De klank van sneeuw
Toen ik ergens in het boekje las dat hij had meegespeeld in Onderweg Naar Morgen, schoot het me direct tebinnen: die neus, die ogen.. hij was de sekteleider van die groep waar Pim (waarom weet ik nog dat hij Pim heette en dat hij een nekkraag droeg?!) helemaal in opging! Dat keken we zo'n tien jaar terug! En barman JP speelt nog altijd mee. Hmmm.. Maar goed, Japin schrijft dus ook.
Dit boekje bevat twee verhalen, eentje over een zanglerares die zich 24/7 bezighoudt met haar zangkwaliteiten optimaal houden. En die helemaal in extase raakt als ze zich op een avond in een motel-achtig iets begluurd waant. En die vindt dat je niet zélf vol emotie moet zingen, maar juist zonder, en daardoor ánderen kunt emotioneren. Enfin, yaddayadda. Het leest lekker weg maar om nou te zeggen dat het boek mij een beter mens heeft gemaakt (bij gebrek aan betere criteria), neuh. Nog meer geldt dat voor het tweede stuk, over ehm.. acteurs.. die dan één of ander stuk over stinkende vrouwen en hoeren uit een of andere mythe moeten opvoeren in het theater in het Amsterdamse bos. Het enige leuke van dat verhaal was het slot. Nouja, ik heb in ieder geval kennis gemaakt met een mij nog onbekende schrijver van eigen bodem.
De plek van de verloren dingen
Ik heb gelachen en gehuild om Cecilia's debuut "PS: I love you". Dat komt natuurlijk ook omdat ik een grote whimp ben, maar het wordt niet voor niets verfilmd. Dat heeft er wellicht voor gezorgd dat ik van dit boek ook wel het een en ander verwachtte.
Dit boek gaat over een vrouw van in de dertig die sinds haar jeugd geobsedeerd is door zoekgeraakte dingen. Het begon met sokken die kwijtraakten in de was en eindigde met haar hekserige overbuurmeisje die op een dag spoorloos verdween. Dat heeft ertoe geleid dat ze uiteindelijk zelf een bureau begint voor het opsporen van vermiste personen. Niet zozeer om die personen, maar meer om het feit dat ze kwijt zijn geraakt en zij ze dan weer op kan speuren, alsof ze wat goed heeft te maken voor de verdwijning van haar overbuurmeisje. Op een ochtend heeft ze een afspraak met een familielid van zo'n vermist persoon, maar als ze eerst nog even gaat joggen, raakt ze zelf ook vermist. Ze komt terecht in iets wat zich het beste laat beschrijven als een parallel universum, een plek waar alle verloren dingen terecht komen.
Tot zover is het allemaal best leuk. Een volgens mij orgineel concept. Maar dan begint de ellende. Ahern gebruikt een beetje teveel emoties en andere bijv. nw. als ze de handelingen of gedachten van haar karakters beschrijft. En die emoties volgen elkaar dan ook nog eens op een niet realistische wijze op. Wat je dan krijgt is bijvoorbeeld, beetje stom dat ik het boek vandaag heb weggebracht, dat op het ene moment iemand zich boos of geïrriteerd voelt, en op het andere moment om een totáál onbenullige reden heel erg hard moet lachen, tot de tranen over de wangen rollen. Of iemand die het ene moment nog vermoeid zucht, het volgende moment ingespannen tuurt, opgelucht rent of vrolijk zoekt, verbitterd autorijdt, verbeten knippert met zijn ogen, beschaamd zijn veters strikt, enz. enz. (goed, een beetje overdreven maar het had zomaar gekund en dat zegt genoeg). Ahern schetst naar mijn smaak gewoon teveel vervelende, extreme en ongeloofwaardige contrasten en beschrijft sommige situaties zoals kind ze zou fantaseren. En dat geeft allemaal niets, maar wel als dat allemaal de indruk wekt dat we met een twintiger als hoofdpersoon te maken hebben, in plaats van een dertig- of zelfs veertiger. Nee, gauw verder met andere kost: Paul Coelho.
