De hype is inmiddels al weer even over gewaaid, dus het werd tijd dat ik het ook maar eens ging lezen. Ik had recent nog gehoord dat er zulke emotionele momenten in zitten, wat nóg recenter weer door een ander werd bevestigd, dus ik was heel benieuwd of het boek mij ook naar de strot zou grijpen.
Vanaf pagina één las het boek al lekker weg. Maar daarna hakt ook vrij snel de antipathie jegens hoofdpersoon Stijn erin. Wat een zak. En omdat hij dat het hele boek zo ongeveer volhoudt, is het zinvol om te proberen verder te kijken, en dan kom ik natuurlijk uit bij het medische aspect (ja, sorry). Het relaas over een jonge vrouw die kanker blijkt te hebben. De hele achtbaan krijg je voorgeschoteld: de angst, de gesprekken met artsen, de lol, de ellende, de hoop, en ten slotte, het eind. Interessant vond ik het te lezen hoe het contact met de artsen werd ervaren. Het merendeel kwam er niet goed vanaf en achterin het boek stak Kluun niet onder stoelen of banken dat het op waarheid berustte. Toch herkende ik in de houding en in de communicatie veel van hoe het inderdaad zou kunnen gaan. Sterker nog, misschien zou ik het wel hetzelfde hebben gedaan..? Je verschuilen achter de medische feitjes, het lijstje snel afwerken en maar hopen dat het goed komt? Krijgen we het überhaupt wel anders aangeleerd? Ik heb in de praktijk vaak genoeg gezien dat mijn jaar best wel empathieloze artsen zal gaan opleveren. Maar dat dat niet in goede aarde valt, blijkt wel weer.
"Verder nog iets?"Omdat ik binnenkort zelf co-assistent hoop te worden, vraag ik me af hoe ík het zou doen. Ik weet nog zo net niet of we zulke gesprekken voor onze kiezen krijgen. Natuurlijk hebben we wel slecht nieuws gesprekken geoefend maar als het puntje bij het paaltje komt, dan moet nog maar blijken hoe ik er mee voor de draad kom. Bettine Pluut, promovenda aan de UU, behandelt arts-patiëntenrelaties in haar promotieonderzoek en noemt het: "[...] Een duidelijk voorbeeld van hoe het in de interactie tussen arts en patiënt niet moet". Verrassend dat ik me ergens wel kon vinden in de artsen, maar Pluut wijst op de zwakheden in de aanpak. Heb oog voor wat voor rol je patiënt wil spelen, betrekt je patiënt erbij, LUISTER, heb empathie! Waarheden als een koe, maar het is dus wel iets waar je héél bewust mee om moet gaan, lijkt me. Hoe vaak ik wel niet aspecten uit een gesprek ben vergeten! Zou je van tevoren het rijtje in je hoofd moeten stampen en aan het einde het als het ware als een checklist na moeten lopen? Of kunnen sommige artsen het misschien tóch vanzelf? (Lees hier meer over dit onderwerp door Bettine Pluut. Naar mijn mening een goed en zinnig stuk voor elke geneeskunde student.) Tsja, wat als ik toch nog oncoloog zou willen worden (kleine kans)? Dan heb je misschien wel aan de lopende band slechtnieuws gesprekken..
Ja, een ons rosbief, trut.
Hier heb ik wel smakelijk om gelachen, trouwens.
Enfin, terug naar het boek. Hoewel ik dus redelijk vaak heb gedacht: "Nééééé!", dacht ik ook vaak: "Proest, hahaha!". Maar van tranen is het vreemd genoeg nooit gekomen. Zelf wijt ik dat aan geneeskunde studeren. Je weet hoe kanker verlopen kan, je weet hoe het je de das om kan doen, en je weet hoe artsen die das dicht kunnen helpen knopen. Daar dus niks nieuws. Wél verfrissend was de houding van hoofdpersone Carmen: humor tot aan de dood! Je gaat wel denken: als ik dan toch ook zo aan mijn einde moet komen, dan het liefst ongeveer zo. Knap, hoe Kluun dat beschrijft. En tsja, verder heb ik er gewoon niet zoveel over te zeggen. Ik denk dat dit boek het vooral moet hebben van zijn enerzijds shockerende kant, en anderzijds ontroerende kant. En als je die shockerende kant de rest van het boek straal negeert, en de rest je niet kan ontroeren (terwijl dat bij mij toch zó makkelijk voor elkaar te krijgen is!), dan blijft er weinig van over. Vandaar ook maar twee sterren. Niet mijn ding dus, maar het vermaakte wel. Bovendien schrijft Kluun zalig vlot en geestig dus het boek is binnen één dag uit. Maar het vervolg, "De weduwnaar", geloof ik eigenlijk wel.