voor elkaar zou krijgen. (Goed, zo achteraf bekeken ís die van haar ook wel lekkerder dan de mijne, maar ik heb natuurlijk nog een jaar of wat nodig om mijn technieken te verfijnen.. *kuch..). Maar ik stond er van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk erg lekker.

Ingrediënten
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/4 el bruine suiker (ja, dat krijg je van recepten halveren.. ik heb er maar gewoon wat bij in gemikkerd want over dat soort dingen wil ik niet al te moeilijk doen..)
– 1/2 tl bloem (weer zo’n maat.. thing is, ik heb geen bloem in huis. Ik ging er dus vanuit dat de bloem bedoeld was om de hele boel een beetje te binden zodat je niet een of andere soep over je rode kool klettert. En ik had wél bindmiddel in huis dus heb ik dat er doorheen gegooid. Dat werkte ook, maar ik had het beter pas op het einde kunnen doen, denk ik..)
– 250 ml rundvleesbouillon (da’s dus 250 ml water en een kwart bouillonblokje..)
– 1 1/2 el azijn (ja, of gewoon een mooie scheut..)
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje (vond het een raar idee om een heel pakje blaadjes te kopen om er maar één van te gebruiken, dus ik heb mooi 1 1/2 blaadje gebruikt.. je moet die kruidnagels per slot van rekening toch ook érgens in kwijt?)

Bereidingswijze
Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een stukje boter in een braadpan (bij voorkeur zo’n “rooie pan”, de zware bodem verdeelt de warmte goed en houdt die ook goed vast) en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover. (In het originele recept staat dan dat je moet wachten tot het lichtbruin kleurt, maar ik zou niet weten hoe dat gaat omdat ik dus bindmiddel heb gebruikt, en dat werd vrijwel direct opgenomen door het braadvocht..) Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n mooi klein gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het originele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote. Zalig 🙂

Edit 4 januari 2014:
Inmiddels maak ik dit recept met enige regelmaat en het stelt nooit teleur. Ik heb wel wat aanpassingen gedaan in de tussentijd:
– de (voor de hand liggende) oplossing voor het teveel aan vocht in de pan waardoor je de bloem niet goed mee kunt bakken is gewoon het afgieten in een kommetje. Het is namelijk prettig om het geheel wel degelijk bruin te kunnen bakken omdat al die aanbaksels straks ook weer smaak en kleur aan het gerecht geven. Voeg aan het afgegoten vocht dan nog heet water en het bouillonblokje aan toe en je kunt het na het aanbakken gewoon terug in de pan gieten.
– het sudderen op het gas laat ik tegenwoordig vaak over aan de oven, met 2 uur op 90 graden (het vlees hoeft immers niet te koken) krijg je het ook heerlijk mals. En je hoeft niet 2 uur lang naar de afzuigkap te luisteren!
– de rode kool “maak” ik tegenwoordig ook zelf. We blijven beiden diep in ons hart suckers voor rode kool uit een potje omdat die lekker zoet en smeuïg is, en mooi glanst, en laten we wel zijn: het is een stuk minder werk. Maar daar wij in het winterseizoen regelmatig een rode kool in de groententas hebben zitten kun je maar beter van een nood een deugd maken. Het viel me op hoe grof het blijft als je het met de hand snijdt en kookt. Die bleekpaarse repen met bite kunnen het nooit winnen van de kool uit pot! Dus ben ik de kool gaan snijden met de keukenmachine, het blad ingesteld op een dikte van ca. 4 mm. Omdat het blad van onze machine schuin aflopend in de plastic draaischijf zit resulteert dat in dikkere en dunnere reepjes maar dat is niet erg. Binnen een minuut heb je een hele rode kool in 6 parten door de machine gehaald! Een derde van de rode kool is genoeg voor 2 personen. De andere hoeveelheid kun je nog even in de koelkast bewaren of na 2 minuten blancheren invriezen. Dé truc voor het klaarmaken bleek stoven te zijn en bessensap gebruiken. Ik vond bij 24kitchen onderstaand ontzettend smakelijke recept, aangepast voor 2 personen.

Ingrediënten:
– 1/3 tot 1/2 rode kool: geschaafd of fijn gesneden (zie tip over keukenmachine hierboven)
– 1/2 ui, gesnipperd (andere helft doe je gewoon bij de hachee, zo blijf je ook niet met een uitgedroogde halve ui in de koelkast zitten)
– klein klontje boter
– 50 ml bessensap (ik heb het gemaakt met zowel eigengemaakte bramen- als bosbessensap en beiden zijn heerlijk maar je kunt ook sap uit pak gebruiken)
– kaneelstokje
– 1/2 el maïzena
– 125 gr cranberry’s (uit de diepvries is geen bezwaar. Hoewel zeer smakelijk wordt het resultaat overigens wel een tikje zuur: vervang voor een klassieke insteek de cranberry’s door stukjes (stevige!) appel maar voeg die pas zo’n 10 minuten voor het einde van de kooktijd toe om te voorkomen dat je ze aan moes kookt)

Bereidingswijze:
Smelt een klontje boter in een grote pan en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg de rode kool toe en bak circa 4 minuten mee. Schenk het rode bessensap erbij en voeg de cranberry’s en het kaneelstokje toe. (Je kunt ook kiezen voor laurier met kruidnagel of extra suiker toevoegen, als je het graag zoet hebt.) Breng het geheel aan de kook en stoof de rode kool in circa 25 minuten op laag vuur met het deksel op de pan gaar. Is het tegen het einde (te) droog gekookt, voeg dan nog wat water of sap toe, met name van belang voor de volgende stap. Roer in een kommetje de maïzena aan met een scheutje water (of sap) en voeg toe aan de rode kool (en voila: de glans-van-kool-uit-pot is succesvol verkregen!). Kook circa 1 minuut door en breng op smaak met een beetje zout en versgemalen peper.

Vitatas – review

Na een tijd de groententas van Odin te hebben gehad, vonden we het wel welletjes om iedere keer de halve stad door te moeten rijden naar het afhaalpunt. Tegen de tijd dat je thuis kwam was een soms bij voorbaat al flink verlept bosje raapstelen dan echt totaal verlept. En om de week paksoi en bleekselderij gedurende het halve jaar was ook niet ons idee van uitdagender gaan koken. Dus zegden we hem op.

Maar dan moet je dus weer zelf gaan verzinnen wat je gaat eten…! Een luxeprobleem! Zeker, maar voordat je het door hebt sta je weer sperzieboontjes uit Kenia in een plastic zakje te laden en laat je je verleiden tot het kopen van aardbeien midden in de winter. Met de komst van een EkoPlaza op de route van werk naar huis werd het ons wat makkelijker gemaakt want ook daar zag ik regelmatig grote, gevulde papieren tassen in de winkel staan. Een abonnementje op de Vitatas dan eens proberen…? Omdat ik niet zoveel gebruikerservaringen vond over de kwaliteit van de Vitatas in vergelijking met Odin beschrijf ik het graag zelf. Lopen we tegen dezelfde kwesties aan als de tas van Odin? Hoe zit met het de kwaliteit en diversiteit? Kost-da? Drie verschillende tassen op een rijtje, de 2 persoons combi (groenten en fruit voor 2 personen), de 2 persoons (alleen groenten) en de Vitatas 2-persoons Holland (Nederlandse groenten en soms fruit).

2 persoons-combi. Voor 12 euro: Appel Dijkmans zoet, Appel Pinova, Bleekselderij, Kiwi, Kool rood, Mandarijn Clementine, Rode bieten ‘Chioggia’ (rood/wit), Venkel, Zoete Bataat.
2 persoons. Voor 7,50 euro: Bospeen, Kool wit, Pastinaken, Pompoen Butternut, Spruiten.
2-persoons Holland. Voor 7,50 euro: Aardperen, Gekookte biet (500 gr), Kool rood, Pompoen oranje, Schorseneren.

In zijn algemeen is de service bij de Vitatas prima! Dat zit hem er vooral in dat je niet alleen de inhoud van deze week kunt zien, maar tegelijkertijd ook de inhoud van volgende week al kunt zien. En nota bene tot een halve week van tevoren een tas kunt bestellen. Bij Odin, waar ik de tas op vrijdag ophaalde, kon je zaterdag al niet meer bestellen voor de erop volgende week. Ik belde de EkoPlaza vanochtend, vrijdag, en kan hem maandag al ophalen. Net als bij Odin zit je overigens niet vast aan één type tas: je kunt gerust switchen tussen de verschillende fruit- en groentencombinaties. Dat is fantastisch handig omdat je immers ook een week vooruit kunt kijken. Voorzie je al problemen met de pastinaken of de raapjes dan kun je kijken of een andere tas je beter uitkomt. En zo hoef je niet met tegenzin groenten op te maken of, belabberder, ze (bewust) verlept weg te gooien.

De kwaliteit van de groenten en het fruit is prima. Bij Odin vond ik dingen als sla altijd ellendig omdat, zeker als je later op de dag je tas ophaalt, je altijd zat opgescheept met het beroerdste kropje. Alles is mooi schoon, geen aangetaste plekken, stevig en niet verlept! De smaak voldoet ook aan de verwachtingen, met dien verstande dat een paar appels van pas wat smakelozer waren dan ik had gehoopt. Lastig is dan wel dat er geen stickertje op zit waarmee je de appels kunt identificeren. Zoals ik bij het aanschaffen van biologische producten wel vaker hoop dat je het er ook echt aan af komt proeven, gaat die vlieger in geval van de groenten niet op. Daarbij wil ik wel de kanttekening plaatsen dat ik denk dat het ook verband houdt met het seizoen: groenten uit de supermarkt waarbij je onmiskenbaar proeft dat ze waterig zijn (bijv. tomaten of paprika’s) zul je in de winter niet zo snel aantreffen in de tas. De herkomst van de groenten en het fruit vind ik bij de Vitatas echter een stuk minder transparant: werden de producten in de tas van Odin steevast vergezeld door een A4-tje met daarop de telers bij naam genoemd, net als het land van herkomst en bijv. onderscheid tussen toegepaste biologische of ook dynamische landbouw, bij de Vitatas is het gissen waar de ananas vandaan komt. En dat vind ik toch jammer.

(Edit april 2014: ook de Vitatas beschikt over een A4-tje met daarop recepten en het land of de teler van herkomst. Top dus!)

De kosten zijn in vergelijking met de tas van Odin natuurlijk afhankelijk van de inhoud. Bij Odin hadden we doorgaans de 1-persoonstas waarin groenten en fruit zat, genoeg voor pak ‘m beet 3-4 maaltijden en genoeg fruit voor 1 persoon om ca. 3-4 keer van te eten? Die Odin-tas kostte dan 8,75 euro. Leg je hem naast de combitas van Vitatas, dan is hij wel goedkoper. Maar daar staat tegenover dat er in de Vitatas meer zit: het is immers voor 2 personen bedoeld. Dus bijv. een heel netje mandarijnen, 4 kiwi’s en een stuk of wat appels en genoeg groenten voor ca. 5-6 maaltijden! De aardperen in de Holland tas zijn ook ruim genoeg voor twee maaltijden en bij de schorseneren heb ik zelfs een recept geweld aan moeten doen door er de dubbele hoeveelheid schorseneren in te verwerken om ze op te krijgen. Van de rode kool kunnen we zelfs wel drie keer eten! Dus voor iets meer dan 3 euro extra heb je flink meer waar voor je geld.

Dus concluderend ben ik voorlopig nog dik tevreden met de Vitatas en hoop ik ook een rondje zomergroenten (en vooral zomerfruit) mee te maken!

PS: de inhoud tussen Odin en de Vitatas verschillen niet heel gek veel, zo zag ik op een gegeven moment dat beiden pastinaken en stoofperen bevatten. Zit er toch meer eenheidsworst achter de schermen dan je zou denken, of is iedereen het gewoon héél erg eens over wat wanneer in het seizoen is..? Dat laatste geeft de burger moed!

Bietensalade met couscous en feta

Wanneer de termen “snel klaar” je aanspreken, maak dan eens deze makkelijke salade met bietjes, couscous en feta (4 personen).

Ingrediënten
– 3-4 grote bieten, gekookt en in blokjes gesneden
– 250 ml groentenbouillon
– 250 gr couscous
– olijfolie
– 1 rode ui, in dunne ringen gesneden
– pakje van 150 gram feta, verkruimeld
– hand walnoten, paar keer gehakt
– raapsteeltjes of rucola
– balsamicoazijn
– citroensap
– peper en zout

Bereidingswijze
Breng de bouillon (opnieuw) aan de kook in een pannetje en haal het dan van de warmtebron af. Voeg de couscous toe en laat het een paar minuten wellen. Roer het dan los met een vork (met een lepel zou je de couscous teveel pletten!). Meng de stukjes biet in een ruime kom met de couscous, walnoten, rode ui, raapsteeltjes/rucola en feta. Maak het geheel aan met peper, zout, balsamicoazijn en citroensap naar smaak. Sprenkel er bij het serveren een royale hoeveelheid lekkere olijfolie over en klaar ben je!

En wat vonden we ervan?
Ka-ching! Zoet, zout, zacht, knapperig: deze salade heeft het allemaal. Couscous met een über-Nederlandse twist die bovendien klaar is binnen een paar minuten (niet als je zelf de bietjes kookt natuurlijk). Op zichzelf al lekkere gemakskost maar kan het ook prima doen als bijgerecht.

Groententassoep deel 2: selderijsoep

(Voor achtergrondinformatie over de groententas: klik hier.)

Groenselderij. Nog zo’n groente waarvan je na tien keer denkt: tsja.. en nu? Een beetje rondzoeken bracht mij bij website food52.com waar er een overzicht was van “de beste selderijrecepten”. Als winnaar kwam uit de bus het recept voor geroosterde selderijsoep. Bingo! Kwam ik gelijk van de venkel in de groententas af 😉

Ingrediënten:
– 8 grote stengels selderij, de draden verwijderd en de stengels doormidden gesneden
– 1/2 venkelknol, doormidden gesneden
– 2 grote tenen knoflook
– 3 el olijfolie
– 1 tl zout
– 1/2 tl zwarte peper
– 3 middelgrote aardappels met rode schil, geschild en in blokjes van 2 cm gesneden
– 6 cups (1,4 liter) kippenbouillon (te vervangen door groentenbouillon voor een vegetarische versie)
– 1/2 cup (ca. 125 ml) light slagroom of “half and half” (een mix van 50% volle melk en 50% slagroom, of weglaten voor een lichtere versie)
– 2 tl verse citroensap
– blaadjes selderij en venkel voor garnering

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de selderij, venkel en knoflook in een ovenschaal die groot genoeg is om de groenten naast elkaar te kunnen roosteren. Rooster de groenten in 40-45 minuten totdat de randjes van de groenten beginnen te bruinen (schud tussentijds de groenten af en toe eens om).

Kook ondertussen de blokjes aardappel in ong. 10 minuten gaar in de bouillon. Doe zodra de groenten klaar zijn ze bij de bouillon met de aardappel en laat het geheel een beetje afkoelen. Maak er dan met de staafmixer een gladde soep van. Let op: ik had de draden niet van de selderij gehaald waardoor ze in de hakmessen van de staafmixer draaiden en er knap wat gepeuter nodig was om het schoon te krijgen! Bespaar je het werk en haal de draden van tevoren van de selderij.

 

Zeef na het pureren de soep en warm deze weer op. Voeg dan de half-and-half en de citroensap toe en serveer de soep met een feestelijk blaadje groen en, als je het hebt, eventueel een snufje selderijzout.

En wat vonden we ervan?
Er gaat even wat tijd in deze soep zitten. Maar da’s dan ook alleen vanwege het roosteren van de groente: het opeten gaat beduidend sneller! Lekker soepje, jazeker. Die geroosterde venkel geeft het een vleugje zoet tegen de achtergrond van het “vage groen” van de selderij. Door het zeven ziet het er ook nog eens heel chic uit: niemand die verwacht dat dit een experiment is om van de zoveelste-keer-selderij af te komen. Geslaagd!

Benieuwd van welke groente je ook prima soep kan maken? Probeer een slasoep, pastinaaksoep of erwtensoep.

Groententassoep deel 1: slasoep

Groenten- en fruitabonnement
Om ons in ons aankopen van groenten en fruit te laten leiden door wat in het seizoen is, en zo min mogelijk groenten en fruit te kopen die uit Kenia of Chili worden ingevlogen, hebben wij sinds ongeveer een jaar een abonnement op een groente- en fruittas. Als je van gemak houdt dan is dit een ideale manier om boodschappen te doen. Op zaterdag staat online wat er deze week in de tas zit. Dus als ik op vrijdag de tas haal, weet ik al precies welke boodschappen ik nog verder in huis moet halen voor de aankomende week! Bijkomend voordeel van hem op vrijdag halen: als er bijzondere groenten in de tas zitten dan kan ik op mijn gemak bedenken wat ik er dat weekend mee zal doen. Alle groenten en fruit zijn biologisch (of zelfs biologisch-dynamisch) en voor twee personen zijn we 8-9 euro kwijt voor een tas waar we de hele week mee doen. Niet gek! De tas komt met een begeleidende nieuwsbrief met achtergrondinformatie, een overzicht waar je groenten en fruit vandaan komen en standaard 2 recepten. Recepten die overigens vrijwel altijd erg lekkere gerechten opleveren, zeker de vegetarische. Je kunt vrijblijvend een paar keer een tas bestellen zonder aan een abonnement vast te zitten. En een paar weken op vakantie? Geen probleem, daarna staat de tas weer gewoon klaar.

Heeft het ook nadelen, zo’n tas? Jawel. Dat is niet eens dat je met de seizoenen mee moet eten (vaak kool in de winter, vaak sla in de zomer) maar met name dat je wel bereid moet zijn tot creatiever koken. Want wat maak je de zevende keer met paksoi? Je kunt het niet eeuwig blijven wokken, toch? En na twaalf keer een stronk groenselderij weet je het soms ook niet meer. Een ander nadeel is dat niet alles even lang goed blijft. Zeker verse dingen als sla verpieteren soms best snel. Maar… dan maak je er toch gewoon soep van?

Recent heb ik twee soepen gemaakt van groenten waar ik het het minst van verwachtte. Vandaag het recept voor slasoep (jawel, slasoep!) voor 3 personen.

Ingrediënten
– 1 krop (slappe!) sla, gewassen en in smalle reepjes
– 1 bosje raapstelen, gewassen (zat ook in de tas en daar kwam ik anders niet van af)
– 2 teentjes knoflook (in de pers)
– 1 sjalot, gesnipperd
– 750 ml bouillon (ik had kippenbouillon en groentenbouillon, kan ook prima met alleen groentenbouillon)
– 1 aardappel, geschild en in blokjes
– flinke hand bieslook
– peper en zout

Om te serveren: klodder (uitgelekte) Griekse yoghurt en sprietjes bieslook

fruiten van ingredienten

Bereidingswijze
Fruit de sjalot in een ruime pan (er moet straks veel sla én de bouillon in en in het pannetje op de foto paste dat dus niet). Pers de knoflook uit in de pan en voeg hand voor hand de gewassen sla toe. Verkruimel zodra de sla geslonken is de bouillontableten in de pan en giet er 750 ml heet water bij (op deze manier scheelt het weer afwas). Doe de aardappel erbij en breng alles aan de kook. Laat het daarna alles 15 minuten op een zacht vuur koken. Scheur een bosje bieslook in stukken en doe het in de pan bij de rest van de soep-in-wording. (Het zou ook prima met prei kunnen of bos-/lenteuitjes: bieslook levert eenzelfde soort pit!)

bouillon bij sla doen

Pureer dan alles met de staafmixer. Als je wilt dan zou je de soep nog kunnen zeven om wat minder vezels in je soep te hebben. Breng alles op smaak met peper en zout en serveer het met een beetje Griekse yoghurt of crème fraîche en een paar sprietjes bieslook.

En wat vonden we ervan?
Whoa! Dat sla zo lekker kon zijn in de soep! De eerste hap deed me sterk aan spinazie(soep) denken maar daarna toch ook weer niet..! Misschien is het gewoon de prachtig donkergroene kleur? Maakt ook niet uit want wat is dit een briljante manier om van een krop slappe sla af te komen. Als voorafje of met een stuk brood als lichte maaltijd.

soep serveren

Benieuwd van welke groente je ook prima soep kan maken? Probeer een slasoep, pastinaaksoep of erwtensoep.

Erwtenrisotto met citroen, munt en ricotta

Ik dacht: risotto. Lente. Risotto en asperges? Googlen. Risotto en asperges en doperwten. Van daar naar risotto met doperwten en munt! Dus geïnspireerd door een recept van het Londense Italiaanse restaurant the River Café: mijn variant op “fresh pea risotto”, oftewel risi e bisi, oftewel lekkere groene hap. Voor wie niet kan wachten tot het seizoen voor verse doperwtjes (of dat teveel werk vindt): het was ook erg smakelijk met diepvriesdoperwtjes. Voor 4 personen.

Ingrediënten:
– boter
– 1 ui, gesnipperd (of 3 lente-uitjes, gesneden)
– 350 gram risotto
– 1 liter hete groentenbouillon
– 450 gram diepvriesdoperwten
– ca. 10 blaadjes munt, gekneusd
– 2 teentje knoflook
– scheut vermout
– citroenrasp
– 100 gram ricotta
– parmezaanse kaas
– 8 blaadjes basilicum, in stukjes gescheurd
– peper en zout

Bereidingswijze
Kook de doperwten met de muntblaadjes en 1 teentje knoflook (geplet) 4-5 minuten. Bewaar 100 ml van het kookwater. (Let op: wacht nog even met de risotto. Het duurt wel even voordat het water met diepvriesdoperwtjes weer aan de kook is, en anders zit je straks met gare risotto terwijl je de erwten nog moet pureren!)

Smelt een klontje boter in de pan, of gebruik olijfolie, en fruit de ui en een uitgeperst teentje knoflook. Doe de risotto erbij en roer de rijst een paar keer goed door. Voeg dan lepel voor lepel de bouillon toe. Als de bouillon is opgenomen door de rijst, voeg dan de helft van de doperwten toe. Pureer de overige erwten met de munt, knoflook en kookvocht en voeg de erwtenpuree toe aan de risotto. Roer er tot slot de basilicum, vermout en een ruime eetlepel ricotta doorheen. Breng tot slot op smaak met peper en zout.

Serveer de risotto met nog een beetje ricotta, citroenrasp en parmezaanse kaas.

Brood, daar zit wat in

Enthousiast aangestoken door mijn broer, met een recept afkomstig uit het boek “Brot Pain” van de vakschool in Richemont: zelf brood bakken. Na het no-knead-bread dat je in een gietijzeren pan bakt nu dan ook een brood waarvan je het deeg weldegelijk moet kneden.

De foto’s volgen nog.

Startdeeg
– 100 g tarwemeel
– 65 ml water
– 3 g verse gist, of 1,5 g droge gist
– 2 g zout

Meng de ingredienten door elkaar. Laat het 60-120 minuten rusten bij kamertemperatuur. Daarna 48 uur in de koelkast leggen.

Deeg:
– startdeeg
– 500 g tarwemeel
– 340 g lauw water (het schijnt dat je bij brood bakken water ook in grammen moet afmeten)
– 15 g verse gist of 7,5 g droge gist
– 12 g zout

Meng het meel, water en de gist door het “startdeeg”. Kneed er pas na een tijdje het zout doorheen: als je direct het zout toevoegt, doet dat de rijzende werking van het gist teniet. Laat het deeg 75-90 minuten rusten.
Kneed het deeg dan een tijdje flink door. Vorm het dan tot een brood en laat het daarna (op een stuk bakpapier) 25 minuten onder een vochtige theedoek rusten. Snijd er dan met het scherpste mes dat je hebt 2-4 inkepingen in (zo’n inkeping heet een coup de lame). Dat mag aardig diep, als de dikte van je deeg het toelaat dan mag dat gerust 4 cm. Ik heb de schaar gepakt maar door mijn platte deeg hield het op na 1 cm diepte. Als je een onscherp mes gebruikt, zoals ik aanvankelijk probeerde, trek je het deeg aan puin in plaats van er een super strakke snee in te zetten.

Als je een ovensteen hebt, verwarm de oven dan met steen en al voor op 220 graden. Til het brood met papier en al op de ovensteen of bakplaat. Bak het brood 20 minuten. Verlaag de temperatuur daarna tot 180 graden, zet de deur van de oven op een kiertje (steek er een houten lepel tussen) en bak hem nog 30 minuten. Eerlijk gezegd lees ik dat van die deur op een kier nu pas, dus dat heb ik dan ook niet gedaan.

En wat vonden we ervan?
Als je ’s ochtends om 9 uur met vers, warm brood wilt ontbijten, houdt dat in dat je ongeveer kwart over 6 eruit moet om het deeg te maken, zodat het om iets voor 8 de oven in kan. Is dat relaxt? Nee, niet als je op je zondagochtend een klein beetje uit wilt slapen. Maar! de geur van vers brood maakt heel veel goed! En hoe smaakt het? Naar meer. Want: warm, geurig en dampend vers brood, een lekkere laag roomboter en een fijne laag frambozenjam erop, en je eet het hele brood zo op. Er valt ook een rustiekere invalshoek te kiezen: het smaakt naar brood uit Zwitserland, van dat knapperige witte, ronde brood. Dus als je je tanden in de krakende korst zet en eens diep de geur opsnuift, dan is het niet zo heel moeilijk om je in Zwitserland te wanen. Een lekkere laag (Zwitserse) kaas op zo’n verse, dikke, zelfgesneden plak brood helpt ook. Vergeleken met het no-knead-bread was dit natuurlijk wel bewerkelijker, de binnenkant van het brood compacter (het brood in de pan had flink wat luchtige gaten) en had het een iets taaiere korst.

Een zelfgebakken brood kun je niet eindeloos lang bewaren. De ervaring met het no-knead-bread leert dat het de volgende dag al niet meer zo krakend is. Dus aan het einde van de dag is het schitterend om met (knoflook)olie en zout bij een wijntje te snaaien, en de volgende dag valt het ook prima te roosteren. En dan dus wel dik met roomboter en jam beleggen.

Wil je meer uitleg dan deze bondige samenvatting? Zie website hoedoe.nl voor een fijne stap-voor-stap uitleg.

Wintersport Kleinwalsertal

Zo. Het wintersportseizoen zit er helaas weer op. Ik was in januari al met het werk geweest dus ik zat er al een beetje weer in. Dus hopsakee, naar Mittelberg. Deze keer voor het eerst met mijn eigen ski’s. Wat ging dat zalig lekker: bijna vanzelf! De temperatuur speelde ons wel parten. Want niet alleen in Nederland was het rond de -20 graden, in Oostenrijk ging het nog een stap verder richting de -34 graden zodat op een gegeven moment het ijs in mijn wanghaartjes (!) hing. Maar dat hield ons niet tegen en ook blauwbekkend hebben we heerlijke routes gezwierd van het ene eind van het gebied naar de andere. Tel daarbij op goede vrienden, een besnorde skileraar, spaghetti, schiwasser en om 20.30 voor pampus liggen, en je hebt een top tijd!


Het voordeel van doordeweek en buiten de schoolvakantie
op wintersport gaan is dat het ongelofelijk rustig is.


De Bob Ross berg.

Amaretti di niet-grappa

Sinds ons televisiezenderpakket kookkanaal “24kitchen” rijker is, ben ik verslingerd aan het bakprogramma van Rudolph van Veen, Rudolph’s Bakery. Er kwamen afgelopen week italiaanse koekjes voorbij, amaretti di grappa, een soort amandelkoekjes met botercreme en chocolade. Nu heb ik geen grappa in huis maar ik had nog wel een restje botercreme in de vriezer liggen en een doosje amandelen in de keukenla. Dus aan de slag!

Bereidingswijze en ingrediënten
Het deeg is niet zozeer deeg alswel smeuïge amandelpuree die je wat laat uitdrogen. Op 100 gram amandelen gaat 250 gram suiker. Dit samen in de foodprocessor aan gruis malen en het binden met nét genoeg eiwit dat je het idee hebt de massa middels een spuitzak te kunnen spuiten. Doe dat dan vervolgens en spuit kleine rondjes. Met voorgenoemde hoeveelheden heb ik een hele bakplaat vol gekregen. Bestuif alles met poedersuiker en laat het dan 12 uur drogen. Mijn koekjes zien er zo bruin uit omdat ik amandelen met het velletje er nog om heb gebruikt.

Ik had nog botercreme in de vriezer. Wat ik Rudolph zag doen was een hoeveelheid boter met poedersuiker mengen, maar daarvan weet ik de hoeveelheden niet. Ook deed hij er een scheutje grappa door. Het kan ook met rum. In beiden had ik niet zoveel trek, dus ik houd het alleen bij de botercreme. Verwarm de oven tot 220 graden. Plaats dan de koekjes 4 minuten in de oven totdat ze nét bruin zijn. (Ja, en hier ben ik met mijn bruine amandelen dus in het nadeel.) Blijf er het liefst even bij staan dus. Haal ze dan uit de oven en laat ze afkoelen. Spuit op een vel bakpapier een zelfde soort rondjes met de botercreme als dat je met het amandeldeeg gedaan hebt. Plaats dan de koekjes óp de toefjes botercreme (niet té hard drukken) en laat het geheel even opstijven in de vriezer zodat je het geheel van het bakpapier kunt halen zonder gelijk de boel kapot te maken. Laat in een kom chocolade smelten. Zodra de boter hard is, haal je voorzichtig de koekjes-met-botercreme van het bakpapier en doop je het in de gesmolten chocolade zodat de botercreme niet meer zichtbaar is. Plaats het dan weer op bakpapier en laat de chocolade hard worden.