De tuin in

De makkelijke jongens: deze planten doen het (bijna) altijd (bijna) overal
Wolfsmelk (Euphorbia): groenblijvende vaste plant die in het voorjaar geelgroene bloemen rkgtij. Kan ook in de schaduw.
Kaapse fuchsia – de fuschsia blijft bloeien, wat je ook doet. Supermakkelijk is hij en je hebt er honderden varianten van.
Lavendel – er zijn veel soorten en ze ruiken allemaallekker. Ze doen het goed, als ze maar in de zon staan.
Hemelsleutel (sedum telephium) – vaste plant die vooral geliefd is om zijn donkere blad. Als hij eenmaal staat heb je er weinig omkijken naar.
Zonnehoed (echinacea) – doet het eigenlijk overal wel als hij maar genoeg water krijgt.
Geranium en pelagornium – over de namen bestaat wat verwarring. De plant die in de volksmond geranium heet, is eigenlijk een pelargonium. De plant die geranium in het Latijn heet, is wat men de ooievaarsbek noemt. Beide zijn makkelijke jongens.
Japanse anemoon – bloeit superland. Als je regelmatig de uitgebloeide bloemen vervangt, blijft hij maar bloeien.
Sneeuwklokjes (galanthus) – altjid weer leuk om naar te kijken in de wintertuin: de dappere sneeuwklokjes die in weer en wind staan te bloeien.
Hosta – de hosta kent veel fans. De meeste hosta’s hebben prachtig groengekleurde bladeren en krijgen dan als extraatje mooie opgaande trossen buisbloemen, variërend van wit en lavendelblauw tot paars.
Viooltjes – groeien bijna overal snel en goed en blijven maar bloeien. Helemaal als je de uitgebloeide bloemen steeds uit de plant haalt.

Mesten
Je kunt het beste in het voege voorjaar mesten, als het overdag niet meer vriest. Eind februari, begint maart nemen de wortels de voeding optimaal op. Mestkorrels zijn ideaal voor potten. Ze geven de voedingsstoffen gedoseerd af.

Balkon op het noorden:
Er is niet zoveel licht, dus je kunt het beste groene planten gebruiken. Planten die het hier goed doen zijn: buxus, boshyacint, sneeuwklokje, camelia, rodondendron, bamboe, en vlijtig liesje. geschikte planten voor tegen een muur op het noorden: wilde wingerd, vuurdoorn.

Snoeien
De basisregel voor het snoeien is; struiken die vóór 21 juni (de langste dag) bloeien, snoei je direct na de bloei. Struiken die na 21 juni bloeien, snoei je vroeg in het voorjaar.
Lavendel snoei je twee keer per jaar. In het vroege vorojaar snoei je hem niet helemaal tot op het hout. Na de bloei, in de eerste weken van augustus, snoei je hem nog een keer. Zo houd je hem compact. Laat lavendel niet te ver uitgroeien want als je dan die lange stengels afknipt, overleeft hij het niet.
Een oog is een verdikking op een tak. het worden de uitlopers van de plant, de takken dus. Je hebt binnen- en buitenogen. Een buitenoog is een knop die je herkent aan het rode streepje dat naar buiten wijst. Je knipt de tak vlak boven dit oog. Het bovenste oog loopt als eerste uit en dan krijg je dus een mooie brede plant.
Planten die maar bloeien en bloeien.. Alles wat klaar is met bloeien knip je weg, samen met twee bladeren. Uitgebloeide bloemen weghalen is ook belangrijk om schimmels te voorkomen. Vaste planten snoei je in februari, je knipt alle dorre delen eruit.

Verpotten
Eeb plant verpot je als de wortels een dikke kluit zijn geworden of als ej gewoon het idee hebt dat de plant te groot wordt voor zijn pot. Het beste kun je dat in het voorjaar doen. Geef de plant lekker enieuwe potgrond, wat bijvoeding in het begin en genoeg water. Bij aardewerken of houten potten maak je de grond wat vochtig zodat je de kluit met wortels er makkelijk uitrtrekt. Bij stenen en plastic kuipen moet de grond juist droog zijn om makkelijk los te laten.
Als je een plant vanuit het plasti kuipje in de winkel in de volle grond of in een pot gaat zetten, meot je nooit aan de plant ezelf trekken, dan gaat ij kapot. Schuif voorzichtig het plastic bakje van de kluit af. Leg altijd een dunne laag scherven, steentjes of kleikorrels op de bodem van je pot, zo wordt water gelijkmatig afgevoerd.

Een kuipplant is een plant die uit de landen ron de Middellandse zee komt en dus niet egen vorst kan, zoals de geranium. ’s Winters moeten ze in hun kuip naar binnen om te overwinteren. Het moet dan zo’n 15 graden zijn. Een zolder of berging is een goede optie. Ook in de winter hebben planten daglicht nodig, de een wat meer dan de ander. Haal je kuipplanten pas vanaf de ijsheiligen, half mei, terug van hun logeeradres. Een bewolkte, regenachtige dag is prima om weer aan de buitenlucht en zon te wennen.

Tuinsymbool zwart rondje = schaduw, 2 uur zon per dag. In een tuin met alleen maar schaduw doet eigenlijk alelen klimop het goed.

Zentuin: met een fonteintje, wat bamboes en en hosta’s kom je een heel eind. Zeker als je wat witte keien in een kom legt en het water daar overheen laat stromen. De moderne tuin: daarbij draait het mer om vormen en materialen dan om bloeiende planten. Verf de zijwanden leigrijd, vul twee potten met bamboe en zet ze voor een van de zijmuren. Vul twee andere potten met hosta’s, zet twee flinke teakhouten stoelen neer en je bent klaar. Je kunt ook de vloer leigrijs maken en de zijwanden strak wit verven. Of kies voor houten vlonders op de vloer. Schaduwtuin: de bodem en de muren verf je wit. Combineer witbloeiende bloemen als tabaksplant en vlijtig liesje met hosta’s en longkruid. Zet een dakplataan in een pot tegen de zijmuur, zodat hij geen licht tegenhoudt.

Tuinkalender:
februari: kuipplanten verpotten. Plantenvoedsel pas in april geven.
maart: zomerbollen planten
april: voeding geven , kuipplanten op hun overwinteringsplek regelmatig water en voeding geven. Ramen af en toe openzetten om ze lucht te geven en wakker te laten worden.
oktober: kuipplanten naa rbinnen zodat ze neit bevriezen. Geef ze tijdens hun winterslaap niet teveel water. Eenjarige planten evt alvast opruimen, anders wordt het prut in de winter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *