Bananabread recept

Dit is één van de klassiekers die ik heb leren bakken tijdens de baking classes voor Amerikaans en Canadees gebak, die ik heb gevolgd op de middelbare school. Dus ik ben nu zes jaar verder, en nog steeds bak ik een paar keer per jaar iets uit die serie! En dat komt omdat ze gewoonweg briljant zijn. Dit recept weet raad met de bruinzwarte bananen, zoals nog wel eens wil voorkomen als de hè-ja-weer-eens-lekker-fruit-eten bui toch tegen blijkt te vallen, en het fruit zo onderhand zelf de fruitschaal uitloopt.

Ingrediënten:
– 420 g bloem
– 160 g suiker
– 2 1/2 tl bakpoeder
– 1/4 tl zout
– 2-3 middelgrote (over)rijpe bananen, geprakt
– 75 g boter (of margarine)
– 2 el melk
– 2 eieren
– 40 g gehakte noten


Bereidingswijze:
De oven voorverwarmen op 175 graden celsius. Meng de helft van de bloem met de suiker, bakpoeder en zout. Doe er de banaan doorheen (die kun je in plaats van te prakken ook heel laten en dan boven de mengkom in stukjes breken.. of in dit geval waarschijnlijk als een plakkerige rommelboel in stukjes knijpen), evenals de boter en de melk. Mix het op de laagste stand totdat alles door elkaar is gemengd, en dan nog op de hoogste stand gedurende 2 minuten. Eieren en andere helft van de bloem erbij, mixen. Tot slot de noten er doorheen roeren. Het beslag in een ingevette bakvorm gieten en 55-60 minuten bakken. Idealiter een nacht laten staan voordat je ‘m aansnijdt. (Dat doe ik natuurlijk niet :P)


Let op, het brood/de cake vult best en volgens mij zou je er ook wel mee kunnen ontbijten. Verder is het niet erg zoet. Daar houd ik persoonlijk wel van, maar als je wél van lekker zoet houdt, zul je er waarschijnlijk meer suiker door moeten doen. Maar de meest fantastische manier om het op te lossen is om een plak brood te besmeren met kersenjam! Dan doet het echt niet onder voor muffins met jam in de bakkerswinkel. Serieus, het is echt, echt heel lekker 🙂

Verder uit deze serie:
carrotcake

Over brood bakken

Het is de een-na laatste dag van mijn vrije tijd, en ik heb besloten op de valreep nog een brood te bakken. Een mooie vrijetijds klus, dus dat komt goed uit.

In 2006 ging NY Times verslaggever Mark Brittman aan de slag met het “no-knead bread” (geen-kneed brood) recept van bakker Jim Lahey (bekijk hier de video op YouTube). En zoals de naam al zegt hoef je er amper of zelfs helemaal niet met je vingers aan te komen! Naast dat je het deeg niet hoeft te kneden zit ‘m de mooiheid ook in de manier van bakken. Je moet het deeg namelijk in een gloeiend hete pan doen, die is voorverwarmd in de oven, en het geheel zo’n drie kwartier bakken. Daartoe moet je dus een hele hittebestendige pan hebben en daarvoor komt zo’n typische braadpan prima in aanmerking. De knop op de pannendeksel van onze pan kan 190 graden verdragen. Die heeft Niek er dus voor me af geschroefd -ik heb het gaatje opgevuld met aluminiumfolie- waardoor ik het brood op 240 graden heb gebakken.

Ingrediënten:
– 475 g normale bloem of broodmeel
– 1/4 tl gist (in het recept stond instant yeast” en via google kwam ik erachter dat dat ook wel “droge gist” is.. en ik heb zo’n vermoeden dat dat ook wel in mijn pakjes zit…)
– 1 1/4 tl zout
– 385 ml water (in de praktijk bleek dit teveel, en het was ook een veel gehoord commentaar dat het deeg te nat was. Het moet dus nét een beetje plakkerig, vlokkerig worden. Misschien 250 ml? 300 ml?)

De enigszins aparte hoeveelheden zijn te danken aan de vertaling van cups naar grammen en milliliters.

Bereidingswijze:
Doe de droge ingrediënten in een kom en roer ze door elkaar. Giet er dan het water bij en roer de boel totdat het een plakkerig deeg is. Dek de kom af met (plastic) huishoudfolie en laat het deeg op een warme plaats 12-18 uur rijzen. Ik heb de kom tussen de tafel en de vensterbank geklemd zodat hij een stukje boven de verwarming hing. Omdat ik het deeg heel enthousiast ’s ochtends had gemaakt maar het pas de volgende ochtend wilde bakken, heeft het bij mij dus zo’n 21-22 uur gestaan. Tsja. Sommigen beweren dat langer gisten de smaak ten goede komt, anderen zeggen weer dat de textuur er dan op achteruit gaat. Ik heb er niet zoveel van gemerkt in ieder geval.

Als het deeg helemaal bubbelig is, is het goed. Bestuif een werkblad en doe het deeg erop. Bestuif ook dat, druk het deeg uit tot een A4tje en vouw het daarna als een officiële brief, of een handdoek, of hoe jij die dingen ook opvouwt, en dan nog een keertje dubbel. Bij mij lukte dat niet. Het deeg was gewoon té slap, té nat. Na afloop heb ik dus ook gegoogled en inderdaad, mensen hadden geklaagd over de hoeveelheid water. Dat moet dus minder. Enfin, bedek het deeg dan weer met de folie en laat het nog een kwartiertje rusten. Bestuif twee theedoeken met flink wat bloem. Zorg dat je genoeg bloem op het werkblad en je handen hebt om te voorkomen dat het deeg ergens aan vast plakt, en vorm er een deegbal van die je daarna op de theedoek legt (dit is goed te zien op de video op YouTube). Bedek het met de andere theedoek en laat het deeg nog 2 uur rijzen. (Dit geheel heb ik gedaan door een siliconen bakmat in te wrijven met bloem, de smurrie daar op te kiepen en nog twee uur in een mengkom op de verwarming te zetten. Heeft ook gewerkt. Stel je voor dat je die rommel van je theedoek af moet schrapen!)


Uiterst rechts: broodblubber. En dat moet je dan in een broodvorm drukken. Nou, niet dus hè?

Verwarm een half uurtje voordat het deeg klaar is de oven tot 240 graden. Zet er een pan in van gietijzer, een Pyrex schaal of een keramisch iets, zoals bijvoorbeeld een römertopf, en stook ook die goed warm. Als het deeg klaar is, bestuif de bal dan licht met bloem en knip met een keukenschaar een x in de bovenkant voor het rustieke effect. Kieper dan de bal voorzichtig in de pan, natuurlijk met de x naar boven. Doe de deksel op de pan, schuif het hele spul weer in de oven en bak het 30 minuten. Haal dan de deksel van de pan en bak het brood nog 15-30 minuten totdat het mooi bruin is. In mijn geval was het met 20 minuten prima. Het brood is gaar als je op de onderkant klopt en het hol klinkt. Laat hem dan een half uurtje afkoelen.


De mooie rustieke inkepingen waren wel een beetje mislukt. Maar daar zie je toch niks van als je hem binnen een half uur op schranst…

Omdat het brood niet zo ontzettend hoog is geworden, hadden we dus een nogal plat brood. Ik heb hem in kwarten gesneden en elk kwart over horizontaal doorgesneden, waardoor we 8 grove sneden brood hadden. Het is op één stuk na tussen de middag direct opgegeten. Het vult echt flink, heeft binnenin de textuur van een oliebol en is dus alleen maar gemaakt van meel en water! Super cool toch?! Dus ga ik dit vaker doen? Als het aan mij ligt wel 🙂


En dát, nog een beetje warm, met boter en jam…

Er zijn veel mensen die met het recept aan het experimenteren zijn geslagen. Kijk voor tips, ervaringen en zulks meer hier, hier en hier (alledrie in het Engels).

Ricottataart met pijnboompitten

Deze taart proefde ik vorig jaar september bij Mammoni (“Mammoni, Koken en Eten”, Voor Clarenburg 7 in Utrecht) en ik was diep onder de indruk. Pijnboompitten eet je toch alleen in je sla? En ricotta.. da’s toch kaas? Hoe kun je nou een zoete kaastaart maken?!

Hij is erg machtig, en zo nodig een plaatsvervangende lunch, maar ik wilde hem nog wel een keertje komen eten. Dus toen ik afgelopen zomer op het buitenterras zat, wilde ik Niek dolgraag kennis laten maken met deze taart. Helaas zat hij toen niet in het assortiment maar daar wist Niek wel wat op. Hij vroeg gewoon om het recept. En daar ben ik hem, en het vriendelijke personeel van Mammoni, heel erg dankbaar voor!

De bodem wordt gemaakt van harde wener deeg, ook wel bekend als 1-2-3 deeg, niet vernoemd naar het gemak van het maken (had gekund), maar naar de verhouding van de ingrediënten. Deze bodem bak je in de oven waarna je hem vult met een dikke vla en vervolgens bak je het geheel nog eens verder af. Resultaat: een fantastisch lekkere taart.

Ingrediënten voor de bodem:
– 100 gram witte basterdsuiker
– 200 gram koude boter (zodra je die in de kom doet, in kleine stukjes snijden. Dat kneedt gemakkelijker dan één grote klont.)
– 300 gram bloem
– een snufje zout

Ingrediënten voor de vulling:
– ong. 90 g eigeel (dat kwam bij mij neer op 6 eidooiers)
– 240 g suiker
– 80 g gezeefde loem
– 675 ml melk
– vanille stokjes (minstens anderhalf, maar ik had het idee dat het resultaat er niet naar was en heb dus vanille essence toegevoegd)
– 400 g ricotta (ik heb twee bakjes van 250 g gebruikt)
– pijnboompitten om erover te strooien

Bereidingswijze:
Kneed de ingrediënten voor het deeg tot een samenhangende bal deeg. Doe dit met koele vingers en kneed niet meer dan nodig: door de warmte van je vingers smelt de boter en wordt het deeg plakkerig en onhandelbaar. Wikkel het dan in huishoudfolie en leg het geheel een uur in de koelkast (wederom: hoe kouder het boter in de deeg, des te steviger en handelbaarder het blijft). Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een springvorm in. Haal het deeg uit de koelkast en druk het óf rechtstreeks in de springvorm in model, of rol het op een met bloem bestoven werkblad eerst uit tot een lap, die je daarna in de vorm legt. Ik heb het laatste gedaan en de rand van de springvorm gebruikt als een uitsteekvorm. De randen hoeven niet tot helemaal bovenaan te worden bekleed. Kreukel dan lichtjes een groot stuk aluminiumfolie of bakpapier, leg dat op het deeg en vul de vorm met bonen, linzen, rijst, of ander droog spul wat een beetje gewicht heeft. Dat zorgt ervoor dat je bodem zijn vorm behoudt. Bak hem dan op deze manier 10 minuten “blind”. Haal daarna voorzichtig de vulling en het folie eruit, en bak de bodem dan nog eens 20 minuten. Laat de oven daarna afkoelen tot 150 graden.

Ik meende dat ik de springvorm met bakpapier moest bekleden, vandaar.. Let maar niet op mij 😉

Verwarm de melk met vanillemerg en -stokjes maar laat het niet koken. Meng het eigeel en de suiker in een kom tot een lichte, romige massa. Roer er de bloem doorheen. Vis dan de vanillestokjes uit de melk en schenk de helft bij de ingrediënten in de kom. Voeg ook de ricotta er aan toe en mix er een glad geheel van. Schenk dat terug bij de warme melk en verwarm alles totdat het een dikke vla is. Blijf regelmatig roeren om aanbranden te voorkomen!


Let vooral ook op de fantastisch retro handmixer die ik bij het uit huis gaan heb meegekregen.

Giet de vla op je afgebakken taartbodem en strooi er royaal pijnboompitten over. Bak de taart een uur op 150 graden. Klaar! De taart vult als een baksteen dus serveer het taart in smalle punten.

Natuurlijk smaakt deze taart het best als je met goed gezelschap bij Mammoni koffie zit te drinken, maar als je nooit in Utrecht komt, dan komt deze taart ook op je eigen zitbank goed tot z’n recht.

Worteltjestaart recept

Komt een konijn bij de bakker. “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” vraagt het konijn. “Nee, sorry,” antwoordt de bakker. De volgende dag komt het konijn weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Nee, helaas,” zegt de bakker weer. Het konijn probeert het de volgende dag nog eens, maar ook dan geen worteltjestaart. De bakker is het zat en besluit een worteltjestaart te bakken. En inderdaad, het konijn komt weer langs: “Bakker, heeft u ook worteltjestaart?” “Jazeker!” zegt de bakker opgetogen. “Vies hè?!” roept het konijn.

Nou, daar klopt dus he-le-maal niks van! Oordeel zelf en bak je worteltjestaart aan de hand van dit fantastische recept. Carrot cake op zijn best, want de perfecte smeuïgheid is gegarandeerd door gebruik van de zonnebloemolie.

Ingrediënten
Voor de worteltjestaart:
– 150 g bloem
– 220 g suiker
– 1 tl bakpoeder
– 1/2 tl kaneel
– 180 g geraspte wortel
– 120 ml zonnebloemolie
– 2 geklutste eieren

Voor het glazuur:
– 100 g monchou
– 55 g zachte boter
– 1 tl vanille essence (of citroensap, of afhankelijk van je smaak ander sap)
– 125 -250 g poedersuiker (ik gebruik de hele bus, dan ben je er maar vanaf.)

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175 graden.

Meng de droge ingrediënten door elkaar: bloem, suiker, bakpoeder en kaneel. Meng er dan goed de geraspte wortel door, en daarna de olie en de eieren. Beboter een bakvorm en bestuif het met bloem, als er na het bestuiven nog bloem over is, dan kun je dat nog mooi door je beslag heen mixen. Nog even goed mengen en dan in de bakvorm gieten. Bak de taart ongeveer 30-35 min, totdat hij vanbinnen droog is.

Klop met de mixer de roomkaas en de boter met de vanille tot een mooie smurrie. Mix er dan langzaamaan de poedersuiker doorheen, net zo lang totdat het lekker smeerbaar is. Smeer de glazuur over de worteltjestaart uit. En schrans ‘m dan helemaal in je eentje op!

Het gebeurt mij regelmatig dat ik door het formaat bakblik dat ik gebruik een aardige hoeveelheid glazuur overhoud, maar dat laat zich prima invriezen in een diepvrieszak. Dat blijft maanden goed. Dat zorgt ervoor dat je een volgende keer, als je een restje worteltjes hebt, geen extra boodschappen hoeft te doen. Scheelt weer! 🙂

Verder uit deze serie:
bananabread

Meringue

Ingrediënten:
– voor de meringue: 3 eiwitten en 150 gram (witte) suiker
– voor de garnering: een zakje notenmix van Dr. Oetker (gehakte walnoten, hazelnoten en amandelen) en een reep chocola met bijv. 72% cacao
– voor een mokkasmaakje: twee theelepels oploskoffie

Bereidingswijze:
Meringues. Kind kan de was doen, eerlijk. Grote kans dat je de ingrediënten al gewoon in huis hebt! Verwarm de oven voor op 100 graden. Om eiwitten flink stijf te kunnen kloppen schijn je er voor te moeten zorgen dat je beslagkom vetvrij is. Ik heb hem dus voor de zekerheid met gloeiend heet water en afwasmiddel omgespoeld.

Scheid de eiwitten van de eidooiers met behulp van de twee halve eierschalen (echt alléén het eiwit), doe ze in de kom en mix je helemaal suf totdat pieken eiwit als met gel gestyled haar blijft staan. Mix er dan beetje bij beetje de suiker door totdat je die niet meer terug vindt. Dit is dan ook het moment om er de eventuele oploskoffie doorheen te mixen. Uiteindelijk heb je een heerlijk zoete, witte smeuïge meringue-substantie. Leg een stuk bakpapier op een bakplaat en klaai daar je meringuebeslag op. Niet te dun uitsmeren, het mag best een grote klodder blijven! Bak het een uurtje in de oven. Kijk naarmate de tijd vordert regelmatig of het baksel bruin wordt. Dat was bij mij het geval, en dat beïnvloedt de smaak wel een beetje (maar dat kwam ook omdat ik de oven op 150 graden had staan – niet meer doen!). Een goede meringue hoort gewoon WIT te blijven en een verkleurende meringue betekent dat de oven te warm staan.

Zodra je hem uit de oven haalt is de buitenkant hard maar de binnenkant nog zacht en warm. Breek de chocoladereep in stukjes en druk overal een stukje chocola in de meringue. Dat smelt dan binnen een ommezien, waarna je het eventueel verder over de meringue uit kunt smeren met (de achterkant van) een (thee)lepel. Strooi er tot slot de gehakte nootjes overheen.

Meringues zijn ook heel geschikt om te gebruiken als ware het een serveerschaal. In dat geval moet je het beslag zó op het bakpapier spatelen dat het aan de randen wat hoger is dan in het midden. In dat midden kun je dan vruchten met slagroom serveren, of wat je dan ook maar lekker lijkt. (Google maar eens op pavlovataart..) Pindakaas met jam ofzo. Of gehaktballen…

(Een nog lekkerdere versie vind je hier, naar recept van Jamie Oliver, “Kook met Jamie”.)

Zuurkoolschotel met gehakt, spekjes en ananas

Mijn moeder is een absolute ster in het maken van deze schotel. Dus toen ik haar zondag belde voor instructies, wist ik al dat het resultaat vast niet zo lekker zou worden als wanneer zij het maakt. Maar dat is vast een kwestie van oefenen. Onderstaand recept is voor 2 personen, maar ik heb er nog een éénpersoons restje aan overgehouden.

Ingrediënten:
– aardappelpureeZuurkoolschotel
– pakje zuurkool
– klein pakje gehakt
– pakje spekjes
– blikje met vier ananasschijven, maar vers is misschien nog lekkerder
– paneermeel
– eventueel een beetje boter en melk voor de aardappelpuree
– peper en zout

Oven voorverwarmen op 180 graden en vet een ovenschaal in waarvan je denkt dat alles erin past. Ik nam een wat vierkante, hoge ovenschaal. Kook de zuurkool volgens de instructies op de verpakking, ga anders voor een half uur en proef het daarna, en kook de aardappels apart. Als de zuurkool klaar is, laat hem dan goed uitlekken omdat je anders uiteindelijk met één grote kleffe rommel in je ovenschaal zit opgescheept. Hetzelfde geldt voor het gehakt. Bak het rul en leg het, zo goed mogelijk uitgelekt, onderin je ovenschaal. Als er dan toch nog vocht uitkomt, dan trekt dat in ieder geval niet in een laag groente er onder! Bak de spekjes. Als de aardappels gaar zijn moet je er aardappelpuree van maken. Ook daarvoor geldt: maak wat je lekker vindt. Persoonlijk vind ik het zalig als de puree zó zacht is dat je het bijna door rietje kunt eten, Niek houdt graag iets over om op te kauwen. Ik had er maar weer even de staafmixer bijgepakt en de aardappels met een klein klontje boter en een scheutje melk tot puree gepureerd, je kunt het nog op smaak brengen met peper en zout. (Edit 24-11-2012: ik heb onlangs van mijn moeder een pureeknijper gekregen en voortaan maak ik daar de puree mee!) Schep (in mijn geval) de helft van je aardappelpuree in een laag over het bodempje gehakt, verspreid daarover de zuurkool en doe daar de spekjes bovenop. Besluit het geheel met de rest van de aardappelpuree en strooi er beetje paneermeel over. Leg daar bovenop de schijven ananas, en Bob’s your uncle/Fanny’s your aunt! Schuif de schaal voor 45 minuten de oven in, of nog iets langer, totdat de bovenkant mooi lichtbruin is. Pas op dat de ananas niet té bruin wordt, zoals op de foto, hoewel de ananas met een beetje zwarte peper erg lekker smaakt 😉

Eigen pizza’s: niet moeilijk, erg lekker


Eerst basilicum, en nu zelf pizza’s. Muteren en transformeren wij langzaam maar zeker in zelfvoorzienende groengekken?! Wie weet. Maar je eigen pizza maken is lang zo moeilijk niet en doet qua smaak zeker niet onder voor eentje uit de winkel. Bovendien heb je zelf de hand in wat je erop doet: weinig vet, veel groenten, alles kan.

Benodigdheden:
– pak Honig pizzadeeg
– pizzasaus (uit: “Thuis bij Jamie”, momenteel 29,99 tweedehands op bol.com): bak knoflook aan, voeg er dan gepelde tomaten en basilicum aan toe en breng alles aan de kook.

Daarna de saus zeven, terug in de pan doen en weer aan de kook brengen.
– beleggen met: ham, salami, Goudse, mozzarella, parmigiano, champignons, paprika, rode ui of (nadat het gebakken is) rucola.

Easy! 🙂

Edit november 2015:
Inmiddels maak ik zelf regelmatig pizza’s. Veel werk? Welnee! In de tijd dat het deeg staat te rijzen snijd je je toppings alvast. De tomatensaus maak ik tegenwoordig in zulke hoeveelheden dat ik altijd wel een zakje in de vriezer heb liggen. En bak je je pizza’s op een pizzasteen, dan ben je 8 minuten per pizza kwijt.

Bron: jamieoliver.com (en eerlijk gezegd snap ik niet waarom het recept daar maar 3 sterren krijgt, het kan namelijk echt niet beter!