IJskoffie – de volle mep

Ik dronk van de week een kopje “icecinno”, volgens de producent “een heerlijke en makkelijk te bereiden ijskoffie speciaal ontwikkeld voor de horeca.” Met dit (momenteel/tijdelijke/vluchtige) zomerse weer was dat een heerlijke afwisseling met de normale/warme koffie. Maar omdat ik geen pasje heb van de groothandel ging ik op zoek naar een eigen brouwsel. En dit kwam een eind in de buurt!

Ingrediënten:
– een dubbele epresso
– 200 ml halfvolle melk
– 5 ijsklontjes
– 1 tl vanille-essence
– 1 tl hazelnootsiroop

Bereidingswijze:
Gooi alles in een blender, als het kan met pulse-knop, en pulseer een paar keer kort zodat de ijsklontjes in stukjes zijn. Afhankelijk van hoe fijn je ze wilt hebben kun je het bij een paar keer laten óf het aan slush pulseren. Proef om te kijken of je bijv. nog iets extra vanille- of hazelnootsmaak wilt toevoegen, of bijvoorbeeld een zoetmaker zoals een beetje honing. Serveer in een hoog glas en zet je klapstoeltje maar in de zon!

Curry Bobotie

Ja, waarom niet?! Weliswaar niet met ei, en met wat meer groenten eraan toegevoegd, maar met dezelfde smaken. De foto ontbreekt omdat we het gewoon direct op hebben gegeten! Lekkerrr!

Ingrediënten:
– 2 uien, halve ringen
– 2 el milde currypasta
– 1/2 blikje tomatenpuree
– 250 g gehakt
– 1 kleine bloemkool in roosjes
– 1 blik kokosmelk (400 ml)
– 1/2 bouillonblokje rund
– 2 handen rozijnen
– 3 flinke el abrikozenjam
– worcestershiresaus naar smaak

Bereidingswijze:
Fruit de ui in wat olie. Voeg de currypasta en tomatenpuree toe en bak het even aan. Bak in dat mengsel het gehakt rul, en bak daarna de bloemkoolroosjes er in aan. Voeg daarna een blik kokosmelk toe (spoel het blik na met water en voeg ook dat toe) en verkruimel er een halve bouillontablet boven. Kijk even of de roosjes een beetje onder staan. Tot slot nog de rozijnen en de jam toevoegen en worcestershiresaus naar smaak. Laat het 10 minuten koken of totdat de bloemkoolroosjes gaar zijn. Serveer met rijst.

En wat vonden we ervan?
Lekker! Jawel, het smaakt als boboti maar dan met een aangenaam andere textuur. Ook de toevoeging van de bloemkool is een aangename. Restje over? Invriezen en save it for a rainy day wanneer je in een handomdraai zonnig Zuid-Afrika-meets-India goed op je bord kunt gebruiken 😉

Thaise currypasta zónder pepers – het kan!

Ik had zin in curry. Thaise curry, dank u. Maar geef maar eens chilipepers aan je kinderen, hè? Da’s ook weer zo wat. Is het mogelijk, een curry zonder (rode) pepers? Curry eten zonder brandblusser? JA! Virgil Evetts slaat de spijker op zijn kop: pepers geven niet alleen de pit aan een curry maar ook kleur en smaak. Dus wil je de hitte niet maar wel kleur en smaak, ga dan voor het andere familielid, de paprika! Virgil heeft iedere kleur curry gemaakt en de resultaten bevallen hem allen even goed. (Gele curry kun je extra kleuren met kurkuma.)

The wonderful, multilayered flavours are unclouded by usual incendiary discomfort and it is, I think a better dish for it. Purists would no doubt disagree, but I’ve never had much time for them anyway.

Ingrediënten:
– 1 middelgrote rode ui
– 5 teentjes knoflook
– 5 kaffir limoenblaadjes
– 1 grote paprika (groen/rood/geel)
– een stuk galangal van 5 cm
– 1/2 tl trassi
– 1/2 tl korianderzaad
– 1/2 tl komijnzaad
– 1/2 tl gemalen nootmuskaat (jawel!)
– stuk wortel ter grootte van een vinger (ter vervanging van korianderwortel)
– 2 stengels citroengras
– flinke snuf zout

Bereidingswijze:
Als je keukenmachine het niet goed fijn zal malen, vijzel dan het koriander- en komijnzaad van tevoren fijn. Doe dan alle ingrediënten in de keukenmachine en maal het fijn tot een smeuïge pasta. Klaar! Direct gebruiken en de rest in porties invriezen zodat je de volgende keer binnen no-time een curry op tafel zet. Als je het invriest zal de pasta wel ietsje verkleuren.

En wat vonden we ervan?
Ik heb de currypasta aangebakken met sjalotten, rode ui, minimais, paprika en courgette, er een pak kokosmelk bij gedaan en daar kipfilet in laten gaar sudderen. Het was klaar voordat ik met mijn ogen kon knipperen. Dus dat is al een dikke pré, zeker als je op een doordeweekse avond uit je werk komt. En dan de smaak! Jawel! Dit is een curry! Wat verrassend, zonder de hitte. Ook de rest van de disgenoten kan het waarderen.

Bron: foodlovers.co.nz
NB: het heeft er alle schijn van dat Virgil twee weken voordat ik dit recept vond is overleden aan kanker. Dus eer Virgil eens door zijn heerlijke currypasta te maken!

Twentse Balkenbrij

Balkenbrij. Het is net als met de Italianen: 5 meter verderop beweren ze dat ze HET ENIGE GOEDE RECEPT hebben. Maar zoals de rest van de wereld weet is dat onzin en smaakt het iedere 5 meter weer net zo lekker. Zo ook balkenbrij. Iedere streek, veelal aan de oostkant van Nederland, kent zijn eigen variant. Van oorsprong gaan er ook de mindere stukken van een varken doorheen (zoals de kop) zodat je na het slachten ook daarvan iets lekkers kon maken. (Van het bloed van een geslacht varken kon dan ook met roggemeel bloedworst worden gemaakt, ook al zo’n briljant restverwerkingsrecept!)

Bij mijn schoonfamilie is het een traditie om met kerst(avond) balkenbrij te eten, van origine iets dat je na de avondlijke kerstmis deed. Ik heb het leren eten door te beginnen met een miezerig stukje op heerlijk vers brood. Lever, brrrr! Eigenlijk vond je de balkenbrij dus niet op mijn boterham terug… Nu, 10 jaar later, kan ik er een maand van tevoren al zin in krijgen en zou ik het midden in de zomer nog kunnen eten! Tijd dus om de traditie zelf te omarmen. En zo staan we op de avond vóór kerstavond in de keuken te zwoegen. Dit recept is genoeg voor 3 middelgrote schalen (een halve schaal is genoeg om 6 boterhammen mee te beleggen).

Basisingrediënten:
– 3 liter water
– 3 laurierblaadjes
– een mengsel van in totaal 750 g boekweitmeel en bloem (het kabouterpannenkoekmeel van Koopmans heeft een heel geschikt mengsel, wij gebruikten 1,5 pak)

Rommelkruid:
Naar het schijnt heet het zo omdat je maar wat aan moet rommelen met welke kruiden je gebruikt en de verhoudingen.
– 2-3 tl zwarte peper
– 1,5 tl nootmuskaat
– 1,5 tl kruidnagelpoeder
– 1,5 tl piment
(Let op: wij hebben er geen extra zout door gedaan omdat er ook al een groot stuk spek doorheen is gegaan. Teveel zout krijg je er immers niet meer uit en als het nodig is, kun je het achteraf er nog over strooien.)

Het vlees:
Er zou “naar recept” een kilo lever in moeten maar ik had me vergist in mijn bestelling. Is niet zo erg in het geval dat je niet zo van lever houdt. Komt allemaal niet op een onsje meer of minder.
– 400 gram zuurkoolspek (stuk)
– 500 g varkenslappen
– 545 g lever

Bereidingswijze:
Zet het vlees – alles in 1 stuk laten! – op met 3 liter water, 3 laurierbladeren en het rommelkruid. Kook het zachtjes gedurende een uur. Schep eventueel schuim van het water af.balkenbrij_1

Na een uur het vlees eruit halen en in blokjes van minstens 1×1 cm snijden. Alles terug in de pan doen en weer aan de kook brengen. Proef even om te kijken of het kruidig genoeg is. Bedenk je dat er nog een flinke hoeveelheid bloem doorheen zal gaan en dat de kruidigheid dan al afneemt. Roer er dan het meel doorheen (zwaar klusje!). Klontjes zijn niet erg, die vind je niet meer terug. Met 750 g meel hadden wij al en een heel stevig mengsel (we hadden het vlees gekookt met een gaatjesdeksel op de pan dus er zal ook geen 3 liter water meer in hebben gezeten). Richtlijnen ontbreken: op het einde moet het roeren erg zwaar gaan en er moet een lepel rechtop in blijven staan. Laat het even kort doorkoken. Stort dan het mengsel in met koud water omgespoelde kommen.

balkenbrij_2Laat de balkenbrij zo snel mogelijk afkoelen (in deze tijd van het jaar zou dat buiten kunnen, ware het niet dat het buiten lenteweer is) en bewaar het in de koelkast. De volgende dag stort je de balkenbrij op een snijplank en snijd je er met een dun en natgemaakt mes plakken van 1 cm dik van. Neem je een dikker en droog mes dan trek je de plakken aan gruzelementen. De plakken bak je in boter aan beide zijden bruin. Een halve schaal levert genoeg plakjes op voor 6 goed belegde boterhammen en daar kun je dan een hele middag op teren.

Bewaren:
Heb je net zoals wij per ongeluk veel teveel gemaakt (is there even such a thing?)? In de koelkast is het een paar dagen (!) houdbaar. Als je nog aan de smaak moet eh, wennen, deel dan dus stukken uit aan kennissen, collega’s of buren onder het mom van cultureel erfgoed… Invriezen kan ook maar vries dan de afzonderlijke plakken in. Zou je het als één stuk invriezen dan kan het bij het ontdooien namelijk moeilijk te snijden zijn. Ontdooi de plakken voor het gebruik niet maar doe ze zo, hup, de hete pan in. Niet net zo lekker als vers, maar kan in geval van nood.

Hoe smaakt het eigenlijk?
Deze keer viel me de enorme gelijkenis met kroketten op! Vlees in een bouillon-met-meelmengsel, het heeft er natuurlijk ook wel wat van weg. Omdat wij een deel van de varkenslappen ietsje te klein hadden gesneden hadden we soms zelfs dezelfde draadjesstructuur als uit een kroket! Toch smaakt dit net iets pittiger, kruidiger, en bovendien zitten hier grotere stukken vlees in.

Hoe dan te eten?
Bijvoorbeeld zoals ik het geleerd heb bij mijn Twentse schoonfamilie: op een plak lekker vers (rogge)brood, naar behoefte verder op smaak brengen met zout en peper. Er doen ook verhalen de rondte over serveren met stroop, pruimen of weet ik wat allemaal meer, maar persoonlijk vind ik het zo, “kaal” uitermate heerlijk. Met stroop krijgt het wat meer het idee van een spekpannenkoek met stroop. Probeer het vooral zonder: lekker hartig bij het ontbijt, als lunch of avondmaal. Bij voorkeur te eten op kerstavond of het ontbijt eerste kerstdag.

Laat je weten hoe het is uitgepakt?

Stoofperen met effect – review

Een leuk recept voor tijdens de kerstdagen (dus eigenlijk net te laat) maar zeker ook daarbuiten: stoofpeertjes in twee kleuren. Het originele recept vraagt om Gieser Wildeman stoofpeertjes en om gebruik van witte wijn en port. Ik had destijds Brederode stoofperen in de groententas zitten (Brederode peren zijn een wat minder gangbaar ras) en heb de witte wijn vervangen door appelsap, en bramensap gebruikt in plaats van port. Het recept is aangepast voor 2 personen met een liefde voor nagerechten. Het originele recept voor 6 personen vind je hier.

Ingrediënten:
1/4 citroen
1/4 liter appelsap
165 ml water
65 g suiker
1/4 tl kurkuma
1/4 laurierblaadje
4 stoofperen
65 ml bramensap
1/4 el maïzena

Bereidingswijze:
Breng de geschilde peertjes aan de kook met het sap van de citroen, de uitgeknepen citroen zelf, de appelsap, water, suiker en kurkuma (die maakt de peertjes mooi geel). Laat een uur zachtjes koken en laat de peertjes dan afkoelen. Haal de peertjes er eventueel al voorzichtig uit met een lepel en houd het sap apart. Daarmee geef je de peertjes straks nog een glanslaagje. Giet de rest over in kleine glaasjes: een heerlijk kruidige alcoholvrije “punch”!

Zet de peertjes zodra ze zijn afgekoeld in een bakje knus naast elkaar en giet er een bodempje sap in. Laat een nachtje staan. Breng voor het serveren het restje kookvocht weer aan de kook met een klein beetje maizena. Haal de peertjes daar voor het serveren doorheen zodat ze een mooie glans krijgen. Wat mij betreft dan al af maar leuk de peertjes op naar believen: takje munt, paar verse bramen..

PS: wist je dat stoofpeertjes typisch Nederlands zijn en buiten ons land niet bekend zijn? En eerst eens gewone stoofpeertjes koken? Hier vind je het recept.

Kip Siam zonder pakje

Als je googlet zie je dat menigeen er naar op zoek is: een recept voor kip Siam. Maar dan niet die uit pak maar eigen gemaakt. De zoekresultaten verschillen van “smaakt bijna zoals..” tot “compleet niet hetzelfde maar ook erg lekker..”. Leuk, maar ik wil Dé Kip Siam. Vooropgesteld: volgens mij bestaat er niet zoiets als dé kip Siam. En bestaat-ie al helemaal niet in Thailand. Maar u en ik weten precies waar we het over hebben. En ik maakte hem! Ik presenteer u: dé kip Siam (4 personen).

Ingrediënten:
– 1 grote ui, in stukjes
– 1 teentje knoflook, geperst
– 1 rode paprika, in korte reepjes
– 2 kipfilets of 4 kippendijen, in blokjes
– 3 lente-uien, in ringetjes
– vissaus
– oestersaus
– 250 ml kippenbouillon (half bouillonblokje)
– aardappelzetmeel
– evt. gedroogde koriander
– handvol ongezouten cashewnoten, een paar keer tussen je handen fijngedrukt

Voor garnering/extra jeu (van vroeger, toen er nog extra groententips op het pak stonden):
– 1 bosui, in ringetjes
– 4 halve perzikken uit blik, in stukjes

Bereidingswijze:
Scheutje olie in de pan, knoflook en ui erbij. Paar minuten bakken totdat ui glazig begint te worden. Dan de paprika erbij, kort meebakken, en vervolgens de kip. Het geheel goed bakken totdat de kip gaar is. Dan ca 1/2 eetlepel vissaus er over scheppen en 1 el oestersaus. Meer kan altijd achteraf dus volg daarin je smaak.

Voeg daarna 200 van de 50 ml bouillon bij en laat het geheel zachtjes pruttelen. Laat de overige 50 ml bouillon wat afkoelen en roer er dan met een vork een flinke eetlepel aardappelzetmeel doorheen. Aardappelzetmeel behoudt de transparantie van de vloeistof die je gaat binden en geeft het geheel een mooie glans, dus kies hier niet voor maizena. Roer het aardappelzetmeelpapje vlug door de saus en zet het vuur weer iets hoger. Saus te dik? Voeg een scheut heet water toe. Te dun? Herhaal de stap met het zetmeel maar neem ietsje minder zetmeel, in wat lauw water opgelost.

Als interessante toevoeging kun je nog een eetlepel gedroogde koriander door de saus roeren (hé, leuke groene spikkeltjes in de saus, net echt!) en, als je wilt, de perzikken in stukjes. (Of dat vroeger een serveertip was of dat mijn zus zo geniaal was, ik heb het er in ieder geval in gehouden: geeft het geheel kleur en een zoete, heerlijk kitscherige noot die het goed doet met de cashews en bosui). Vlak voor het opdienen de cashewnoten er overheen strooien. Garneren met ringetjes bosui en serveren met witte rijst en gestoomde groenten zoals broccoli of peultjes.

En wat vonden we ervan?
Kip Siam uit pak? No more! Voortaan maken we deze “Thaise” kip lekker makkelijk zelf. Smaakt ook de volgende dag heerlijk (ik schat dat het zonder cashews en bosui ook goed in te vriezen is. Handig om vanuit je werk snel aan tafel te kunnen.) En het mooiste is dat je echt niet meer tijd kwijt bent als je het zelf maakt! Ga maar na: de kip en groenten snijden moet je sowieso. Een klodder oestersaus is ook niet zoveel werk, toch? Kortom, voortaan heb je er een (s)makkelijke hap bij in het repertoir!

Hachee voor 2 personen

Dat heb ik gisteren zelf klaargemaakt. Niet uit een pakje, nee, from scratch! (De rode kool kwam wel gewoon uit een potje, zelf prutsen voor twee personen ging me iets te ver..) Het recept komt uit de Allerhande en is aangepast voor twee personen. Als Nieks moeder hachee op tafel zet(te), was ik veelal onder de indruk omdat ik dacht dat het allemaal héél precies kwam en ik dat waarschijnlijk nooit zelf voor elkaar zou krijgen. (Goed, zo achteraf bekeken ís die van haar ook wel lekkerder dan de mijne, maar ik heb natuurlijk nog een jaar of wat nodig om mijn technieken te verfijnen.. *kuch..). Maar ik stond er van te kijken hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het is supersnel, het meeste werk is het vlees en de ui snijden, en als het eenmaal opstaat heb je er geen omkijken meer naar. En het is natuurlijk erg lekker.

Ingrediënten
– 300-400 gram (magere) runderbraadlappen. (tenminste, onder die naam ligt het bij de supermarkt hier in de koeling. Ze heten ook wel runderriblappen (blappen, hahaha) of het is gewoon een kant en klaar bakje hacheevlees..)
– één grote ui, of twee kleine uien (ik zou zeggen: meer is beter, maar over smaak valt niet te twisten.)
– 1/4 el bruine suiker (ja, dat krijg je van recepten halveren.. ik heb er maar gewoon wat bij in gemikkerd want over dat soort dingen wil ik niet al te moeilijk doen..)
– 1/2 tl bloem (weer zo’n maat.. thing is, ik heb geen bloem in huis. Ik ging er dus vanuit dat de bloem bedoeld was om de hele boel een beetje te binden zodat je niet een of andere soep over je rode kool klettert. En ik had wél bindmiddel in huis dus heb ik dat er doorheen gegooid. Dat werkte ook, maar ik had het beter pas op het einde kunnen doen, denk ik..)
– 250 ml rundvleesbouillon (da’s dus 250 ml water en een kwart bouillonblokje..)
– 1 1/2 el azijn (ja, of gewoon een mooie scheut..)
– 2 kruidnagels
– 1 laurierblaadje (vond het een raar idee om een heel pakje blaadjes te kopen om er maar één van te gebruiken, dus ik heb mooi 1 1/2 blaadje gebruikt.. je moet die kruidnagels per slot van rekening toch ook érgens in kwijt?)

Bereidingswijze
Snijd het vlees in blokjes. Niet te klein, het moet er nog wel een béétje robuust uit zien op je bord. Strooi er een beetje zout overheen en geef een paar slingers aan de pepermolen. Verhit dan een stukje boter in een braadpan (bij voorkeur zo’n “rooie pan”, de zware bodem verdeelt de warmte goed en houdt die ook goed vast) en bak het vlees in 5 minuten aan. Schep er dan de ui en de suiker doorheen en bak dat nog 10 minuten mee. Strooi de bloem erover. (In het originele recept staat dan dat je moet wachten tot het lichtbruin kleurt, maar ik zou niet weten hoe dat gaat omdat ik dus bindmiddel heb gebruikt, en dat werd vrijwel direct opgenomen door het braadvocht..) Giet er dan de bouillon en de azijn bij. Roer de boel een keertje door. Prik de kruidnagels in/door het laurierblad en laat dat ook op een strategisch gekozen plek in de pan vallen. Breng de hele pröttel aan de kook en zet het gas dan laag. Wij hebben hier op het gasstel zo’n mooi klein gaspitje dus als je dat op z’n kleinst zet, werkt dat uitstekend. Deksel op de pan en dan 2 uur afwachten. Ook hier stond in het originele recept 2,5 uur, maar achterop de verpakking van het vlees stond 2 uur. Ik heb het er dus tussenin gehouden. Anders gewoon afgaan op hoe lekker het na 2 uur smaakt.

En als je dan het gevoel hebt dat de hachee wel klaar is, dan het serveren met aardappels, rode kool en appelmoes/compote. Zalig 🙂

Edit 4 januari 2014:
Inmiddels maak ik dit recept met enige regelmaat en het stelt nooit teleur. Ik heb wel wat aanpassingen gedaan in de tussentijd:
– de (voor de hand liggende) oplossing voor het teveel aan vocht in de pan waardoor je de bloem niet goed mee kunt bakken is gewoon het afgieten in een kommetje. Het is namelijk prettig om het geheel wel degelijk bruin te kunnen bakken omdat al die aanbaksels straks ook weer smaak en kleur aan het gerecht geven. Voeg aan het afgegoten vocht dan nog heet water en het bouillonblokje aan toe en je kunt het na het aanbakken gewoon terug in de pan gieten.
– het sudderen op het gas laat ik tegenwoordig vaak over aan de oven, met 2 uur op 90 graden (het vlees hoeft immers niet te koken) krijg je het ook heerlijk mals. En je hoeft niet 2 uur lang naar de afzuigkap te luisteren!
– de rode kool “maak” ik tegenwoordig ook zelf. We blijven beiden diep in ons hart suckers voor rode kool uit een potje omdat die lekker zoet en smeuïg is, en mooi glanst, en laten we wel zijn: het is een stuk minder werk. Maar daar wij in het winterseizoen regelmatig een rode kool in de groententas hebben zitten kun je maar beter van een nood een deugd maken. Het viel me op hoe grof het blijft als je het met de hand snijdt en kookt. Die bleekpaarse repen met bite kunnen het nooit winnen van de kool uit pot! Dus ben ik de kool gaan snijden met de keukenmachine, het blad ingesteld op een dikte van ca. 4 mm. Omdat het blad van onze machine schuin aflopend in de plastic draaischijf zit resulteert dat in dikkere en dunnere reepjes maar dat is niet erg. Binnen een minuut heb je een hele rode kool in 6 parten door de machine gehaald! Een derde van de rode kool is genoeg voor 2 personen. De andere hoeveelheid kun je nog even in de koelkast bewaren of na 2 minuten blancheren invriezen. Dé truc voor het klaarmaken bleek stoven te zijn en bessensap gebruiken. Ik vond bij 24kitchen onderstaand ontzettend smakelijke recept, aangepast voor 2 personen.

Ingrediënten:
– 1/3 tot 1/2 rode kool: geschaafd of fijn gesneden (zie tip over keukenmachine hierboven)
– 1/2 ui, gesnipperd (andere helft doe je gewoon bij de hachee, zo blijf je ook niet met een uitgedroogde halve ui in de koelkast zitten)
– klein klontje boter
– 50 ml bessensap (ik heb het gemaakt met zowel eigengemaakte bramen- als bosbessensap en beiden zijn heerlijk maar je kunt ook sap uit pak gebruiken)
– kaneelstokje
– 1/2 el maïzena
– 125 gr cranberry’s (uit de diepvries is geen bezwaar. Hoewel zeer smakelijk wordt het resultaat overigens wel een tikje zuur: vervang voor een klassieke insteek de cranberry’s door stukjes (stevige!) appel maar voeg die pas zo’n 10 minuten voor het einde van de kooktijd toe om te voorkomen dat je ze aan moes kookt)

Bereidingswijze:
Smelt een klontje boter in een grote pan en fruit de ui circa 1 minuut. Voeg de rode kool toe en bak circa 4 minuten mee. Schenk het rode bessensap erbij en voeg de cranberry’s en het kaneelstokje toe. (Je kunt ook kiezen voor laurier met kruidnagel of extra suiker toevoegen, als je het graag zoet hebt.) Breng het geheel aan de kook en stoof de rode kool in circa 25 minuten op laag vuur met het deksel op de pan gaar. Is het tegen het einde (te) droog gekookt, voeg dan nog wat water of sap toe, met name van belang voor de volgende stap. Roer in een kommetje de maïzena aan met een scheutje water (of sap) en voeg toe aan de rode kool (en voila: de glans-van-kool-uit-pot is succesvol verkregen!). Kook circa 1 minuut door en breng op smaak met een beetje zout en versgemalen peper.

Vitatas – review

Na een tijd de groententas van Odin te hebben gehad, vonden we het wel welletjes om iedere keer de halve stad door te moeten rijden naar het afhaalpunt. Tegen de tijd dat je thuis kwam was een soms bij voorbaat al flink verlept bosje raapstelen dan echt totaal verlept. En om de week paksoi en bleekselderij gedurende het halve jaar was ook niet ons idee van uitdagender gaan koken. Dus zegden we hem op.

Maar dan moet je dus weer zelf gaan verzinnen wat je gaat eten…! Een luxeprobleem! Zeker, maar voordat je het door hebt sta je weer sperzieboontjes uit Kenia in een plastic zakje te laden en laat je je verleiden tot het kopen van aardbeien midden in de winter. Met de komst van een EkoPlaza op de route van werk naar huis werd het ons wat makkelijker gemaakt want ook daar zag ik regelmatig grote, gevulde papieren tassen in de winkel staan. Een abonnementje op de Vitatas dan eens proberen…? Omdat ik niet zoveel gebruikerservaringen vond over de kwaliteit van de Vitatas in vergelijking met Odin beschrijf ik het graag zelf. Lopen we tegen dezelfde kwesties aan als de tas van Odin? Hoe zit met het de kwaliteit en diversiteit? Kost-da? Drie verschillende tassen op een rijtje, de 2 persoons combi (groenten en fruit voor 2 personen), de 2 persoons (alleen groenten) en de Vitatas 2-persoons Holland (Nederlandse groenten en soms fruit).

2 persoons-combi. Voor 12 euro: Appel Dijkmans zoet, Appel Pinova, Bleekselderij, Kiwi, Kool rood, Mandarijn Clementine, Rode bieten ‘Chioggia’ (rood/wit), Venkel, Zoete Bataat.
2 persoons. Voor 7,50 euro: Bospeen, Kool wit, Pastinaken, Pompoen Butternut, Spruiten.
2-persoons Holland. Voor 7,50 euro: Aardperen, Gekookte biet (500 gr), Kool rood, Pompoen oranje, Schorseneren.

In zijn algemeen is de service bij de Vitatas prima! Dat zit hem er vooral in dat je niet alleen de inhoud van deze week kunt zien, maar tegelijkertijd ook de inhoud van volgende week al kunt zien. En nota bene tot een halve week van tevoren een tas kunt bestellen. Bij Odin, waar ik de tas op vrijdag ophaalde, kon je zaterdag al niet meer bestellen voor de erop volgende week. Ik belde de EkoPlaza vanochtend, vrijdag, en kan hem maandag al ophalen. Net als bij Odin zit je overigens niet vast aan één type tas: je kunt gerust switchen tussen de verschillende fruit- en groentencombinaties. Dat is fantastisch handig omdat je immers ook een week vooruit kunt kijken. Voorzie je al problemen met de pastinaken of de raapjes dan kun je kijken of een andere tas je beter uitkomt. En zo hoef je niet met tegenzin groenten op te maken of, belabberder, ze (bewust) verlept weg te gooien.

De kwaliteit van de groenten en het fruit is prima. Bij Odin vond ik dingen als sla altijd ellendig omdat, zeker als je later op de dag je tas ophaalt, je altijd zat opgescheept met het beroerdste kropje. Alles is mooi schoon, geen aangetaste plekken, stevig en niet verlept! De smaak voldoet ook aan de verwachtingen, met dien verstande dat een paar appels van pas wat smakelozer waren dan ik had gehoopt. Lastig is dan wel dat er geen stickertje op zit waarmee je de appels kunt identificeren. Zoals ik bij het aanschaffen van biologische producten wel vaker hoop dat je het er ook echt aan af komt proeven, gaat die vlieger in geval van de groenten niet op. Daarbij wil ik wel de kanttekening plaatsen dat ik denk dat het ook verband houdt met het seizoen: groenten uit de supermarkt waarbij je onmiskenbaar proeft dat ze waterig zijn (bijv. tomaten of paprika’s) zul je in de winter niet zo snel aantreffen in de tas. De herkomst van de groenten en het fruit vind ik bij de Vitatas echter een stuk minder transparant: werden de producten in de tas van Odin steevast vergezeld door een A4-tje met daarop de telers bij naam genoemd, net als het land van herkomst en bijv. onderscheid tussen toegepaste biologische of ook dynamische landbouw, bij de Vitatas is het gissen waar de ananas vandaan komt. En dat vind ik toch jammer.

(Edit april 2014: ook de Vitatas beschikt over een A4-tje met daarop recepten en het land of de teler van herkomst. Top dus!)

De kosten zijn in vergelijking met de tas van Odin natuurlijk afhankelijk van de inhoud. Bij Odin hadden we doorgaans de 1-persoonstas waarin groenten en fruit zat, genoeg voor pak ‘m beet 3-4 maaltijden en genoeg fruit voor 1 persoon om ca. 3-4 keer van te eten? Die Odin-tas kostte dan 8,75 euro. Leg je hem naast de combitas van Vitatas, dan is hij wel goedkoper. Maar daar staat tegenover dat er in de Vitatas meer zit: het is immers voor 2 personen bedoeld. Dus bijv. een heel netje mandarijnen, 4 kiwi’s en een stuk of wat appels en genoeg groenten voor ca. 5-6 maaltijden! De aardperen in de Holland tas zijn ook ruim genoeg voor twee maaltijden en bij de schorseneren heb ik zelfs een recept geweld aan moeten doen door er de dubbele hoeveelheid schorseneren in te verwerken om ze op te krijgen. Van de rode kool kunnen we zelfs wel drie keer eten! Dus voor iets meer dan 3 euro extra heb je flink meer waar voor je geld.

Dus concluderend ben ik voorlopig nog dik tevreden met de Vitatas en hoop ik ook een rondje zomergroenten (en vooral zomerfruit) mee te maken!

PS: de inhoud tussen Odin en de Vitatas verschillen niet heel gek veel, zo zag ik op een gegeven moment dat beiden pastinaken en stoofperen bevatten. Zit er toch meer eenheidsworst achter de schermen dan je zou denken, of is iedereen het gewoon héél erg eens over wat wanneer in het seizoen is..? Dat laatste geeft de burger moed!

Bietensalade met couscous en feta

Wanneer de termen “snel klaar” je aanspreken, maak dan eens deze makkelijke salade met bietjes, couscous en feta (4 personen).

Ingrediënten
– 3-4 grote bieten, gekookt en in blokjes gesneden
– 250 ml groentenbouillon
– 250 gr couscous
– olijfolie
– 1 rode ui, in dunne ringen gesneden
– pakje van 150 gram feta, verkruimeld
– hand walnoten, paar keer gehakt
– raapsteeltjes of rucola
– balsamicoazijn
– citroensap
– peper en zout

Bereidingswijze
Breng de bouillon (opnieuw) aan de kook in een pannetje en haal het dan van de warmtebron af. Voeg de couscous toe en laat het een paar minuten wellen. Roer het dan los met een vork (met een lepel zou je de couscous teveel pletten!). Meng de stukjes biet in een ruime kom met de couscous, walnoten, rode ui, raapsteeltjes/rucola en feta. Maak het geheel aan met peper, zout, balsamicoazijn en citroensap naar smaak. Sprenkel er bij het serveren een royale hoeveelheid lekkere olijfolie over en klaar ben je!

En wat vonden we ervan?
Ka-ching! Zoet, zout, zacht, knapperig: deze salade heeft het allemaal. Couscous met een über-Nederlandse twist die bovendien klaar is binnen een paar minuten (niet als je zelf de bietjes kookt natuurlijk). Op zichzelf al lekkere gemakskost maar kan het ook prima doen als bijgerecht.

Groententassoep deel 2: selderijsoep

(Voor achtergrondinformatie over de groententas: klik hier.)

Groenselderij. Nog zo’n groente waarvan je na tien keer denkt: tsja.. en nu? Een beetje rondzoeken bracht mij bij website food52.com waar er een overzicht was van “de beste selderijrecepten”. Als winnaar kwam uit de bus het recept voor geroosterde selderijsoep. Bingo! Kwam ik gelijk van de venkel in de groententas af 😉

Ingrediënten:
– 8 grote stengels selderij, de draden verwijderd en de stengels doormidden gesneden
– 1/2 venkelknol, doormidden gesneden
– 2 grote tenen knoflook
– 3 el olijfolie
– 1 tl zout
– 1/2 tl zwarte peper
– 3 middelgrote aardappels met rode schil, geschild en in blokjes van 2 cm gesneden
– 6 cups (1,4 liter) kippenbouillon (te vervangen door groentenbouillon voor een vegetarische versie)
– 1/2 cup (ca. 125 ml) light slagroom of “half and half” (een mix van 50% volle melk en 50% slagroom, of weglaten voor een lichtere versie)
– 2 tl verse citroensap
– blaadjes selderij en venkel voor garnering

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de selderij, venkel en knoflook in een ovenschaal die groot genoeg is om de groenten naast elkaar te kunnen roosteren. Rooster de groenten in 40-45 minuten totdat de randjes van de groenten beginnen te bruinen (schud tussentijds de groenten af en toe eens om).

Kook ondertussen de blokjes aardappel in ong. 10 minuten gaar in de bouillon. Doe zodra de groenten klaar zijn ze bij de bouillon met de aardappel en laat het geheel een beetje afkoelen. Maak er dan met de staafmixer een gladde soep van. Let op: ik had de draden niet van de selderij gehaald waardoor ze in de hakmessen van de staafmixer draaiden en er knap wat gepeuter nodig was om het schoon te krijgen! Bespaar je het werk en haal de draden van tevoren van de selderij.

 

Zeef na het pureren de soep en warm deze weer op. Voeg dan de half-and-half en de citroensap toe en serveer de soep met een feestelijk blaadje groen en, als je het hebt, eventueel een snufje selderijzout.

En wat vonden we ervan?
Er gaat even wat tijd in deze soep zitten. Maar da’s dan ook alleen vanwege het roosteren van de groente: het opeten gaat beduidend sneller! Lekker soepje, jazeker. Die geroosterde venkel geeft het een vleugje zoet tegen de achtergrond van het “vage groen” van de selderij. Door het zeven ziet het er ook nog eens heel chic uit: niemand die verwacht dat dit een experiment is om van de zoveelste-keer-selderij af te komen. Geslaagd!

Benieuwd van welke groente je ook prima soep kan maken? Probeer een slasoep, pastinaaksoep of erwtensoep.