IJskoffie – de volle mep

Ik dronk van de week een kopje “icecinno”, volgens de producent “een heerlijke en makkelijk te bereiden ijskoffie speciaal ontwikkeld voor de horeca.” Met dit (momenteel/tijdelijke/vluchtige) zomerse weer was dat een heerlijke afwisseling met de normale/warme koffie. Maar omdat ik geen pasje heb van de groothandel ging ik op zoek naar een eigen brouwsel. En dit kwam een eind in de buurt!

Ingrediënten:
– een dubbele epresso
– 200 ml halfvolle melk
– 5 ijsklontjes
– 1 tl vanille-essence
– 1 tl hazelnootsiroop

Bereidingswijze:
Gooi alles in een blender, als het kan met pulse-knop, en pulseer een paar keer kort zodat de ijsklontjes in stukjes zijn. Afhankelijk van hoe fijn je ze wilt hebben kun je het bij een paar keer laten óf het aan slush pulseren. Proef om te kijken of je bijv. nog iets extra vanille- of hazelnootsmaak wilt toevoegen, of bijvoorbeeld een zoetmaker zoals een beetje honing. Serveer in een hoog glas en zet je klapstoeltje maar in de zon!

Curry Bobotie

Ja, waarom niet?! Weliswaar niet met ei, en met wat meer groenten eraan toegevoegd, maar met dezelfde smaken. De foto ontbreekt omdat we het gewoon direct op hebben gegeten! Lekkerrr!

Ingrediënten:
– 2 uien, halve ringen
– 2 el milde currypasta
– 1/2 blikje tomatenpuree
– 250 g gehakt
– 1 kleine bloemkool in roosjes
– 1 blik kokosmelk (400 ml)
– 1/2 bouillonblokje rund
– 2 handen rozijnen
– 3 flinke el abrikozenjam
– worcestershiresaus naar smaak

Bereidingswijze:
Fruit de ui in wat olie. Voeg de currypasta en tomatenpuree toe en bak het even aan. Bak in dat mengsel het gehakt rul, en bak daarna de bloemkoolroosjes er in aan. Voeg daarna een blik kokosmelk toe (spoel het blik na met water en voeg ook dat toe) en verkruimel er een halve bouillontablet boven. Kijk even of de roosjes een beetje onder staan. Tot slot nog de rozijnen en de jam toevoegen en worcestershiresaus naar smaak. Laat het 10 minuten koken of totdat de bloemkoolroosjes gaar zijn. Serveer met rijst.

En wat vonden we ervan?
Lekker! Jawel, het smaakt als boboti maar dan met een aangenaam andere textuur. Ook de toevoeging van de bloemkool is een aangename. Restje over? Invriezen en save it for a rainy day wanneer je in een handomdraai zonnig Zuid-Afrika-meets-India goed op je bord kunt gebruiken 😉

Thaise currypasta zónder pepers – het kan!

Ik had zin in curry. Thaise curry, dank u. Maar geef maar eens chilipepers aan je kinderen, hè? Da’s ook weer zo wat. Is het mogelijk, een curry zonder (rode) pepers? Curry eten zonder brandblusser? JA! Virgil Evetts slaat de spijker op zijn kop: pepers geven niet alleen de pit aan een curry maar ook kleur en smaak. Dus wil je de hitte niet maar wel kleur en smaak, ga dan voor het andere familielid, de paprika! Virgil heeft iedere kleur curry gemaakt en de resultaten bevallen hem allen even goed. (Gele curry kun je extra kleuren met kurkuma.)

The wonderful, multilayered flavours are unclouded by usual incendiary discomfort and it is, I think a better dish for it. Purists would no doubt disagree, but I’ve never had much time for them anyway.

Ingrediënten:
– 1 middelgrote rode ui
– 5 teentjes knoflook
– 5 kaffir limoenblaadjes
– 1 grote paprika (groen/rood/geel)
– een stuk galangal van 5 cm
– 1/2 tl trassi
– 1/2 tl korianderzaad
– 1/2 tl komijnzaad
– 1/2 tl gemalen nootmuskaat (jawel!)
– stuk wortel ter grootte van een vinger (ter vervanging van korianderwortel)
– 2 stengels citroengras
– flinke snuf zout

Bereidingswijze:
Als je keukenmachine het niet goed fijn zal malen, vijzel dan het koriander- en komijnzaad van tevoren fijn. Doe dan alle ingrediënten in de keukenmachine en maal het fijn tot een smeuïge pasta. Klaar! Direct gebruiken en de rest in porties invriezen zodat je de volgende keer binnen no-time een curry op tafel zet. Als je het invriest zal de pasta wel ietsje verkleuren.

En wat vonden we ervan?
Ik heb de currypasta aangebakken met sjalotten, rode ui, minimais, paprika en courgette, er een pak kokosmelk bij gedaan en daar kipfilet in laten gaar sudderen. Het was klaar voordat ik met mijn ogen kon knipperen. Dus dat is al een dikke pré, zeker als je op een doordeweekse avond uit je werk komt. En dan de smaak! Jawel! Dit is een curry! Wat verrassend, zonder de hitte. Ook de rest van de disgenoten kan het waarderen.

Bron: foodlovers.co.nz
NB: het heeft er alle schijn van dat Virgil twee weken voordat ik dit recept vond is overleden aan kanker. Dus eer Virgil eens door zijn heerlijke currypasta te maken!

Griekse yoghurttaart met limoen, mango en granola

Ja, je leest het goed. Ik was op zoek naar een frisse taart en dat leek mij wel lekker met yoghurt, maar bij de meeste yoghurttaarten moet er dan nog een plens slagroom in. Daar had ik dan weer géén zin in. Zalige compromis: Griekse yoghurt, en dan een klein beetje slagroom waar ik van af wilde. De bodem wilde ik niet bakken omdat de oven al bezet was dus ik zocht mijn heil in dadels en wat er nog in de keukenlade lag. De limoen lag me ook al te lang op de fruitschaal aan te staren, dus die kon er ook wel doorheen (als je dan toch fris wilt..). Kortom, een recept dat met je meedenkt!

Ingrediënten:
Bodem:
– 170 g medjooldadels
– 80 g granola
– 20 g havermoutvlokken
– 75 digestivebiscuits

Vulling:
– 100 g slagroom
– 800 g yoghurt, Griekse stijl (grote pot bij Duitse supermarkt, en ik noem het gewoon Griekse yoghurt)
– 200 g magere yoghurt
– 8 blaadjes gelatine
– 4 zakjes vanillesuiker
– rasp en sap van 1 limoen

Toplaagje:
– vruchtvlees van een halve mango
– 1,5 blaadje gelatine

Bereidingswijze:
Week de gelatine in ruim koud water. Blitz de dadels met een klein scheutje water in een foodprocessor tot een smeuïge pasta. Meng het met de granola, havermout en verkruimelde biscuits. Dat laatste kun je ook weglaten maar zoals gezegd, ik wilde er vanaf en zag mijn kans schoon. Bekleed de bodem van een springvorm (diameter 20 cm) met bakpapier en druk daar het mengsel stevig in aan.

Klop de slagroom lobbig en meng de rasp en het sap van de limoen door de Griekse yoghurt. Verwarm de magere yoghurt in een steelpannetje en los daar, eenmaal warm geworden (dus zeker niet laten koken!) de gelatine in op. Houd wel 1,5 blaadje over voor de topping. Ik heb een beetje een haat-liefde-verhouding met gelatineoplossingen door koude producten werken, ik houd daar altijd klodders gelatine aan over, en dat is echt ENORM onaantrekkelijk in een taart. Sinds ik gelatine oplos in een ruime hoeveelheid yoghurt/sap/etc. dat ik eerst even verwarm, heb ik nooit geklier meer gehad! Zodoende: meng de gelatineyoghurt in een straal al kloppend door de Griekse yoghurt, en meng daar nog 4 zakjes vanillesuiker doorheen. Giet het yoghurtmengsel bovenop de bodem en plaats het geheel een uur of 3-4 in de koelkast. Pureer het vruchtvlees van de mango en druk het door een zeef. Verwarm dit en los er de gelatine in op. Laat dit ietsje afkoelen en giet dit dan over de taart (die van mij stond toen al een half uur in de koelkast), er voor zorgend dat je het gelijkmatig over de bovenkant verdeelt. Verder laten afkoelen en opstijven, en voila, uw Griekse yoghurt-limoen-mango-granola-taart is ready to serve!

En wat vonden we ervan?
Voor zo’n uit-de-losse-pols recept vind ik hem goed gelukt! Ook de hoeveelheid gelatine is precies goed. Het is geen rubberbal, en het kleddert ook niet uit de springvorm. Verder is het precies zuur genoeg. Er vliegt een vleug citrus over je tong, die wordt bijgestaan door ietsje vanille, ietsje zoetigs van de mango.. tropisch, fris, geen baksteen maar ook geen lucht.. Ja, zo’n taartpunt vormt met veel liefde een goede gezel voor mijn thee of koffie.

Nog wat tropischer? Meng dan een paar eetlepels kokosrasp door de ingrediënten van de bodem en voeg na het zeven van de mango passievrucht toe aan het toplaagje.
Nog wat magerder? Laat de slagroom en magere yoghurt weg en gebruik dan (half)volle yoghurt in plaats van de Griekse yoghurt.

Twentse Balkenbrij

Balkenbrij. Het is net als met de Italianen: 5 meter verderop beweren ze dat ze HET ENIGE GOEDE RECEPT hebben. Maar zoals de rest van de wereld weet is dat onzin en smaakt het iedere 5 meter weer net zo lekker. Zo ook balkenbrij. Iedere streek, veelal aan de oostkant van Nederland, kent zijn eigen variant. Van oorsprong gaan er ook de mindere stukken van een varken doorheen (zoals de kop) zodat je na het slachten ook daarvan iets lekkers kon maken. (Van het bloed van een geslacht varken kon dan ook met roggemeel bloedworst worden gemaakt, ook al zo’n briljant restverwerkingsrecept!)

Bij mijn schoonfamilie is het een traditie om met kerst(avond) balkenbrij te eten, van origine iets dat je na de avondlijke kerstmis deed. Ik heb het leren eten door te beginnen met een miezerig stukje op heerlijk vers brood. Lever, brrrr! Eigenlijk vond je de balkenbrij dus niet op mijn boterham terug… Nu, 10 jaar later, kan ik er een maand van tevoren al zin in krijgen en zou ik het midden in de zomer nog kunnen eten! Tijd dus om de traditie zelf te omarmen. En zo staan we op de avond vóór kerstavond in de keuken te zwoegen. Dit recept is genoeg voor 3 middelgrote schalen (een halve schaal is genoeg om 6 boterhammen mee te beleggen).

Basisingrediënten:
– 3 liter water
– 3 laurierblaadjes
– een mengsel van in totaal 750 g boekweitmeel en bloem (het kabouterpannenkoekmeel van Koopmans heeft een heel geschikt mengsel, wij gebruikten 1,5 pak)

Rommelkruid:
Naar het schijnt heet het zo omdat je maar wat aan moet rommelen met welke kruiden je gebruikt en de verhoudingen.
– 2-3 tl zwarte peper
– 1,5 tl nootmuskaat
– 1,5 tl kruidnagelpoeder
– 1,5 tl piment
(Let op: wij hebben er geen extra zout door gedaan omdat er ook al een groot stuk spek doorheen is gegaan. Teveel zout krijg je er immers niet meer uit en als het nodig is, kun je het achteraf er nog over strooien.)

Het vlees:
Er zou “naar recept” een kilo lever in moeten maar ik had me vergist in mijn bestelling. Is niet zo erg in het geval dat je niet zo van lever houdt. Komt allemaal niet op een onsje meer of minder.
– 400 gram zuurkoolspek (stuk)
– 500 g varkenslappen
– 545 g lever

Bereidingswijze:
Zet het vlees – alles in 1 stuk laten! – op met 3 liter water, 3 laurierbladeren en het rommelkruid. Kook het zachtjes gedurende een uur. Schep eventueel schuim van het water af.balkenbrij_1

Na een uur het vlees eruit halen en in blokjes van minstens 1×1 cm snijden. Alles terug in de pan doen en weer aan de kook brengen. Proef even om te kijken of het kruidig genoeg is. Bedenk je dat er nog een flinke hoeveelheid bloem doorheen zal gaan en dat de kruidigheid dan al afneemt. Roer er dan het meel doorheen (zwaar klusje!). Klontjes zijn niet erg, die vind je niet meer terug. Met 750 g meel hadden wij al en een heel stevig mengsel (we hadden het vlees gekookt met een gaatjesdeksel op de pan dus er zal ook geen 3 liter water meer in hebben gezeten). Richtlijnen ontbreken: op het einde moet het roeren erg zwaar gaan en er moet een lepel rechtop in blijven staan. Laat het even kort doorkoken. Stort dan het mengsel in met koud water omgespoelde kommen.

balkenbrij_2Laat de balkenbrij zo snel mogelijk afkoelen (in deze tijd van het jaar zou dat buiten kunnen, ware het niet dat het buiten lenteweer is) en bewaar het in de koelkast. De volgende dag stort je de balkenbrij op een snijplank en snijd je er met een dun en natgemaakt mes plakken van 1 cm dik van. Neem je een dikker en droog mes dan trek je de plakken aan gruzelementen. De plakken bak je in boter aan beide zijden bruin. Een halve schaal levert genoeg plakjes op voor 6 goed belegde boterhammen en daar kun je dan een hele middag op teren.

Bewaren:
Heb je net zoals wij per ongeluk veel teveel gemaakt (is there even such a thing?)? In de koelkast is het een paar dagen (!) houdbaar. Als je nog aan de smaak moet eh, wennen, deel dan dus stukken uit aan kennissen, collega’s of buren onder het mom van cultureel erfgoed… Invriezen kan ook maar vries dan de afzonderlijke plakken in. Zou je het als één stuk invriezen dan kan het bij het ontdooien namelijk moeilijk te snijden zijn. Ontdooi de plakken voor het gebruik niet maar doe ze zo, hup, de hete pan in. Niet net zo lekker als vers, maar kan in geval van nood.

Hoe smaakt het eigenlijk?
Deze keer viel me de enorme gelijkenis met kroketten op! Vlees in een bouillon-met-meelmengsel, het heeft er natuurlijk ook wel wat van weg. Omdat wij een deel van de varkenslappen ietsje te klein hadden gesneden hadden we soms zelfs dezelfde draadjesstructuur als uit een kroket! Toch smaakt dit net iets pittiger, kruidiger, en bovendien zitten hier grotere stukken vlees in.

Hoe dan te eten?
Bijvoorbeeld zoals ik het geleerd heb bij mijn Twentse schoonfamilie: op een plak lekker vers (rogge)brood, naar behoefte verder op smaak brengen met zout en peper. Er doen ook verhalen de rondte over serveren met stroop, pruimen of weet ik wat allemaal meer, maar persoonlijk vind ik het zo, “kaal” uitermate heerlijk. Met stroop krijgt het wat meer het idee van een spekpannenkoek met stroop. Probeer het vooral zonder: lekker hartig bij het ontbijt, als lunch of avondmaal. Bij voorkeur te eten op kerstavond of het ontbijt eerste kerstdag.

Laat je weten hoe het is uitgepakt?

Koffiebroodje met kaneel, rozijnen en banketbakkersroom

Ik had plots zin in een koffiebroodje. Of eigenlijk een Zweedse kanelbullar zoals we die in Stockholm aten. Maar ik kon me heugen dat ze afgezien van de donkere suiker-en-kaneel-vulling ook een beetje droog waren. Zoals koffiebroodjes eigenlijk altijd zijn. Toch? Dus daar moest ook nog een klassieke kleffe component bij: banketbakkersroom. En rozijnen. I want it all! En plots deed ik maar wat met de vulling. Smaakte schitterend!

koffiebroodje Smaakt beter dan het eruit ziet.

Ingrediënten:
– 50 g zachte roomboter en 50 g zachte margarine (in de hoop dat dat iets beter is dan 100 g roomboter.. but who am I kidding?! 100 g roomboter is lekkerder!)
– 7 g gedroogde gist
– 180 ml lauwe melk (niet heet, dan gaat de gist dood)
– 500 g tarwebloem
– 25 g witte basterdsuiker
– 1 el bruine suiker (last minute ingeving)
– 1 tl kaneel (ook op de bonnefooi)
– 1 ei
– 5 g zout (er circuleert ook een recept met 10 g maar dat vond ik wat te gortig)

Voor de vulling en afwerking
– banketbakkersroom:
x 500 ml melk
x 1 vanillestokje, zaadjes eruit geschraapt en stokje zelf ook bewaren
x 150 g kristalsuiker (verdeeld over 2×75 g)
x 4 eidooiers
x 2 el tarwebloem
– 150 gram rozijnen (of meer, of chocola, of noten, of cranberries, of…)
– 2 el kaneel
– flinke klont roomboter
– 75 g bruike suiker (kan ook meer of minder zijn geweest)
– 1 el abrikozenjam en/of poedersuiker

Bereidingswijze:
De banketbakkersroom moet afgekoeld op het uiteindelijke brooddeeg worden gesmeerd dus begin daar eerst mee.

Spoel een steelpan om met koud water, droog het niet af (werkt namelijk goed tegen aanbranden van de melk… vraag me niet hoe!). Breng de melk met 75 g suiker en het vanilleschraapsel en -stokje in het pannetje aan de kook. Klop met een vork de andere 75 g suiker door de eidooiers, en doe dan hetzelfde met de bloem. Zodra de melk kookt vis je het vanillestokje eruit en klop je iets van de hete melk door de eidooiers. Kan met vork of garde. (Ik moet dan altijd denken aan het “familie maken”, zoals Rudolph van Veen dat noemt. Het is om te voorkomen dat je eidooiers gelijk stollen als je ze bij de hete melk zou doen!) Dan het eidooiermengsel bij de rest van de melk in het pannetje gieten en breng het al roerend weer aan de kook. Op niet te hoog vuur want dan brandt je vla aan, dus blijf regelmatig roeren gedurende de 3 minuten waarin je de banketbakkersroom gaart. Spoel dan een grote schaal of een dienblad met opstaande rand om met koud water, droog niet af, en giet de room erop. Goed uitsmeren, dan koelt het beter af. Afdekken met huishoudfolie zodat er geen vel op komt. Goed laten afkoelen. Ik zette mijn ovenschaal in een gootsteen met koud water. Als je warme room op je koele brooddeeg mikkert wordt het een grote smeerboel om er de broodjes van te vormen!

Kneed voor het brooddeeg de boter, gist, melk, bloem, suiker(s), kaneel, ei en het zout door elkaar. Niet te lang kneden. Daarna in huishoudfolie in de koelkast leggen en een half uurtje laten liggen. Tegen die tijd is de banketbakkersroom waarschijnlijk ook wel wat koeler. Meng ondertussen de rozijnen met de kaneel en bruine suiker, masseer er de boter door. Voeg nog meer van het een of ander toe naargelang je smaakpapillen ingeven. Het wordt toch wel lekker. Rol na dat halve uur je deeglap uit tot een flinke rechthoek, waarbij het deeg in mijn geval een dikke 0,5 cm was. Smeer er de room over uit maar houd één uiteinde van je deeglap vrij van room. Daar komt straks de naad van de deegrol. Ik had teveel banketbakkersroom. Het werd een dikke laag room die het oprollen en snijden bemoeilijkte, dus kijk even of je dat ziet zitten. Zo nee, houd het dan bij een beschaafd dun laagje. Strooi daar dan weer de rozijnvulling overheen. Rol dan de deeglap op in de richting van de roomvrije kant. Bij mij werd dit een grote smeerzooi. Als dat jou ook gebeurt: geeft niks, komt goed. Want snijd daarna de rol in plakken van 2-3 cm en leg die op een bakplaat om, losjes bedekt met huishoudfolie, 30-40 minuten te rijzen. Eenmaal op de bakplaat modelleerde ik de broodjes weer in een ronde vorm, propte ik er nog wat rozijnen in, kledderde ik de banketbakkersroom terug tussen de deeglagen, en forceerde ik het spul net zo lang totdat alle broodjes op de bakplaat pasten.

Bak de broodjes af op 220 graden. Mij kostte het 30 minuten baktijd maar ga liever af op of ze er goudbruin uitzien. Haal ze dan uit de oven en bestrijk ze voor extra glans met een laagje verwarmde abrikozenjam. Je kunt ook kiezen voor een drizzle witte glazuur: meng een paar eetlepels poedersuiker met een beetje water, en druppel daar zo nodig voorzichtig wat water bij, net zo lang tot het glazuur lekker smeert. Laat dit dan vanaf een lepel over je broodjes lopen.

Tip: extra mooi bruin en een crunchy laagje er bovenop? Kwast de broodjes voor de rijs in met een ei losgeklopt met iets water, en besprenkel ze met suiker. Kwast ze na het rijzen nog eens in met het eimengsel en bak ze dan af.

Recept aangepast naar een uit “De banketbakker” van Cees Holtkamp.

DIY kruidenrek (spice rack) a.k.a. “best DIY ever”

(Click here for the English version.)

Is je voorraad kruiden je keukenkastje ontgroeid? Zou je ook een kruidenrek willen maar is zo’n rekje waar maar 15 potjes in passen niet groot genoeg omdat je er minstens 50 hebt? Of heb je een mooi kruidenrek gevonden maar zijn je potjes te hoog om er in te passen? Dan is deze DIY met een besteklade (!) iets voor jou! Scroll direct naar beneden voor de foto of lees hieronder eerst hoe je het zelf kunt maken. Van uitpakken naar ophangen binnen een kwartier! Let op: omdat het om een lade gaat die je ophangt gebruik ik de termen hoogte en breedte door elkaar. Goed lezen en voila, je DIY kruidenrek hangt in 5 stappen!

Benodigdheden
– een besteklade, ik koos voor een van bamboe: licht en toch erg stevig
– haakjes om het aan op te hangen
– stukje ijzerdraad of een kettinkje

Werkwijze
1. Meet de hoogte van je kruidenpotjes
Ik heb met name potjes van één merk, namelijk van een bepaalde grootgrutter, maar die veranderde om onnavolgbare redenen het formaat van zijn kruidenpotjes. De oude potjes zijn wat hoger dan de nieuwe versies. Omdat ik vroeg of laat toch over moeten stappen op de nieuwe ben ik uitgegaan van die afmetingen: 8 cm hoog en 5 cm in doorsnee op hun breedste punt. Maar ik heb ook kleinere en grotere kruidenpotjes en flesjes die ik graag zou willen plaatsen (bijv. worcestersaus).

2. Oriënteer je op wat er te koop is en wat het kost
Zoek vervolgens op online webwinkels naar grote besteklades in het materiaal dat je zoekt. Varieer ook in zoektermen, zowel bestekla als besteklade of bestekbak. Het is de bedoeling dat je de besteklade ergens neerzet of op gaat hangen. Ik wilde graag iets in een natuurlijk materiaal en kwam uit op bamboe omdat – onbewerkt – de kleur mij aanstaat en het materiaal licht en stevig is.

3. Bereken hoe groot de besteklade moet zijn
Bereken vervolgens de binnenmaat van de lade. Zijn het bijvoorbeeld vijf vakken waar één vak haaks op de rest staat, zoals in onderstaande voorbeeld, en is de afmeting 35x25x5, dan weet je dat in het gedeelte van 25 cm die vier “staande” vakken van gelijke hoogte zijn: maximaal 25/4=6,25 cm. Maar er zitten natuurlijk ook schotjes tussen en daarvan weet je de afmeting niet. Oplossing:
– educated guess-werk: als je aanneemt dat de vakken 6 cm hoog zijn dan blijft er 1 cm over voor 5 tussenschotjes. Da’s 0,2 cm per schotje! Onwaarschijnlijk dus. Ieder vakje 5 cm dan..? Dan blijft er 25 cm-(4×5 cm)=5 cm over voor 5 wandjes, en dan mag ieder wandje dus nog eens 1 cm dik zijn. Dat lijkt al een stuk aannemelijker! Vaak kun je op de foto van het product wel zien dat de tussenschotjes ook weer niet zó dik zijn maar je hebt wel een veilige marge.
– zeker weten: de leverancier bellen en vragen of ze het voor je op willen meten. Dat heb ik dus maar gedaan omdat ik zeker wilde zijn van mijn zaak en de besteklade zo goed mogelijk af kon stemmen op wat ik nodig had. Als je kleine potjes hebt, en wat ruimte overhouden geen bezwaar vindt, dan kun je met giswerk ook uit de voeten.
—————
|                   | (5 cm)
—————
|    |    |    |    |
|    |    |    |    |    totale lengte 35 cm
|   4 vakken |
|    |    |    |    |  (30 cm)
5 tussenschotjes
—————–
In deze tekening van een besteklade (van ca. 23 euro) passen maar liefst 24 potjes en één flesje, mits je hem dus een kwartslag draait. Neem even aan dat zowel de 4 vakken als het vak bovenaan zo op het oog even groot lijken.

4. Is het genoeg voor de hoeveelheid potjes die je erin wilt plaatsen?
Dan bedenken hoeveel potjes er naast elkaar kunnen staan. In bovenstaand voorbeeld kwamen we dus voor het gemak uit op een ruime 5 cm hoogte per vak. Het vak dat er op het uiteinde haaks op staat ziet er op het oog even hoog uit. Daarmee blijft er van de totale lengte van 35 cm nog 30 cm over voor de “hoogte” van de andere vakken. Over een lengte van 30 cm passen er dus 30 cm/5 cm brede potjes=6 kruidenpotjes. En dat in vier vakken! Dan houd je ook nog een groot staand vak over om een flesje in te zetten! De diepte van de besteklade staat vaak ook wel vermeld zodat je weet of je potjes in de diepte passen. Als ze een paar mm uitsteken is dat ook geen ramp.

5. Ophangen en klaar
Dit alles voor een fractie van de kosten die een “officieel” kruidenrek zou kosten! Hang hem met haakjes (en draad) op.

Besteklade wordt kruidenrek

Ik kwam uit bij deze bamboe besteklade van 71x47x6 cm. Diep genoeg voor de meeste potjes, met 7 rijtjes voor kruidenpotjes en 4 hoge vakken voor flesjes of grotere bussen met kruiden. Zo past de worcestersaus er dus ook gewoon in. Beste DIY voor een kruidenrek ooit, toch?

Besteklade wordt kruidenrek

Is ‘ie bij jou gelukt? Heb je nog vragen? Laat het hier onder achter zodat je meer mensen kunt helpen hun DIY kruidenrek te maken!

DIY spice rack (English post)

Has your stash of spices outgrown your cabinet? Would you like to have a spice rack but do you often only see one that can hold 15 jars, while you have 50? Or are your spice jars just an inch too tall? This spice rack DIY is the answer! All you need is .. a cutlery tray! Scroll down to the pictures to get an impression, or get ready and make your own spice rack in 5 easy steps.

Supplies
– a cutlery tray, I choose one made of bamboo because it’s light but sturdy
– 2 screw eyes
– steel wire

Let’s do this
1. Measure your spice jars
Before you buy your cutlery tray, you need to know the height of your spice jars. Mine were 8 cm, with a diameter of 5 cm. But I also have smaller ones, and some bottles I frequently use (e.g. worcestersauce).

2. What’s out there, and what will it cost you? (This step may be swapped with step 3)
Start browsing online and look for large cutlery trays that suit your needs. It may pay off to use different search terms! Does it come in a colour and material you like?

3. How big should your tray be?
Calculate or estimate the inside measurements of the tray you like to buy. I sort of drew an example below. If it has five sections of which one is perpendicular to the other four, like in my example, and the total measurements are 35(H)x25(W)x5(D), then you know that those 4 partitions have a maximum width of 25/4=6,25 cm. But of course that includes those 5 panels, and you probably won’t know how thick these are. So here’s what you do: make an educated guess!

Let’s say the partitions are 6,25 – or let’s assume 6 cm – wide. That leaves us 25(W)-24=1 cm for total thickness of the panels. With 5 panels, that’s 1cm/5 panels=0,2 cm per panel. That sounds unlikely. Let’s assume a width of 5 cm for the partitions. That leaves us 25-(4 partitions x 5 cm = 20)=5 cm for five panels. So that means that each panel can be up to 1 cm thick. That sounds plausible! You can guess it from the picture of the cutlery tray: does a panel look like 1 cm thick..? If it looks thinner: good! That means that the partitions probably are wider than 5 cm and that leaves you with room for error.

If you want to know it for sure, call the manufacturer and ask them if they can give you the exact measurements. It’s what I did to confirm my guesswork – and I was right, so next time I’ll just stick to guessing.

25 cm (W)
—————
|                   | (5 cm)
—————
|    |    |    |    |
|    |    |    |    |    total length 35 cm (=H)
|4 partitions |
|    |    |    |    |  (30 cm)
—————
5 panels that divide the tray in 4 partitions

This drawing is an example tray, costs 23 euro, and (of course once it’s turned 45 degrees) can hold up to 24 spice jars and one bottle.

4. Can it hold enough jars?
Think of how many jars you can store in the tray. In the example we estimated the partition width to be 5 cm, so we have room for jars of 5 cm high. If we assume an equal width of the top partition (the one perpendicular to the rest), that leaves us how much room to put jars in? 35 cm from the total length – 5 cm for the perpendicular partition = 30 cm. My own jars have a diameter of 5 cm, so I could store 30 cm/5 cm = 6 jars per partition. Times four! And with room for a bottle of tabasco!

5. Hang it wherever you want
Use the screw eyes and steel wire to mount it on a wall or in my case, the side of my refridgerator.

And you’re done, for only part of the price you would’ve had to pay if you bought an “official” spice rack!

Besteklade wordt kruidenrek
I bought this bamboo cutlery tray with measurements 71x47x6 cm. It was deep enough to hold most of my spice jars and as you can see, I had 7 rows for spice jars and 4 larger partitions for tabasco or worcestersauce and the likes. Come on, this must be the best spice rack DIY ever, right?!

Besteklade wordt kruidenrek

Did it work? Need any help? Leave it in the comments so we can help each other!

Stoofperen met effect – review

Een leuk recept voor tijdens de kerstdagen (dus eigenlijk net te laat) maar zeker ook daarbuiten: stoofpeertjes in twee kleuren. Het originele recept vraagt om Gieser Wildeman stoofpeertjes en om gebruik van witte wijn en port. Ik had destijds Brederode stoofperen in de groententas zitten (Brederode peren zijn een wat minder gangbaar ras) en heb de witte wijn vervangen door appelsap, en bramensap gebruikt in plaats van port. Het recept is aangepast voor 2 personen met een liefde voor nagerechten. Het originele recept voor 6 personen vind je hier.

Ingrediënten:
1/4 citroen
1/4 liter appelsap
165 ml water
65 g suiker
1/4 tl kurkuma
1/4 laurierblaadje
4 stoofperen
65 ml bramensap
1/4 el maïzena

Bereidingswijze:
Breng de geschilde peertjes aan de kook met het sap van de citroen, de uitgeknepen citroen zelf, de appelsap, water, suiker en kurkuma (die maakt de peertjes mooi geel). Laat een uur zachtjes koken en laat de peertjes dan afkoelen. Haal de peertjes er eventueel al voorzichtig uit met een lepel en houd het sap apart. Daarmee geef je de peertjes straks nog een glanslaagje. Giet de rest over in kleine glaasjes: een heerlijk kruidige alcoholvrije “punch”!

Zet de peertjes zodra ze zijn afgekoeld in een bakje knus naast elkaar en giet er een bodempje sap in. Laat een nachtje staan. Breng voor het serveren het restje kookvocht weer aan de kook met een klein beetje maizena. Haal de peertjes daar voor het serveren doorheen zodat ze een mooie glans krijgen. Wat mij betreft dan al af maar leuk de peertjes op naar believen: takje munt, paar verse bramen..

PS: wist je dat stoofpeertjes typisch Nederlands zijn en buiten ons land niet bekend zijn? En eerst eens gewone stoofpeertjes koken? Hier vind je het recept.

Kip Siam zonder pakje

Als je googlet zie je dat menigeen er naar op zoek is: een recept voor kip Siam. Maar dan niet die uit pak maar eigen gemaakt. De zoekresultaten verschillen van “smaakt bijna zoals..” tot “compleet niet hetzelfde maar ook erg lekker..”. Leuk, maar ik wil Dé Kip Siam. Vooropgesteld: volgens mij bestaat er niet zoiets als dé kip Siam. En bestaat-ie al helemaal niet in Thailand. Maar u en ik weten precies waar we het over hebben. En ik maakte hem! Ik presenteer u: dé kip Siam (4 personen).

Ingrediënten:
– 1 grote ui, in stukjes
– 1 teentje knoflook, geperst
– 1 rode paprika, in korte reepjes
– 2 kipfilets of 4 kippendijen, in blokjes
– 3 lente-uien, in ringetjes
– vissaus
– oestersaus
– 250 ml kippenbouillon (half bouillonblokje)
– aardappelzetmeel
– evt. gedroogde koriander
– handvol ongezouten cashewnoten, een paar keer tussen je handen fijngedrukt

Voor garnering/extra jeu (van vroeger, toen er nog extra groententips op het pak stonden):
– 1 bosui, in ringetjes
– 4 halve perzikken uit blik, in stukjes

Bereidingswijze:
Scheutje olie in de pan, knoflook en ui erbij. Paar minuten bakken totdat ui glazig begint te worden. Dan de paprika erbij, kort meebakken, en vervolgens de kip. Het geheel goed bakken totdat de kip gaar is. Dan ca 1/2 eetlepel vissaus er over scheppen en 1 el oestersaus. Meer kan altijd achteraf dus volg daarin je smaak.

Voeg daarna 200 van de 50 ml bouillon bij en laat het geheel zachtjes pruttelen. Laat de overige 50 ml bouillon wat afkoelen en roer er dan met een vork een flinke eetlepel aardappelzetmeel doorheen. Aardappelzetmeel behoudt de transparantie van de vloeistof die je gaat binden en geeft het geheel een mooie glans, dus kies hier niet voor maizena. Roer het aardappelzetmeelpapje vlug door de saus en zet het vuur weer iets hoger. Saus te dik? Voeg een scheut heet water toe. Te dun? Herhaal de stap met het zetmeel maar neem ietsje minder zetmeel, in wat lauw water opgelost.

Als interessante toevoeging kun je nog een eetlepel gedroogde koriander door de saus roeren (hé, leuke groene spikkeltjes in de saus, net echt!) en, als je wilt, de perzikken in stukjes. (Of dat vroeger een serveertip was of dat mijn zus zo geniaal was, ik heb het er in ieder geval in gehouden: geeft het geheel kleur en een zoete, heerlijk kitscherige noot die het goed doet met de cashews en bosui). Vlak voor het opdienen de cashewnoten er overheen strooien. Garneren met ringetjes bosui en serveren met witte rijst en gestoomde groenten zoals broccoli of peultjes.

En wat vonden we ervan?
Kip Siam uit pak? No more! Voortaan maken we deze “Thaise” kip lekker makkelijk zelf. Smaakt ook de volgende dag heerlijk (ik schat dat het zonder cashews en bosui ook goed in te vriezen is. Handig om vanuit je werk snel aan tafel te kunnen.) En het mooiste is dat je echt niet meer tijd kwijt bent als je het zelf maakt! Ga maar na: de kip en groenten snijden moet je sowieso. Een klodder oestersaus is ook niet zoveel werk, toch? Kortom, voortaan heb je er een (s)makkelijke hap bij in het repertoir!