Frits en Frank troffen elkaar op het dak,
maar beiden niet geheel op hun gemak.
"Wat moet jij hier?" sneerde Frits,
"Poseren voor Francien," zei Frank bits.
Maar Francien, jong en wit, éénhoog achter glas,
kauwde niet geïnteresseerd op haar kattengras.
Plots haalde Frits scherp uit naar Frank
die hem een rake rechts deed als dank.
En ze lazerden onder donder en geraas
beiden van het dak in de tuin van Franks baas.
Ze landden niet op hun pootjes, nee, met een plof
waarna Frits er gewis de duivel zelve trof!
Want jammerend, met een staart als een plumeau,
verhief Frits zich weer terug naar een hoger niveau
en escorteerde Frank met een gekromde rug
hem naar zijn eigen dakleer terug.
Nee, ik ben niet zenuwachtig.